Miljoenennota 2027: wat verandert er in de energiemarkt?

Meer geld voor verduurzaming, nieuwe investeringsmogelijkheden en extra aandacht voor netcongestie. Prinsjesdag bracht goed nieuws voor de energiemarkt in 2027. Toch blijven de randvoorwaarden uitdagend. Hoge energiekosten, onzekerheid over regelgeving en beperkte netcapaciteit zijn en blijven ook komend jaar belangrijke uitdagingen voor bedrijven. De Miljoenennota 2027 laat daardoor overduidelijk een dubbel beeld zien. Maar wat betekent dit voor uw organisatie?

Op dinsdag 15 september (Prinsjesdag) presenteerde het kabinet met de aanbieding van de Miljoenennota en Rijksbegroting de plannen voor 2027. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is het versterken van de Nederlandse economie. Investeringen, innovatie en het wegnemen van knelpunten zoals netcongestie moeten ruimte creëren voor economische groei. Ook voor de energiemarkt zijn er verschillende maatregelen aangekondigd.

Voor bedrijven is het beeld gemengd. Er komt geld beschikbaar voor energiebesparing, verduurzaming, energie-infrastructuur, waterstof, CO₂-opslag en kernenergie. Maar de elektriciteitskosten blijven hoog en het volle stroomnet is nog altijd een belangrijke rem op investeringen en verduurzaming. In dit artikel nemen we u mee in de vijf belangrijkste ontwikkelingen voor bedrijven en zoomen we in op meer achterliggende informatie.

Disclaimer: Prinsjesdag markeert het moment waarop het kabinet zijn plannen presenteert. Niet iedere aangekondigde maatregel is daarmee al definitief. Voor verschillende wet- en regelgevingswijzigingen volgt in het najaar nog verdere besluitvorming. Controleer daarom altijd de actuele voorwaarden voordat u investerings- of compliancebeslissingen neemt.

 

De 5 belangrijkste ontwikkelingen

2027 biedt nieuwe kansen om te investeren en te verduurzamen, maar maakt het tegelijkertijd belangrijker om energie, netcapaciteit, regelgeving en investeringsbeslissingen in samenhang te bekijken doordat:

  1. Netcongestie blijft een belangrijke beperking
    Er komt extra geld voor flexibiliteit en energiehubs, maar het elektriciteitsnet blijft op veel plaatsen vol. Bedrijven zullen daarom steeds vaker moeten kijken hoe zij binnen hun bestaande aansluiting ruimte kunnen creëren.
  2. De EIA wordt verhoogd naar 45,5 procent
    Vanaf 2027 wordt de Energie-investeringsaftrek (EIA) verhoogd van 40 naar 45,5 procent. Investeren in energiezuinige technieken en duurzame energie wordt daarmee fiscaal aantrekkelijker.
  3. Er komt opnieuw veel geld beschikbaar voor verduurzaming
    Via onder meer VEKI, DEI+ en NIKI blijft de overheid investeren in energiebesparing, CO₂-reductie en innovatieve technologie. Daardoor kan subsidie een belangrijk onderdeel van uw businesscase worden.
  4. Hoge elektriciteitskosten blijven een aandachtspunt
    De combinatie van energieprijzen en stijgende nettarieven blijft druk zetten op de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven. Energie-intensieve organisaties krijgen via onder meer de IKC compensatie voor een deel van de indirecte CO₂-kosten.
  5. Energieregels veranderen
    De verdere implementatie van Europese regelgeving, waaronder de herziene EED, brengt nieuwe verplichtingen en aandachtspunten met zich mee. De precieze Nederlandse uitwerking is op verschillende onderdelen nog niet definitief.

Netcongestie blijft een van de grootste knelpunten

Wie de ontwikkelingen op de energiemarkt volgt, kan er eigenlijk niet omheen: het elektriciteitsnet blijft vol. Het kabinet trekt daarom in 2027 opnieuw een flink bedrag uit voor het aanpakken van netcongestie en flexibiliteit. Zo wordt onder meer budget beschikbaar gesteld voor de Flex-E-regeling en energiehubs. Dat is positief, maar daarmee is het probleem niet opgelost.

Voor bedrijven betekent netcongestie nog altijd dat uitbreiden, elektrificeren, verduurzamen of een nieuwe aansluiting realiseren niet vanzelfsprekend is. Een organisatie kan technisch en financieel klaar zijn voor de volgende stap, maar alsnog moeten wachten op transportcapaciteit. Daarom wordt flexibiliteit steeds belangrijker. Denk hierbij aan het verschuiven van elektriciteitsgebruik, energieopslag, een slim energiemanagementsysteem of het anders organiseren van processen. Heeft u hierover vragen? Neem dan gerust contact met ons op. We denken graag met u mee!

De energie-infrastructuur wordt bepalender voor investeringsbeslissingen

De actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) onderstreept deze ontwikkeling. Waar de energietransitie eerder vooral werd bekeken vanuit de groei van duurzame energie, ligt in het geactualiseerde NPE meer nadruk op de balans tussen duurzaamheid, betaalbaarheid en leveringszekerheid.

Dat is belangrijk. Een energiesysteem werkt immers pas goed als energie niet alleen duurzaam wordt opgewekt, maar ook beschikbaar, betaalbaar en betrouwbaar is. Voor bedrijven betekent dit dat energie steeds minder een los onderdeel van de bedrijfsvoering wordt. De beschikbaarheid en prijs van energie raken direct aan productie, uitbreiding, verduurzaming en investeringsbeslissingen.

Ook regelgeving rond energiebesparing blijft in beweging

Naast de financiële maatregelen verandert er de komende periode veel op het gebied van wet- en regelgeving. Denk bijvoorbeeld aan de verdere uitwerking van de herziene Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED), de energiebesparingsplicht en de Erkende Maatregelenlijst (EML). De precieze Nederlandse uitwerking van verschillende verplichtingen is nog niet op alle punten definitief.

De herziene EED gaat bijvoorbeeld uit van andere criteria voor de auditplicht. Daarbij wordt gekeken naar het energiegebruik van een onderneming en niet meer naar omzet of het aantal werknemers. Voor bedrijven met een hoog energiegebruik kan daarnaast een verplichting voor een energiebeheersysteem gaan gelden.

Let op: de Nederlandse implementatie van de herziene EED is op dit moment nog niet definitief. RVO geeft aan dat de gewijzigde Nederlandse wetgeving naar verwachting na het eerste kwartaal van 2027 ingaat. Tot die tijd geldt de huidige EED-auditplicht.

Ook de Erkende Maatregelenlijst energiebesparing (EML) blijft relevant voor bedrijven die onder de energiebesparingsplicht vallen. Deze lijst bevat maatregelen met een terugverdientijd van maximaal vijf jaar en vormt een belangrijk uitgangspunt voor de rapportage. Daarom adviseren wij om niet alleen te wachten op definitieve regelgeving. Breng nu al in kaart welke verplichtingen waarschijnlijk op uw organisatie afkomen en welke maatregelen u sowieso al kunt uitvoeren.

Hogere energie-investeringsaftrek

Eén van de meest concrete maatregelen voor bedrijven is de verhoging van de Energie-investeringsaftrek (EIA). Vanaf 2027 wordt het aftrekpercentage verhoogd van 40 naar 45,5 procent.

De EIA maakt het fiscaal aantrekkelijker om te investeren in energiezuinige technieken en duurzame energie. Voor bedrijven die toch al investeringsplannen hebben, kan dit het moment zijn om opnieuw naar de businesscase te kijken. Ook tegen de achtergrond van de hoge energieprijzen is dat relevant. Het kabinet kondigde eerder al maatregelen aan om de economische gevolgen van de situatie in het Midden-Oosten voor bedrijven en huishoudens te beperken. De verhoging van de EIA maakt daar onderdeel van uit.

Wat betekent dit concreet?
Heeft u investeringen gepland in bijvoorbeeld energiezuinige installaties, elektrificatie of duurzame opwekking? Dan kan de fiscale stimulans de terugverdientijd verbeteren. De EIA geldt echter alleen voor investeringen die voldoen aan de voorwaarden van de regeling en die op de Energielijst staan. Controleer daarom altijd de actuele Energielijst en voorwaarden voordat u een investering aangaat.

Meer ruimte voor verduurzaming van de industrie

Voor industriële bedrijven blijft de overheid investeren in verduurzaming. Verschillende subsidieregelingen krijgen opnieuw of extra budget.

VEKI

Via de Versnelde Klimaatinvesteringen Industrie (VEKI) kunnen bedrijven subsidie krijgen voor investeringen die leiden tot CO₂-reductie. De regeling is vooral interessant voor bedrijven die bewezen technieken willen toepassen en daarmee hun energiegebruik of uitstoot willen verlagen. Voor 2027 is binnen de VEKI opnieuw een aanzienlijk budget van €131 miljoen beschikbaar.

DEI+

Ook de Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) wordt voortgezet met meer dan €300 miljoen in 2027. Deze regeling richt zich onder meer op innovatieve technologieën voor energiebesparing en CO₂-reductie. Dat maakt de regeling interessant voor bedrijven die verder gaan dan het toepassen van bestaande technieken en werken aan innovatieve oplossingen.

NIKI

In 2027 blijft de Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie (NIKI) beschikbaar voor grotere verduurzamingsprojecten binnen de industrie. De gemene deler van deze regelingen is duidelijk: de overheid wil bedrijven ondersteunen bij investeringen die bijdragen aan de verduurzaming van de industrie. Hiervoor reserveerde het kabinet € 250 miljoen.

Het is daarom belangrijk om niet pas naar subsidie(s) te kijken wanneer een investering al volledig is uitgewerkt. De subsidiemogelijkheden kunnen juist invloed hebben op de keuze, planning en businesscase van een project.

De CO₂-heffing blijft voorlopig bestaan

Een ander punt dat voor industriële bedrijven relevant blijft, is de CO₂-heffing. Hoewel in het regeerakkoord is afgesproken dat deze heffing uiteindelijk moet verdwijnen, is dat formeel nog niet het geval. Het tarief voor 2027 is vastgesteld op €78,67 en het kabinet zet erop in dat het instrument in 2028 definitief verdwijnt.

Voor bedrijven betekent dit dat er voorlopig nog onzekerheid blijft bestaan over de precieze ontwikkeling van de financiële prikkel om CO₂-uitstoot te verminderen. Dat maakt het des te belangrijker om investeringsbeslissingen niet uitsluitend op de huidige situatie te baseren. Een maatregel die vandaag financieel aantrekkelijk lijkt, kan er anders uitzien wanneer energieprijzen, CO₂-kosten, subsidies en regelgeving veranderen.

Grote investeringen in CO₂-opslag

In 2027 wordt ook ingezet op Carbon Capture and Storage (CCS). Vanaf 2027 wordt €1,3 miljard gereserveerd voor het Aramis-project, waarmee CO₂ vanuit de industrie kan worden getransporteerd en opgeslagen onder de Noordzee.

CCS moet een rol spelen bij het terugbrengen van industriële emissies die op korte termijn moeilijk volledig te voorkomen zijn. Voor individuele bedrijven betekent dit dat infrastructuur voor CO₂-transport en -opslag onderdeel kan worden van de bredere verduurzamingsstrategie. Zeker voor energie-intensieve industrieën kan de beschikbaarheid van dergelijke infrastructuur bepalend zijn voor toekomstige investeringsbeslissingen.

Waterstof krijgt verder vorm

Waterstof blijft een belangrijke bouwsteen in het toekomstige energiesysteem. Het kabinet investeert in 2027 €450 miljoen in grootschalige ondergrondse waterstofopslag in Zuidwending. Daar worden vier zoutcavernes ontwikkeld voor opslag. Daarmee moet een belangrijke ontbrekende schakel in de toekomstige waterstofketen worden ingevuld: de mogelijkheid om energie tijdelijk op te slaan en beschikbaar te maken wanneer daar vraag naar is.

De investering is relevant omdat productie, transport, opslag en gebruik van waterstof zich tegelijkertijd moeten ontwikkelen. Zonder opslag ontstaat immers een kwetsbare keten. Tegelijkertijd blijft er een aandachtspunt: voor de verdere ontwikkeling van de landelijke waterstofinfrastructuur is niet op alle onderdelen extra financiering aangekondigd.

De ontwikkeling van de waterstofinfrastructuur is nog volop in beweging. Voor bedrijven die een businesscase rond waterstof ontwikkelen, is het daarom belangrijk om niet alleen naar aangekondigde subsidies te kijken, maar ook naar infrastructuur, beschikbaarheid, transportkosten en toekomstige vraag.

Kernenergie krijgt een grotere rol

Het kabinet blijft komend jaar inzetten op kernenergie als onderdeel van een CO₂-vrij en betrouwbaar energiesysteem. Daarnaast wordt gewerkt aan de voorbereiding van nieuwe kerncentrales en wordt gekeken naar innovatieve vormen van kernenergie, waaronder kleine (geavanceerde) modulaire reactoren..

Voor bedrijven is dit vooral een ontwikkeling voor de langere termijn. Nieuwe kerncentrales lossen de huidige netcongestie of hoge energieprijzen op korte termijn niet op. Ze kunnen wel bijdragen aan een energiesysteem waarin naast duurzame bronnen ook stabiele CO₂-vrije elektriciteitsproductie beschikbaar is.

Wind op zee zorgt voor groei, maar ook voor nieuwe uitdagingen

Nederland blijft investeren in windenergie op zee. Voor 2027 is budget beschikbaar voor 2 GW aan windenergie op zee. Ook wordt geld vrijgemaakt voor de infrastructuur die nodig is om nieuwe windenergiegebieden aan te sluiten.

Tegelijkertijd verandert de discussie over wind op zee. De kosten zijn gestegen en de businesscase van nieuwe projecten staat onder druk. Dat betekent dat de groei van duurzame opwekking niet alleen een technische uitdaging is. Ook de betaalbaarheid, aansluiting op het elektriciteitsnet en het moment waarop vraag en aanbod samenkomen worden steeds belangrijker. Voor bedrijven wordt daarmee flexibiliteit opnieuw een sleutelwoord.

Energie-intensieve bedrijven krijgen aandacht voor hun concurrentiepositie

In de energie-intensieve industrie blijft de betaalbaarheid van elektriciteit een belangrijk aandachtspunt. Via de Indirecte Kostencompensatie (IKC) kunnen bepaalde bedrijven een deel van de hogere elektriciteitskosten als gevolg van het Europese CO₂-emissiehandelssysteem gecompenseerd krijgen. Deze regeling is belangrijk voor de internationale concurrentiepositie van energie-intensieve bedrijven.

Tegelijkertijd blijft de discussie over de hoogte van de Nederlandse elektriciteitskosten volop relevant. Zeker omdat de nettarieven naar verwachting verder oplopen, staan bedrijven voor een lastige combinatie: verduurzamen vraagt vaak om méér elektriciteit, terwijl elektriciteit in Nederland relatief duur blijft en het net niet altijd de benodigde capaciteit kan leveren.

Voor organisaties met een hoog elektriciteitsverbruik wordt het daarom steeds belangrijker om niet alleen naar de energieprijs per kWh te kijken, maar naar de totale energiekosten en het volledige verbruiksprofiel.

Water en klimaatbestendigheid worden onderdeel van de bedrijfsomgeving

De energietransitie staat niet los van andere ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Het kabinet wil de komende jaren investeren in waterbeschikbaarheid, het vasthouden van zoetwater en het tegengaan van verzilting. Via het Deltafonds komt hiervoor jaarlijks ongeveer €40 miljoen beschikbaar voor nationale en regionale maatregelen.

Voor bedrijven kan klimaatbestendigheid daarmee een steeds belangrijker onderdeel worden van de langetermijnstrategie. Niet alleen energievoorziening, maar ook waterbeschikbaarheid, locatiekeuze en infrastructuur bepalen de toekomstbestendigheid van een bedrijfslocatie.

PFAS en bodem worden relevant voor bedrijfslocaties

Ook rondom PFAS worden stappen gezet. Het kabinet wil in 2027 inzetten op een kenniscentrum en een integraal innovatieprogramma voor alternatieven voor PFAS. Daarnaast wordt de omvang van de PFAS-bodemsaneringsopgave tot 2030 verder in kaart gebracht en worden de meest risicovolle locaties aangepakt.

Voor bedrijven met grondposities of locaties waar PFAS een rol speelt, kan dit gevolgen hebben voor toekomstige ontwikkelingen en investeringen. Het is daarom verstandig om bij uitbreidings- of herontwikkelingsplannen niet alleen naar energie en netcapaciteit te kijken, maar naar de volledige fysieke leefomgeving.

Ruimte voor bedrijvigheid wordt schaarser én belangrijker

Een ander punt dat gemakkelijk onder de radar blijft, is de beschikbaarheid van fysieke ruimte. Het kabinet verwacht dat richting 2050 ongeveer 3,5 procent van het grondgebruik nodig is voor de economie, tegenover 2,8 procent in 2022.

Dat klinkt misschien als een ruimtelijk ordeningsvraagstuk, maar het raakt ook direct aan de energietransitie. Nieuwe energie-infrastructuur, batterijen, laadvoorzieningen, energiehubs, transformatoren en duurzame installaties hebben allemaal fysieke ruimte nodig. De energietransitie vraagt dus niet alleen om meer energie, maar ook om meer ruimte voor het energiesysteem.

Klimaatdoelen blijven onder druk staan

Tot slot blijft er een belangrijke constatering: Nederland ligt niet op koers om alle klimaatdoelen voor 2030 en 2040 te halen. Dat maakt de opgave voor de komende jaren niet kleiner, maar juist urgenter. Tegelijkertijd is het voor bedrijven belangrijk dat verduurzaming niet alleen wordt benaderd als een verplichting. Investeringen moeten ook financieel en operationeel haalbaar zijn.

Een lagere energierekening, minder afhankelijkheid van fossiele energie, meer grip op het energiegebruik en een toekomstbestendige energievoorziening kunnen verduurzaming ook gewoon een bedrijfseconomische keuze maken.

Wat betekent Prinsjesdag 2027 voor uw organisatie?

De belangrijkste conclusie uit de Miljoenennota 2027 is wat ons betreft dan ook niet één subsidiebedrag of één nieuwe regel. Het is de samenhang tussen alle ontwikkelingen. Energieprijzen, netcapaciteit, subsidies, fiscale voordelen, wetgeving, CO₂-beleid en de ontwikkeling van het energiesysteem grijpen steeds sterker in elkaar. Een investering in een batterij kan bijvoorbeeld interessant zijn vanwege flexibiliteit, maar wordt pas echt interessant als u weet hoe uw verbruiksprofiel eruitziet, welke netcapaciteit beschikbaar is en welke tarieven u betaalt.

Hetzelfde geldt voor verduurzaming. Een installatie vervangen is één ding. Bepalen wanneer, waarmee, tegen welke kosten en met welke gevolgen voor uw aansluiting en energiecontract is een heel ander vraagstuk. Het is daarom belangrijk om niet naar iedere maatregel afzonderlijk te kijken, maar naar het complete energieplaatje van uw organisatie.

Energy-Check helpt bedrijven met het verkrijgen van inzicht in hun energiegebruik en -kosten, het maken van verduurzamings- en investeringsplannen, energie-inkoop en contractmanagement en het omgaan met netcongestie. Ook kijken we mee naar subsidiemogelijkheden en de gevolgen van veranderende wet- en regelgeving. Zo weet u niet alleen wat er verandert, maar vooral wat u vandaag al kunt doen.

Neem gerust contact met ons op om te ontdekken wat wij voor uw organisatie kunnen betekenen.

Belangrijk: dit artikel is geschreven op basis van de plannen en beschikbare informatie rond Prinsjesdag 2026. Aangekondigde maatregelen, bedragen, subsidieregelingen en wet- en regelgeving kunnen tijdens het verdere wetgevings- en uitwerkingstraject nog wijzigen. Controleer daarom altijd de definitieve regeling voordat u op basis hiervan investerings- of juridische beslissingen neemt.

Delen:

Onze energie specialisten beantwoorden jouw vragen