Kan één zakelijke laadpaal met meerdere gebruikers voor ERE worden geregistreerd?

Commercieel EV-laadstation op bedrijfsparkeerplaats met geordende laadkabels, kantoorgebouw weerspiegeld in glanzend oppervlak, bewolkte Nederlandse lucht.

Ja, één zakelijke laadpaal met meerdere gebruikers kan worden geregistreerd voor de ERE-vergoeding, maar de manier waarop u dit doet, bepaalt of u aanspraak kunt maken op de volledige vergoeding. Elke laadpaal wordt in principe als één laadpunt geregistreerd, ongeacht het aantal gebruikers dat er gebruik van maakt. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over ERE-registratie bij gedeelde laadpalen.

Wat telt als één laadpunt bij een ERE-registratie?

Bij een ERE-registratie telt elk fysiek laadpunt als één registreerbare eenheid. Een laadpaal met twee aansluitpunten, ook wel een dubbele laadpaal genoemd, telt daarmee als twee afzonderlijke laadpunten. Het aantal gebruikers dat van een laadpunt gebruik maakt, is hierbij niet bepalend voor de registratie.

Wat wél bepalend is, zijn de volgende kenmerken van het laadpunt:

  • Het unieke identificatienummer van het laadpunt (EVSE-ID)
  • De fysieke aansluiting waarop het laadpunt is aangesloten
  • De meetdata van de geleverde kilowatturen via dat specifieke laadpunt
  • De registratie bij de erkende inboekdienstverlener of de RVO

Kortom: de technische configuratie van de laadinfrastructuur bepaalt het aantal laadpunten voor de ERE-registratie, niet het gebruik of het aantal medewerkers dat laadt.

HAAL MEER UIT UW LAADPALEN

Benieuwd naar uw ERE-vergoeding?

Vul uw gegevens in en krijg direct inzicht in de mogelijke opbrengst.

Start de berekening →

Hoe werkt de ERE-registratie bij een gedeelde laadpaal?

Bij een gedeelde laadpaal registreert u het laadpunt op naam van de organisatie die eigenaar is van de laadinfrastructuur of die de energierekening betaalt. De kWh die via dat laadpunt worden geleverd aan meerdere gebruikers, worden bij elkaar opgeteld en vormen de basis voor de ERE-vergoeding, die kan oplopen van €0,13 tot €0,26 per kWh.

De registratie verloopt via een erkende inboekdienstverlener of rechtstreeks via de RVO. Voor een correcte registratie zijn de volgende stappen van belang:

  1. Inventariseer alle laadpunten inclusief hun unieke EVSE-ID’s
  2. Zorg dat de meetdata per laadpunt beschikbaar is via een geschikt laadmanagementsysteem
  3. Registreer de laadpunten bij een erkende inboekdienstverlener of rechtstreeks bij de RVO
  4. Dien jaarlijks de geladen kWh in op basis van de meetdata
  5. Ontvang de ERE-certificaten en verkoop deze aan verplichte partijen

Heeft uw organisatie meerdere gedeelde laadpalen, dan worden al deze laadpunten afzonderlijk geregistreerd, maar wel gebundeld ingediend. Dit maakt het proces efficiënter en vergroot de totale vergoeding die u ontvangt.

Wat zijn de gevolgen als een gedeelde laadpaal onjuist geregistreerd staat?

Een onjuiste ERE-registratie kan leiden tot het mislopen van vergoedingen of zelfs terugvordering van eerder ontvangen ERE-opbrengsten. Wanneer meetdata niet correct worden bijgehouden of laadpunten niet afzonderlijk zijn geregistreerd, kan de ingediende hoeveelheid kWh niet worden geverifieerd door de RVO.

De meest voorkomende fouten bij gedeelde laadpalen zijn:

  • Het registreren van een dubbele laadpaal als één laadpunt in plaats van twee
  • Het ontbreken van een koppeling tussen het laadmanagementsysteem en de registratie
  • Het registreren op naam van een gebruiker in plaats van de eigenaar van de aansluiting
  • Het niet bijhouden van sessiedata per laadpunt

Een correcte registratie is dus niet alleen een administratieve formaliteit, maar een voorwaarde voor het daadwerkelijk ontvangen van de ERE-vergoeding.

Kan één EAN-aansluiting meerdere laadpalen omvatten?

Ja, één EAN-aansluiting kan meerdere laadpalen omvatten. Het EAN-nummer identificeert de elektriciteitsaansluiting van een locatie, niet de individuele laadpunten. Meerdere laadpalen die op dezelfde aansluiting zijn aangesloten, kunnen dus allemaal worden geregistreerd voor de ERE-vergoeding, mits elk laadpunt beschikt over een uniek EVSE-ID en meetdata op laadpuntniveau beschikbaar zijn.

Dit is een veelgestelde vraag bij bedrijven met een laadplein of een parkeergarage met meerdere laadpalen. Zolang de laadinfrastructuur correct is geconfigureerd en de meetdata per laadpunt inzichtelijk zijn, vormt één gedeelde EAN-aansluiting geen belemmering voor een volledige ERE-registratie van alle aangesloten laadpunten.

Wanneer is een apart energiecontract per laadpaal nodig?

Een apart energiecontract per laadpaal is in de meeste gevallen niet nodig voor de ERE-registratie. De registratie is gebaseerd op meetdata op laadpuntniveau, niet op het energiecontract. Toch zijn er situaties waarin een aparte aansluiting of een apart contract wenselijk of zelfs noodzakelijk kan zijn.

Een apart contract per laadpaal of per cluster van laadpalen kan relevant zijn wanneer:

  • De laadpalen op een andere locatie staan dan het hoofdbedrijfsadres
  • U de energiekosten van de laadinfrastructuur wilt scheiden van de overige bedrijfskosten
  • Er sprake is van een verhuurconstructie waarbij de laadpaal door een andere partij wordt geëxploiteerd
  • De netbeheerder om technische redenen een aparte aansluiting vereist

In alle andere gevallen volstaat één EAN-aansluiting met een goed ingericht laadmanagementsysteem dat meetdata per laadpunt registreert. Raadpleeg bij twijfel een onafhankelijk energieadviseur om te bepalen welke constructie het meest voordelig is voor uw specifieke situatie.

Hoe Energy-Check u helpt met ERE-registratie voor laadpalen

Energy-Check verzorgt de volledige ERE-registratie van A tot Z, zodat u geen administratieve lasten ervaart en toch optimaal profiteert van de beschikbare vergoeding. Of u nu één gedeelde laadpaal heeft of een uitgebreid laadplein met meerdere aansluitingen, Energy-Check regelt de registratie correct en compleet.

Wat Energy-Check voor u doet:

  • Inventarisatie van alle laadpunten en hun EVSE-ID’s
  • Controle op correcte meetdata en koppeling met uw laadmanagementsysteem
  • Registratie bij de erkende inboekdienstverlener of de RVO
  • Jaarlijkse indiening van de geladen kWh en afhandeling van de ERE-certificaten
  • Toegang tot de ERE-vergoeding voor laadpalen, ook voor mkb-bedrijven via een inboekdienstverlenerconstructie
  • Maximale vergoeding tussen €0,13 en €0,26 per kWh, afhankelijk van de marktomstandigheden

Wilt u weten wat de ERE-registratie concreet oplevert voor uw organisatie? Neem contact op met Energy-Check voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt het voordat de ERE-registratie van een gedeelde laadpaal is afgerond?

De doorlooptijd van een ERE-registratie varieert, maar reken gemiddeld op twee tot zes weken vanaf het moment dat alle benodigde gegevens compleet zijn. Dit omvat de inventarisatie van EVSE-ID’s, het controleren van de meetdata en de formele registratie bij de inboekdienstverlener of de RVO. Hoe sneller u de benodigde informatie aanlevert, hoe sneller de registratie kan worden afgerond en u aanspraak kunt maken op de vergoeding.

Wat gebeurt er met de ERE-vergoeding als een gebruiker laadt met een laadpas van een andere werkgever?

De ERE-vergoeding is gekoppeld aan het laadpunt zelf, niet aan de laadpas of de identiteit van de gebruiker. Alle kWh die via uw geregistreerde laadpunt worden geleverd, tellen mee voor de ERE-opbrengst, ongeacht of de gebruiker een laadpas van een andere werkgever gebruikt. Belangrijk is wel dat de meetdata op laadpuntniveau correct worden bijgehouden via uw laadmanagementsysteem.

Kan ik met terugwerkende kracht een ERE-vergoeding aanvragen voor kWh die al zijn geladen?

In principe is het mogelijk om laadpunten met enige terugwerkende kracht te registreren, maar dit is gebonden aan specifieke termijnen en voorwaarden van de RVO. Hoe eerder u registreert, hoe meer kWh u kunt inbrengen en hoe hoger de totale vergoeding uitvalt. Neem contact op met een erkende inboekdienstverlener om te bepalen welke historische data nog in aanmerking komen voor uw specifieke situatie.

Welk laadmanagementsysteem heb ik nodig om aan de ERE-meetdata-eisen te voldoen?

U heeft een laadmanagementsysteem nodig dat sessiedata per individueel laadpunt registreert, inclusief het aantal geleverde kWh, tijdstempels en het bijbehorende EVSE-ID. De meeste gangbare systemen van aanbieders zoals Alfen, EV-Box of Chargepoint voldoen hieraan, mits ze correct zijn geconfigureerd. Controleer altijd of uw systeem de data exporteerbaar maakt in een formaat dat geschikt is voor de jaarlijkse indiening bij de RVO of uw inboekdienstverlener.

Wat is het verschil tussen zelf registreren bij de RVO en werken via een inboekdienstverlener?

Wanneer u zelf registreert bij de RVO, beheert u het volledige administratieve proces zelf en ontvangt u de ERE-certificaten direct, maar dit vereist kennis van de regelgeving en een actieve rol in de jaarlijkse indiening. Een inboekdienstverlener neemt dit volledige proces uit handen, inclusief de verkoop van de certificaten aan verplichte partijen, en is met name voordelig voor mkb-bedrijven die niet de schaalgrootte hebben om zelfstandig te registreren. Voor de meeste organisaties met een beperkt aantal laadpunten weegt het gemak van een inboekdienstverlener op tegen de eventueel iets lagere netto-opbrengst door de servicevergoeding.

Wat moet ik doen als mijn laadpaal wordt vervangen of uitgebreid met extra aansluitpunten?

Bij vervanging of uitbreiding van uw laadinfrastructuur dient u de wijzigingen door te geven aan uw inboekdienstverlener of de RVO, omdat nieuwe laadpunten nieuwe EVSE-ID’s krijgen die afzonderlijk geregistreerd moeten worden. Doet u dit niet, dan mist u mogelijk vergoeding over de kWh die via de nieuwe aansluitpunten worden geleverd. Plan een registratie-update altijd in op het moment van installatie, zodat er geen vergoeding verloren gaat.

Heeft de hoogte van de ERE-vergoeding invloed op de zakelijke btw-aftrek over laadkosten?

De ERE-vergoeding en de btw-aftrek over laadkosten zijn twee afzonderlijke regelingen die los van elkaar staan. De ERE-vergoeding is een opbrengst op basis van de geleverde hernieuwbare elektriciteit, terwijl de btw-aftrek afhankelijk is van hoe de laadkosten worden verwerkt in uw boekhouding. Raadpleeg uw accountant of belastingadviseur om beide regelingen optimaal te combineren en dubbele verrekening te voorkomen.

Gerelateerde artikelen

Deze inhoud is gegenereerd met behulp van AI en kan fouten bevatten.

Delen:

Onze energie specialisten beantwoorden jouw vragen