Wat verandert er aan de CO₂-Prestatieladder in 2026?
De CO₂-Prestatieladder staat in 2026 voor een belangrijke verandering. Deze wijzigingen raken niet alleen de structuur van het certificatiesysteem, maar beïnvloeden ook hoe organisaties hun...
Wij nemen het volledige inkoopproces uit handen, zodat u zich richt op uw core business.
Wij brengen uw energieverbruik in kaart en laten direct zien waar winst te behalen is, van quick wins tot structurele besparingen.
Netcongestie blokkeert uw groei. Wij vinden werkende oplossingen, zonder maandenlang wachten op de netbeheerder.
Energieverbruik en CO2-uitstoot systemisch verminderen door inzet van een gecertificeerd energiebeheersysteem.
Meer opbrengst uit uw laadpalen, zonder administratief gedoe. Wij verzorgen de ERE-registratie van A tot Z
Subsidies en regelgeving wijzigen regelmatig, wij maken ze praktisch en kansrijk voor u.
De Energy Efficiency Directive (EED) is een Europese richtlijn die in 2012 werd geïntroduceerd om energieverbruik in de EU te verminderen. De hoofddoelstelling is om tegen 2030 de energie-efficiëntie met 32,5% te verbeteren. Deze richtlijn is direct relevant voor grotere ondernemingen die meer dan 250 medewerkers hebben of een jaaromzet boven €50 miljoen met een balanstotaal groter dan €43 miljoen.
Voor deze grotere bedrijven geldt een verplichting om elke vier jaar een energie-audit uit te voeren. Deze audit brengt het energieverbruik in kaart en identificeert mogelijkheden voor energiebesparing. De tijdslijn voor implementatie van de EED loopt in fasen, waarbij Nederland de richtlijn heeft vertaald naar nationale wetgeving. Bedrijven moeten hun eerste audit binnen een jaar na kwalificatie uitvoeren en vervolgens elke vier jaar herhalen.
De meest recente wijzigingen in de EED-wetgeving hebben de reikwijdte uitgebreid en de rapportagevereisten aangescherpt. Er is meer nadruk komen te liggen op het daadwerkelijk implementeren van energiebesparende maatregelen na een audit, niet alleen het identificeren ervan. Dit maakt de EED tot een belangrijk instrument voor het stimuleren van concrete energiebesparing binnen het Europese bedrijfsleven.
Een energie-audit is een systematisch onderzoek naar het energieverbruik van een organisatie. Het doel is om inzicht te krijgen in waar, wanneer en hoe energie wordt verbruikt, en welke mogelijkheden er zijn om dit verbruik te verminderen. Deze audits mogen alleen worden uitgevoerd door gecertificeerde energie-auditeurs die voldoen aan de kwalificatie-eisen volgens de EED-richtlijn.
Het stappenplan van een energie-audit omvat verschillende fasen. Eerst vindt een vooronderzoek plaats waarbij gegevens over het energieverbruik worden verzameld. Daarna volgt een locatiebezoek waarbij gebouwen, installaties en processen worden geïnspecteerd. De auditeur gebruikt verschillende onderzoeksmethoden zoals metingen, berekeningen en simulaties om het energieverbruik nauwkeurig in kaart te brengen. De resultaten worden samengevat in een gedetailleerd rapport met concrete aanbevelingen voor energiebesparende maatregelen.
Een gedegen energie-audit vormt de basis voor gerichte energiemaatregelen omdat het objectieve data levert over waar de grootste besparingskansen liggen. Zonder deze informatie bestaat het risico dat u investeert in maatregelen die niet het beste rendement opleveren. De audit helpt u dus om prioriteiten te stellen en uw investeringen in energiebesparing zo effectief mogelijk in te zetten.
Energiebesparende maatregelen kunnen worden ingedeeld op basis van investeringskosten en terugverdientijd. Maatregelen met een terugverdientijd korter dan vijf jaar worden vaak als economisch rendabel beschouwd. Bij gebouwgerelateerde maatregelen levert isolatie van daken, gevels en vloeren vaak aanzienlijke besparingen op. Ook het vervangen van conventionele verlichting door LED en het installeren van gebouwbeheersystemen voor klimaatbeheersing zijn effectieve ingrepen.
Voor procesoptimalisatie is het belangrijk om te kijken naar het gebruik van efficiëntere apparatuur, warmteterugwinning uit processen en het voorkomen van energieverlies door lekkages of onnodig aanstaande machines. Daarnaast speelt gedragsverandering een belangrijke rol – het bewustmaken van medewerkers over energieverbruik kan tot 5-10% besparing leiden zonder grote investeringen.
Praktijkvoorbeelden laten zien hoe effectief deze maatregelen kunnen zijn. Een productiebedrijf bespaarde 30% op verwarmingskosten door isolatie en een warmteterugwinningssysteem. Een kantoororganisatie realiseerde 25% besparing door LED-verlichting, aanwezigheidsdetectie en een slimme klimaatregeling. Deze voorbeelden tonen aan dat gerichte maatregelen zowel het milieu als de bedrijfsfinanciën ten goede komen.
Voor het financieren van energiemaatregelen zijn diverse subsidieregelingen beschikbaar. De Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE) biedt financiële ondersteuning voor kleinere maatregelen zoals warmtepompen en zonneboilers. De Energie-investeringsaftrek (EIA) geeft fiscaal voordeel bij investeringen in energiezuinige technieken. Voor grootschalige duurzame energieprojecten is er de SDE++ (Stimulering Duurzame Energieproductie), die een langdurige subsidie biedt om het verschil tussen kostprijs en marktwaarde te overbruggen.
Naast subsidies zijn er speciale leningen en financieringsconstructies voor duurzaamheidsmaatregelen. Denk aan groene leningen met gunstige rentetarieven of leaseconstructies waarbij u betaalt uit de gerealiseerde besparingen. Sommige energiedienstenbedrijven bieden Energy Service Company (ESCo)-constructies aan, waarbij zij de investering doen en u betaalt uit de gerealiseerde besparing.
Bij het bepalen van de juiste financiering is het belangrijk om de terugverdientijd en ROI (Return on Investment) te berekenen. Hierbij houdt u rekening met directe energiebesparingen, onderhoudskosten, subsidies en de levensduur van de installatie. Maatregelen met een korte terugverdientijd (3-5 jaar) zijn vaak aantrekkelijk, maar ook investeringen met langere terugverdientijden kunnen door stijgende energieprijzen interessant worden. Een gedegen besparingsonderzoek helpt u bij het maken van de juiste keuzes.
De transitie van fossiele naar hernieuwbare energiebronnen biedt bedrijven diverse mogelijkheden. Zonne-energie via PV-panelen is voor veel organisaties een toegankelijke eerste stap. Windenergie is vooral interessant voor bedrijven met voldoende buitenruimte of via deelname in windprojecten. Warmtepompen bieden een efficiënte oplossing voor verwarming en koeling, met een rendement dat 3 tot 5 keer hoger ligt dan traditionele verwarmingssystemen.
Bij het overwegen van eigen opwekking versus inkoop van groene energie zijn verschillende factoren belangrijk. Eigen opwekking geeft u controle over uw energievoorziening en beschermt tegen prijsschommelingen. Bij beperkte investeringsruimte of gebrek aan geschikte locaties kan de inkoop van groene energie via garanties van oorsprong (GvO’s) een alternatief zijn. Een combinatie is vaak optimaal: eigen opwekking waar mogelijk, aangevuld met ingekochte groene energie.
De impact van hernieuwbare energiemaatregelen op uw CO2-voetafdruk is significant. Door over te stappen van grijze naar groene stroom kunt u de uitstoot gerelateerd aan elektriciteitsverbruik vrijwel tot nul reduceren. Voor bedrijven die rapporteren volgens de CO2-prestatieladder of andere duurzaamheidsstandaarden, is dit een belangrijke stap in het verduurzamen van de bedrijfsvoering.
De Nederlandse energiewetgeving stelt verschillende verplichtingen aan bedrijven. De informatieplicht energiebesparing geldt voor bedrijven met een jaarlijks elektriciteitsverbruik vanaf 50.000 kWh of 25.000 m³ aardgas. Deze bedrijven moeten rapporteren welke energiebesparende maatregelen ze hebben genomen. De erkende maatregelenlijsten (EML) geven per branche aan welke maatregelen verplicht zijn als ze een terugverdientijd hebben van vijf jaar of minder.
Voor gebouwen gelden energielabel-verplichtingen. Kantoorgebouwen moeten vanaf 2023 minimaal energielabel C hebben, en vanaf 2030 wordt dit label A. Bij niet-naleving van deze verplichtingen kunnen toezichthouders handhavend optreden, met boetes tot wel €20.000 of zelfs tijdelijke sluiting van gebouwen die niet aan de eisen voldoen.
De verplichtingen verschillen per sector en bedrijfsgrootte. Grotere bedrijven (>250 medewerkers) vallen onder de EED-auditplicht, terwijl kleinere bedrijven te maken hebben met de informatieplicht energiebesparing. Energieintensieve sectoren zoals industrie en glastuinbouw hebben vaak branchespecifieke afspraken en verplichtingen. Het is belangrijk om te weten welke wetgeving voor uw specifieke situatie geldt om boetes en andere sancties te voorkomen.
Een effectieve aanpak van energiemaatregelen begint met een gedegen voorbereiding. Start met het opstellen van een energierapport op basis van een energie-audit. Identificeer hierin de grootste verbruikers en besparingskansen. Prioriteer vervolgens de maatregelen op basis van impact, investeringskosten en terugverdientijd. Stel een concreet implementatieplan op met duidelijke doelstellingen, verantwoordelijkheden en tijdslijnen.
Voor het creëren van draagvlak is communicatie essentieel. Betrek het management vroeg in het proces en maak de voordelen zichtbaar in termen van kostenbesparingen, compliance en duurzaamheidsambities. Betrek medewerkers door hen te informeren en te trainen in energiebewust gedrag. Overweeg om een energieteam samen te stellen met vertegenwoordigers uit verschillende afdelingen die het energiebesparingsproces kunnen aanjagen.
Voor een gestructureerde aanpak is het nuttig om met checklists en tijdlijnen te werken. Monitor de voortgang en resultaten van de implementatie regelmatig en stel bij waar nodig. Vier successen en deel ervaringen binnen de organisatie. Bij Energy-Check helpen wij u graag bij elke stap van dit proces. Wilt u meer weten over hoe wij u kunnen ondersteunen bij het identificeren en implementeren van energiemaatregelen? Neem dan contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.
Delen:


Onze energie specialisten beantwoorden jouw vragen
Ontdek hoe wij bedrijven in elke sector helpen energie te besparen en kosten te verlagen.
De CO₂-Prestatieladder staat in 2026 voor een belangrijke verandering. Deze wijzigingen raken niet alleen de structuur van het certificatiesysteem, maar beïnvloeden ook hoe organisaties hun...
De CO₂-Prestatieladder wordt steeds belangrijker voor organisaties die willen voldoen aan nieuwe Europese regelgeving en hun duurzaamheidsdoelstellingen willen behalen. Vanaf oktober 2027 moeten bedrijven met...
De CO₂-Prestatieladder speelt een steeds belangrijkere rol in Nederlandse aanbestedingen, vooral binnen de infrastructuur- en bouwsector. Dit certificeringssysteem beoordeelt hoe bedrijven omgaan met CO₂-reductie en...