Wat verandert er aan de CO₂-Prestatieladder in 2026?
De CO₂-Prestatieladder staat in 2026 voor een belangrijke verandering. Deze wijzigingen raken niet alleen de structuur van het certificatiesysteem, maar beïnvloeden ook hoe organisaties hun...
Wij nemen het volledige inkoopproces uit handen, zodat u zich richt op uw core business.
Wij brengen uw energieverbruik in kaart en laten direct zien waar winst te behalen is, van quick wins tot structurele besparingen.
Netcongestie blokkeert uw groei. Wij vinden werkende oplossingen, zonder maandenlang wachten op de netbeheerder.
Energieverbruik en CO2-uitstoot systemisch verminderen door inzet van een gecertificeerd energiebeheersysteem.
Meer opbrengst uit uw laadpalen, zonder administratief gedoe. Wij verzorgen de ERE-registratie van A tot Z
Subsidies en regelgeving wijzigen regelmatig, wij maken ze praktisch en kansrijk voor u.
De Nederlandse energiemarkt ondergaat momenteel een belangrijke verandering met de overgang van HBE- naar ERE-certificering per 1 januari 2026. Deze wijziging heeft directe gevolgen voor bedrijven die elektrisch vervoer faciliteren via laadpalen op hun terrein.
Voor organisaties die duurzaamheidsdoelstellingen nastreven en tegelijkertijd energiekosten willen beheersen, is het belangrijk om deze nieuwe certificeringsmogelijkheden te begrijpen. De overgang biedt kansen voor extra inkomsten uit bestaande laadinfrastructuur, maar vereist wel de juiste kennis en administratieve inrichting.
HBE staat voor hernieuwbare brandstofeenheid en ERE voor emissiereductie-eenheid. Beide zijn verhandelbare certificaten die hernieuwbare energie in het vervoer registreren, waarbij ERE vanaf 2026 de opvolger wordt van HBE, met een focus op CO₂-reductie in plaats van energievolume.
HBE-certificaten werden uitgegeven voor elke gigajoule hernieuwbare energie die werd geleverd aan vervoer. Het systeem richtte zich primair op het volume van de geleverde energie, ongeacht de werkelijke milieu-impact. Deze certificaten konden worden verhandeld tussen partijen die moesten voldoen aan wettelijke verplichtingen voor hernieuwbare energie in transport.
ERE-certificaten daarentegen vertegenwoordigen elk precies 1 kilogram CO₂-reductie ten opzichte van fossiele brandstof. Dit nieuwe systeem meet dus niet langer het energievolume, maar de daadwerkelijke emissiereductie die wordt behaald. Deze verschuiving sluit beter aan bij klimaatdoelstellingen en biedt een directer verband tussen certificering en milieu-impact.
Het belangrijkste verschil tussen HBE- en ERE-certificering ligt in de meetmethode: HBE meet energievolume in gigajoules, terwijl ERE CO₂-reductie meet in kilogrammen. ERE introduceert ook strengere administratieve eisen en verplicht het gebruik van inboekdienstverleners voor kleinere partijen.
Onder het HBE-systeem kon elk bedrijf met een KvK-registratie zelfstandig certificaten inboeken bij de Nederlandse Emissieautoriteit. Dit leidde echter tot complexe administratieve processen en een verhoogde kans op fouten. Veel bedrijven worstelden met de technische vereisten en auditprocedures.
Het ERE-systeem introduceert een nieuwe laag van professionalisering. Alleen bedrijven die meer dan 2 miljoen kWh per jaar laden, mogen nog zelfstandig inboeken. Alle andere partijen moeten werken via geaccrediteerde inboekdienstverleners. Deze dienstverleners nemen de complexe administratie over en worden streng gecontroleerd door de NEa.
In de praktijk betekent dit dat ERE-certificering toegankelijker wordt voor kleinere bedrijven, omdat zij niet langer zelf de volledige administratieve last hoeven te dragen. Tegelijkertijd wordt de kwaliteit en betrouwbaarheid van het systeem verhoogd door de inzet van professionele tussenpartijen.
HBE-certificering bood energieconsultants de mogelijkheid om extra waarde te creëren voor klanten door laadinfrastructuur te monetariseren. Consultants konden organisaties helpen bij het opzetten van de benodigde administratie en het claimen van certificaten voor bestaande laadpalen.
Het HBE-systeem stelde energieadviseurs in staat om een breder servicepakket aan te bieden. Naast traditioneel energieadvies konden zij klanten ondersteunen bij het genereren van aanvullende inkomsten uit hun duurzame investeringen. Dit versterkte de businesscase voor de elektrificatie van wagenparken aanzienlijk.
De complexiteit van de HBE-administratie vormde echter ook een uitdaging. Veel consultants moesten zich verdiepen in technische specificaties, auditprocedures en regelgeving. Dit vereiste een aanzienlijke investering in kennis en tijd, die niet alle adviseurs konden of wilden doen.
Met de overgang naar ERE wordt deze dienstverlening gestroomlijnder. Energieconsultants kunnen nu samenwerken met gespecialiseerde inboekdienstverleners, waardoor zij zich kunnen focussen op hun kernexpertise, terwijl zij toch waarde kunnen toevoegen voor klanten door hen te verbinden met de juiste certificeringspartners.
ERE-certificering is relevant wanneer u elektriciteit levert aan wegvoertuigen via laadpalen met MID-gecertificeerde meters. Dit geldt voor bedrijven met laadpalen op eigen terrein, thuislaadpunten van medewerkers met zakelijke voertuigen en publieke laadlocaties.
De belangrijkste voorwaarden voor ERE-certificering zijn relatief eenvoudig te controleren. U heeft een laadpaal nodig met een MID-gecertificeerde meter die betrouwbare metingen garandeert. De laadpaal moet in Nederland staan en stroom leveren aan wegvoertuigen met kenteken. Daarnaast moet u de laaddata jaarlijks kunnen aantonen via een backofficesysteem of handmatige rapportage.
Voor bedrijven met meerdere laadpalen kunnen de opbrengsten aanzienlijk zijn. Praktijkvoorbeelden laten zien dat grotere wagenparken opbrengsten van duizenden euro’s per maand kunnen genereren. Zelfs kleinere installaties met enkele laadpalen kunnen jaarlijks honderden euro’s opleveren, wat direct bijdraagt aan een betere Total Cost of Ownership van elektrisch vervoer.
Het is belangrijk om te benadrukken dat ERE-certificering niet verplicht is, maar wel een kans biedt om bestaande investeringen in laadinfrastructuur te monetariseren. Voor organisaties die al elektrisch vervoer faciliteren, betekent dit feitelijk gratis geld dat anders onbenut blijft.
Voor ERE-certificering werkt u samen met een geaccrediteerde inboekdienstverlener die de volledige administratie verzorgt, van inventarisatie tot uitbetaling. HBE-certificering loopt af per 31 december 2025 en kan niet meer worden aangevraagd voor nieuwe projecten.
Het proces voor ERE-certificering bestaat uit drie hoofdstappen. Eerst vindt een inventarisatie plaats waarbij wordt gecontroleerd of uw laadpalen geschikt zijn en welke documentatie nodig is. Vervolgens wordt de administratie ingericht met koppelingen naar uw laadpaalbackoffice en de vastlegging van alle relevante gegevens.
Na de inrichting neemt de inboekdienstverlener het proces over. Zij verzamelen periodiek de laaddata, registreren de ERE-certificaten bij de NEa, verkopen deze aan partijen die ze nodig hebben voor hun wettelijke verplichtingen en betalen uw aandeel uit. U ontvangt regelmatig heldere rapportages over de opbrengsten.
De administratieve last voor u als klant blijft beperkt. U levert de benodigde gegevens aan en zorgt dat de laaddata beschikbaar zijn. De complexe regelgeving, auditprocedures en verkoop worden volledig door de inboekdienstverlener afgehandeld. Dit maakt ERE-certificering veel toegankelijker dan het oude HBE-systeem.
Voor nieuwe projecten is ERE-certificering de enige optie, aangezien HBE per 2026 wordt afgeschaft. ERE biedt bovendien betere ondersteuning door professionele inboekdienstverleners en een focus op daadwerkelijke CO₂-reductie in plaats van alleen energievolume.
Als u momenteel nog HBE-certificaten heeft, kunt u deze blijven gebruiken tot hun vervaldatum. Het is echter verstandig om tijdig over te stappen naar ERE om de continuïteit van uw certificering te waarborgen. De overgangsperiode biedt de mogelijkheid om beide systemen naast elkaar te gebruiken.
Voor organisaties die nu investeren in laadinfrastructuur is het belangrijk om direct rekening te houden met de ERE-vereisten. Dit betekent kiezen voor MID-gecertificeerde laadpalen en een backofficesysteem dat de benodigde data kan leveren. Deze investeringen betalen zich terug door de certificaatopbrengsten.
De keuze voor ERE-certificering hangt af van uw laadvolume en organisatiegrootte. Bij een beperkt laadvolume moet u afwegen of de opbrengsten opwegen tegen de administratieve inspanning. Voor de meeste zakelijke laadpalen geldt echter dat ERE-certificering financieel aantrekkelijk is, vooral wanneer u samenwerkt met een ervaren inboekdienstverlener.
Bij Energy-Check helpen wij organisaties bij het optimaliseren van hun energiemanagement, inclusief het benutten van certificeringsmogelijkheden zoals ERE. Onze ervaring in de energiemarkt stelt ons in staat om u te adviseren over de beste aanpak voor uw specifieke situatie. Neem contact met ons op om te bespreken hoe wij u kunnen ondersteunen bij het realiseren van uw duurzaamheidsdoelstellingen en het optimaliseren van uw energiekosten.
Controleer of uw laadpalen zijn voorzien van MID-gecertificeerde meters en of u toegang heeft tot de laaddata via een backofficesysteem. Een geaccrediteerde inboekdienstverlener kan een gratis inventarisatie uitvoeren om de geschiktheid van uw installatie te beoordelen en eventuele aanpassingen te adviseren.
Bestaande HBE-certificaten blijven geldig tot hun vervaldatum en kunnen gewoon worden gebruikt of verkocht. U kunt tot 31 december 2025 nog HBE-certificaten aanvragen voor bestaande installaties, maar voor continuïteit is het verstandig om tijdig over te stappen naar ERE-certificering.
Inboekdienstverleners werken meestal op basis van een percentage van de opbrengsten (doorgaans 15-25%) zonder voorafgaande kosten. De inventarisatie en administratieve inrichting zijn vaak gratis, waardoor u alleen betaalt als er daadwerkelijk certificaten worden gegenereerd en verkocht.
Ja, ERE-certificering kan meestal worden gecombineerd met andere subsidies zoals MIA/Vamil of SEEH, omdat het verschillende aspecten van duurzame investeringen betreft. Controleer wel altijd de specifieke voorwaarden van subsidies om te voorkomen dat u dubbel declareert voor dezelfde energielevering.
ERE-certificaten worden uitgegeven op basis van daadwerkelijk verbruik, dus fluctuaties in laadvolume zijn geen probleem. De inboekdienstverlener rapporteert periodiek de werkelijke laaddata, en u ontvangt certificaten naar rato van het gerealiseerde volume, ongeacht seizoensvariaties.
Na de administratieve inrichting (meestal 4-6 weken) worden certificaten maandelijks of kwartaalgebonden gerapporteerd en verkocht. De eerste uitbetaling volgt doorgaans binnen 3 maanden na de eerste laadsessies, afhankelijk van de rapportagefrequentie van uw inboekdienstverlener.
U kunt ERE-certificering op elk moment beëindigen zonder boetes of verplichtingen. Informeer uw inboekdienstverlener tijdig over wijzigingen in uw laadinfrastructuur, zodat de administratie correct kan worden afgesloten en eventuele laatste certificaten nog kunnen worden verwerkt.
Delen:


Onze energie specialisten beantwoorden jouw vragen
Ontdek hoe wij bedrijven in elke sector helpen energie te besparen en kosten te verlagen.
De CO₂-Prestatieladder staat in 2026 voor een belangrijke verandering. Deze wijzigingen raken niet alleen de structuur van het certificatiesysteem, maar beïnvloeden ook hoe organisaties hun...
De CO₂-Prestatieladder wordt steeds belangrijker voor organisaties die willen voldoen aan nieuwe Europese regelgeving en hun duurzaamheidsdoelstellingen willen behalen. Vanaf oktober 2027 moeten bedrijven met...
De CO₂-Prestatieladder speelt een steeds belangrijkere rol in Nederlandse aanbestedingen, vooral binnen de infrastructuur- en bouwsector. Dit certificeringssysteem beoordeelt hoe bedrijven omgaan met CO₂-reductie en...