Is ERE financieel interessanter bij centraal depotladen of verspreid laden?

Elektrische bedrijfsbusjes aangesloten op een centrale laadhub in een industrieel depot, met één solitaire bus bij een buitenlaadpaal.

Centraal depotladen is doorgaans financieel voordeliger voor organisaties met een grote vloot en een hoog laadvolume, terwijl verspreid laden aantrekkelijker kan zijn voor kleinere vloten of situaties waarbij voertuigen op meerdere locaties staan. Het belangrijkste financiële verschil zit in de infrastructuurkosten, de energietarieven en de mogelijkheden om ERE-vergoeding te optimaliseren. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de financiële afweging tussen beide laadmodellen.

Wat is het financiële verschil tussen centraal depotladen en verspreid laden?

Het financiële verschil tussen centraal depotladen en verspreid laden zit hoofdzakelijk in de investeringskosten, het energieverbruiksprofiel en de exploitatiekosten. Bij centraal depotladen investeert u eenmalig in een grotere laadinstallatie op één locatie, wat schaalvoordelen oplevert. Bij verspreid laden zijn de initiële kosten per locatie lager, maar lopen de totale kosten over meerdere locaties snel op.

Concreet betekent dit het volgende:

  • Infrastructuurkosten: Een centrale laadinstallatie vereist een hogere eenmalige investering, maar de kosten per laadpunt zijn lager dankzij gedeelde bekabeling, transformatoren en beheersystemen.
  • Energietarieven: Bij centraal laden kunt u profiteren van zakelijke grootverbruikstarieven, die per kWh significant lager liggen dan kleinverbruikstarieven.
  • Beheer en onderhoud: Eén centrale locatie is goedkoper te beheren dan meerdere verspreide laadpunten, die elk afzonderlijk monitoring en onderhoud vereisen.
  • ERE-inkomsten: Beide modellen kunnen Emissie Reductie Eenheden (ERE) genereren, maar een gebundeld laadvolume op één locatie vereenvoudigt de registratie en kan de opbrengst optimaliseren.

HAAL MEER UIT UW LAADPALEN

Benieuwd naar uw ERE-vergoeding?

Vul uw gegevens in en krijg direct inzicht in de mogelijke opbrengst.

Start de berekening →

Hoe beïnvloedt netcongestie de kosten van elk laadmodel?

Netcongestie heeft een directe invloed op de kosten van uw laadstrategie, en de impact verschilt per model. Bij centraal depotladen concentreert u een hoge vermogensvraag op één aansluitpunt, wat de kans op congestieproblemen vergroot. Bij verspreid laden is de vermogensvraag per locatie lager, maar dat biedt geen garantie dat u congestie ontloopt.

Wanneer de netbeheerder geen extra transportcapaciteit kan leveren, kunt u als organisatie maandenlang wachten op een oplossing. Dit heeft directe financiële gevolgen: vertraagde uitrol van laadinfrastructuur, gemiste ERE-inkomsten en hogere operationele kosten door alternatief brandstofgebruik.

Bij centraal depotladen zijn er echter ook gerichte oplossingen mogelijk, zoals slim laden met vermogenssturing, lokale energieopslag of het inzetten van zonne-energie om de netbelasting te spreiden. Bij verspreid laden is de ruimte voor dit soort technische optimalisatie per locatie beperkter, wat de flexibiliteit om congestie op te vangen vermindert.

Welke energietarieven gelden voor centraal versus verspreid laden?

Het tarief dat u betaalt voor elektriciteit hangt sterk af van de aansluitcapaciteit en het verbruiksvolume op een locatie. Bij centraal depotladen valt u doorgaans onder een grootverbruiksaansluiting, waardoor u in aanmerking komt voor lagere kWh-tarieven en meer mogelijkheden heeft om via een energieadviseur gunstige inkoopcontracten af te sluiten. Bij verspreid laden heeft u per locatie vaak een kleinere aansluiting met hogere tarieven per kWh.

Daarnaast spelen netwerktarieven een rol. Bij een hogere aansluitcapaciteit betaalt u hogere vaste netwerktarieven, maar de variabele kosten per geladen kWh zijn lager. De financiële afweging is dus niet alleen een kwestie van het kWh-tarief, maar ook van de vaste lasten die u per locatie draagt.

Welke subsidies zijn beschikbaar voor laadinfrastructuur bij bedrijven?

Voor bedrijven die investeren in laadinfrastructuur zijn er meerdere financiële regelingen beschikbaar. De meest relevante zijn de SPRILA-subsidie voor werkgevers, de MIA/Vamil-regeling voor milieu-investeringen en de ERE-vergoeding voor elektrisch laden. Welke subsidie het beste past, hangt af van uw organisatiegrootte, het type laadinfrastructuur en uw totale laadvolume.

  1. SPRILA (Subsidieregeling private laadinfrastructuur bij bedrijven): Gericht op werkgevers die laadinfrastructuur realiseren voor medewerkers; de subsidie dekt een deel van de investerings- en installatiekosten.
  2. MIA/Vamil: Via de Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen kunt u een deel van de investeringskosten fiscaal aftrekken.
  3. ERE-vergoeding: Organisaties met laadpalen kunnen jaarlijks extra inkomsten genereren via Emissie Reductie Eenheden. De vergoeding ligt tussen €0,13 en €0,26 per geladen kWh en vormt daarmee een structurele bron van inkomsten naast eventuele subsidies.
  4. SDE+ (Stimulering Duurzame Energieproductie): Relevant wanneer u zonne-energie combineert met uw laadinfrastructuur en de opgewekte energie inzet voor het laden van uw vloot.

Wanneer is centraal depotladen financieel voordeliger dan verspreid laden?

Centraal depotladen is financieel voordeliger wanneer uw organisatie een vloot heeft van tien of meer voertuigen die dagelijks terugkeren naar één locatie. Hoe groter het laadvolume op één punt, hoe meer u profiteert van schaalvoordelen in tarieven, beheer en ERE-inkomsten. Bij kleinere vloten of voertuigen die structureel op meerdere locaties overnachten, wegen de hogere infrastructuurkosten van een centrale installatie minder snel op tegen de voordelen.

Bepalende factoren zijn onder andere de rijpatronen van uw voertuigen, de beschikbare netcapaciteit op de beoogde locatie en de mogelijkheid om slim laden toe te passen. Als uw voertuigen ’s nachts terugkeren naar een depot, biedt nachtladen met lagere stroomtarieven een extra financieel voordeel dat bij verspreid laden moeilijker te realiseren is.

Hoe bereken je de totale energiekosten van je laadstrategie?

De totale energiekosten van uw laadstrategie berekent u door alle directe en indirecte kosten over de volledige looptijd van de installatie bij elkaar op te tellen en de verwachte inkomsten, zoals ERE-vergoedingen en subsidies, daarvan af te trekken. Dit wordt ook wel de Total Cost of Ownership (TCO) van uw laadinfrastructuur genoemd.

Neem in uw berekening de volgende componenten mee:

  • Investeringskosten: Aanschaf en installatie van laadpalen, bekabeling, transformatoren en eventuele energieopslagsystemen.
  • Energiekosten: Het kWh-tarief vermenigvuldigd met het verwachte jaarlijkse laadvolume, plus de vaste netwerktarieven.
  • Beheer en onderhoud: Jaarlijkse kosten voor monitoring, storingsherstel en softwarelicenties.
  • ERE-inkomsten: Afhankelijk van uw laadvolume en de geldende vergoeding per kWh kunt u de verwachte jaarlijkse ERE-opbrengst berekenen en van de totaalkosten aftrekken.
  • Subsidies en fiscale voordelen: Eenmalige subsidies en jaarlijkse fiscale aftrekposten verlagen de netto-investering aanzienlijk.

Een nauwkeurige TCO-berekening vraagt om actuele tariefgegevens en een goed beeld van uw specifieke verbruikspatroon. Kleine aannames in het laadvolume of het energietarief kunnen de uitkomst sterk beïnvloeden.

Hoe Energy-Check u helpt met de financiële optimalisatie van uw laadstrategie

Energy-Check ondersteunt organisaties bij het maken van een gefundeerde keuze tussen centraal depotladen en verspreid laden, en zorgt ervoor dat u het maximale financiële voordeel uit uw laadinfrastructuur haalt. Als onafhankelijk energieadviesbureau kijken wij uitsluitend naar uw belangen, zonder binding aan leveranciers of fabrikanten.

Wat Energy-Check voor u doet:

  • Een volledige TCO-analyse van uw laadstrategie, inclusief energietarieven, netwerktarieven en subsidies
  • Begeleiding bij de aanvraag van relevante subsidies, zoals de SPRILA en MIA/Vamil
  • Oplossingen bij netcongestie, zonder maandenlang wachten op de netbeheerder
  • Volledige verzorging van de ERE-registratie van A tot Z, zodat uw organisatie jaarlijks extra inkomsten genereert uit uw laadpalen zonder administratieve lasten
  • Advies op maat, afgestemd op uw vlootgrootte, locaties en energieverbruiksprofiel

Wilt u weten welk laadmodel voor uw organisatie het meest rendabel is? Neem contact op met Energy-Check voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt het gemiddeld voordat een laadinfrastructuur-investering zichzelf terugverdient?

De terugverdientijd hangt af van uw vlootgrootte, laadvolume en de combinatie van subsidies en ERE-inkomsten die u benut. Voor grotere vloten met centraal depotladen ligt de terugverdientijd doorgaans tussen de drie en zes jaar, mede dankzij grootverbruikstarieven en structurele ERE-vergoedingen. Door subsidies zoals SPRILA en MIA/Vamil slim in te zetten, kunt u de netto-investering aanzienlijk verlagen en de terugverdientijd verkorten.

Wat zijn de meest gemaakte financiële fouten bij de keuze tussen centraal en verspreid laden?

Een veelgemaakte fout is het uitsluitend vergelijken van de aanschafprijs van laadpalen, zonder rekening te houden met energietarieven, netwerktarieven en beheerkosten op de lange termijn. Organisaties onderschatten ook vaak de waarde van ERE-inkomsten en laten daarmee een structurele inkomstenbron liggen. Een volledige TCO-berekening over de gehele looptijd van de installatie voorkomt dat u op basis van onvolledige informatie een kostbare beslissing neemt.

Kan ik overstappen van verspreid laden naar centraal depotladen als mijn vloot groeit?

Ja, een overstap is mogelijk, maar brengt wel extra kosten met zich mee omdat u bestaande infrastructuur deels buiten gebruik stelt en opnieuw investeert in een centrale installatie. Het is daarom verstandig om bij de initiële keuze al rekening te houden met de verwachte groei van uw vloot in de komende vijf tot tien jaar. Een toekomstbestendige infrastructuurplanning voorkomt dubbele investeringen en maakt de overgang naar een centraal model financieel efficiënter.

Heeft de laadsnelheid van mijn laadpalen invloed op de energiekosten?

Ja, snelladers (DC) verbruiken in korte tijd veel vermogen, wat kan leiden tot hoge piekvermogenkosten en extra netwerktarieven. Langzamere AC-laders spreiden het verbruik over een langere periode, wat bij nachtladen goed gecombineerd kan worden met lagere stroomtarieven. Met slimme vermogenssturing kunt u de laadsnelheid dynamisch afstemmen op de beschikbare netcapaciteit en tariefmomenten, wat de energiekosten merkbaar verlaagt.

Is zonne-energie combineren met mijn laadinfrastructuur financieel interessant?

Het combineren van zonnepanelen met laadinfrastructuur kan de energiekosten significant verlagen, omdat u een deel van het laadvolume met zelfopgewekte energie dekt en daarmee minder afhankelijk bent van het net. Bij centraal depotladen is deze combinatie het meest rendabel, omdat het hogere laadvolume op één locatie een grotere zonne-energieinstallatie rechtvaardigt. Via de SDE+-regeling kunt u bovendien een subsidie ontvangen op de opgewekte duurzame energie, wat de businesscase verder versterkt.

Hoe werkt de ERE-vergoeding precies en wie komt ervoor in aanmerking?

De ERE-vergoeding (Emissie Reductie Eenheden) is een financiële vergoeding die organisaties ontvangen voor elke kWh die via hun laadpalen wordt geleverd aan elektrische voertuigen, als bijdrage aan de reductie van transportemissies. Bedrijven met eigen laadpalen die voldoen aan de registratievereisten van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) komen in aanmerking, ongeacht of zij kiezen voor centraal of verspreid laden. De vergoeding bedraagt momenteel tussen €0,13 en €0,26 per geladen kWh en wordt jaarlijks uitbetaald, wat het een aantrekkelijke structurele inkomstenbron maakt naast eventuele subsidies.

Wat moet ik regelen voordat ik een offerte aanvraag voor laadinfrastructuur?

Zorg er vóór het aanvragen van offertes voor dat u inzicht heeft in uw rijpatronen, het verwachte dagelijkse laadvolume per voertuig en de beschikbare netcapaciteit op uw locatie(s). Vraag uw netbeheerder om een capaciteitscheck, zodat u weet of verzwaring van de aansluiting nodig is en wat dit kost. Met deze informatie kunt u offertes op een gelijkwaardige basis vergelijken en voorkomt u verrassingen in de installatiekosten achteraf.

Gerelateerde artikelen

Deze inhoud is gegenereerd met behulp van AI en kan fouten bevatten.

Delen:

Onze energie specialisten beantwoorden jouw vragen