Hoe past u ERE toe op een gemengd wagenpark?

Vlootbeheerder naast elektrische auto bij laadpaal en dieselbus op bedrijfsparkeerplaats, gemengde vloot vergelijking.

Bij een gemengd wagenpark past u ERE toe door per voertuigcategorie het brandstofverbruik en de emissies afzonderlijk te registreren en vervolgens samen te voegen in één rapportage richting de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). De ERE-systematiek maakt onderscheid tussen voertuigtypen, brandstofsoorten en eigendomsvormen, wat de rapportage complexer maakt dan bij een homogeen wagenpark. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over ERE-registratie voor gemengde wagenparken.

Welke voertuigen vallen onder de ERE-verplichting?

De ERE-verplichting geldt voor brandstofleveranciers die transportbrandstoffen op de Nederlandse markt brengen, maar als organisatie met een eigen wagenpark kunt u via de ERE-systematiek ook zelf Emissie Reductie Eenheden genereren. Concreet vallen elektrische voertuigen en elektrische bouwmachines die worden opgeladen via uw eigen laadinfrastructuur onder het ERE-regime.

Voor een gemengd wagenpark betekent dit in de praktijk dat niet alle voertuigen in uw vloot bijdragen aan ERE-opbrengsten. De relevante voertuigcategorieën zijn:

  • Volledig elektrische personenauto’s en bestelwagens die worden opgeladen via uw eigen laadpalen
  • Elektrische bouwmachines en werktuigen die worden aangesloten op uw laadinfrastructuur
  • Plug-in hybride voertuigen (PHEV), waarbij alleen het elektrisch opgeladen gedeelte in aanmerking komt
  • Elektrische bussen en zware voertuigen, mits opgeladen via een geregistreerde laadinstallatie

Voertuigen die rijden op diesel, benzine, LPG of aardgas vallen buiten de ERE-berekening voor uw eigen organisatie. Zij zijn wel relevant voor de totale emissieregistratie van uw wagenpark, maar genereren geen ERE-opbrengsten via laadpalen.

Hoe bereken je brandstofverbruik en emissies per voertuigtype?

U berekent brandstofverbruik en emissies per voertuigtype door de werkelijk verbruikte energie of brandstof per categorie bij te houden en te vermenigvuldigen met de geldende emissiefactoren. Voor elektrische voertuigen baseert u de berekening op het gemeten laadverbruik in kilowattuur (kWh), terwijl u voor fossiele voertuigen uitgaat van de getankte liters en de bijbehorende CO₂-emissiefactor.

Voor de ERE-registratie van elektrische voertuigen geldt een specifieke aanpak. De NEa hanteert een vaste rekenformule waarbij het geladen kWh-volume wordt omgezet naar een equivalent in megajoule (MJ). Vervolgens wordt op basis van de herkomst van de elektriciteit bepaald hoeveel ERE-eenheden uw laadactiviteit vertegenwoordigt. Laadpalen die zijn aangesloten op hernieuwbare energie leveren meer ERE-opbrengst op dan palen die draaien op grijze stroom.

Voor de fossiele voertuigen in uw gemengde wagenpark gebruikt u de brandstofafrekeningen van uw tankpasaanbieder als databron. Koppel deze gegevens aan het kenteken of de voertuigcategorie, zodat u achteraf kunt aantonen welk verbruik aan welk voertuigtype toebehoort. Dit is ook relevant voor de verplichte energie-audit als uw organisatie meer dan 250 medewerkers heeft.

Hoe combineer je gegevens van lease- en eigen voertuigen in één rapportage?

U combineert gegevens van lease- en eigen voertuigen in één ERE-rapportage door per voertuig de eigendomsvorm vast te leggen en de verantwoordelijkheid voor de laaddata eenduidig te beleggen. Het cruciale onderscheid zit in wie de laadinfrastructuur beheert: als de laadpaal van uw organisatie is, kunt u de ERE-opbrengst claimen, ongeacht of het voertuig eigendom of lease is.

In de praktijk levert dit een aantal aandachtspunten op bij gemengde wagenparken:

  1. Bepaal per laadpunt wie de exploitant is. Alleen de exploitant van de laadinstallatie mag de ERE-opbrengst inboeken. Bij thuisladen via een door de werkgever geplaatste laadpaal ligt de exploitatie doorgaans bij de werkgever.
  2. Verzamel laaddata per laadpunt en koppel deze aan een voertuig-ID. Gebruik de data-export van uw laadpasaanbieder of laadbeheersysteem als primaire bron.
  3. Vraag bij de leasemaatschappij de brandstofdata op voor fossiele leasevoertuigen. De meeste grote leasemaatschappijen leveren dit op kentekenniveau aan.
  4. Verifieer de volledigheid van de dataset door het totale verbruik te vergelijken met de kilometerstaten of ritregistraties.
  5. Leg de gecombineerde dataset vast in het format dat de NEa vereist en bewaar de onderliggende brondata minimaal vijf jaar voor controledoeleinden.

Organisaties die zowel eigen voertuigen als leasevoertuigen inzetten, merken vaak dat de dataverzameling meer tijd kost dan de berekening zelf. Een gestructureerde aanpak aan het begin van het rapportagejaar voorkomt dat u achteraf met ontbrekende gegevens zit.

Wat zijn de meest gemaakte fouten bij ERE voor gemengde wagenparken?

De meest gemaakte fouten bij ERE-registratie voor gemengde wagenparken zijn het dubbel claimen van laadvolumes, het ontbreken van een gekalibreerde meetinstallatie en het niet correct splitsen van laaddata tussen zakelijk en privégebruik. Deze fouten leiden tot afwijzingen door de NEa of tot een lagere ERE-opbrengst dan mogelijk is.

Andere veelvoorkomende knelpunten zijn:

  • Geen geaccrediteerde inboekdienstverlener inschakelen, waardoor de ERE-opbrengst niet wordt verzilverd
  • Onjuiste categorisering van plug-in hybrides, waarbij het volledige verbruik wordt opgegeven in plaats van alleen het elektrisch geladen deel
  • Laaddata van openbare laadpalen meenemen die niet in uw beheer zijn, wat niet is toegestaan
  • Verouderde emissiefactoren gebruiken, terwijl de NEa deze jaarlijks actualiseert
  • Geen aansluiting op een inboeksysteem, waardoor ERE-rechten verlopen zonder dat er inkomsten worden gegenereerd

Veel organisaties lopen jaarlijks aanzienlijke ERE-opbrengsten mis doordat zij niet zijn aangesloten op een inboekdienst. Meer informatie over hoe u dit kunt voorkomen, vindt u op de pagina over ERE-vergoeding voor laadpalen.

Wanneer is een energieadviseur verplicht of zinvol bij ERE?

Een energieadviseur is verplicht bij ERE-registratie als uw organisatie wettelijk verplicht is tot een erkende energie-audit en het wagenpark onderdeel uitmaakt van uw totale energieverbruik. Daarnaast is professionele begeleiding zinvol zodra uw wagenpark meer dan tien elektrische voertuigen omvat of zodra u laadpalen beheert op meerdere locaties, omdat de administratieve complexiteit dan sterk toeneemt.

Voor kleinere organisaties met een eenvoudig wagenpark is zelfregistratie in principe mogelijk, maar de kans op fouten is aanzienlijk. Een erkende inboekdienstverlener neemt niet alleen de administratieve last weg, maar zorgt ook dat u het maximale uit uw ERE-rechten haalt door correcte categorisering en tijdige inboeking.

Organisaties die vallen onder de Erkende Maatregelenlijst of de EED-auditplicht doen er goed aan om hun ERE-rapportage te integreren in de bredere energieboekhouding. Op die manier dient één dataset meerdere rapportageverplichtingen tegelijk, wat de totale administratieve last verlaagt.

Hoe Energy-Check helpt met ERE-registratie voor uw wagenpark

Energy-Check verzorgt de volledige ERE-registratie van A tot Z voor organisaties met eigen laadpalen, inclusief gemengde wagenparken met zowel elektrische als fossiele voertuigen. Als geaccrediteerde inboekdienstverlener neemt Energy-Check de volledige administratie en conforme rapportage richting de NEa over, zodat u geen administratieve handelingen hoeft te verrichten. Energy-Check communiceert een ERE-vergoeding vanaf €0,13 per kWh, die kan oplopen tot €0,26 per kWh, afhankelijk van de marktomstandigheden en de samenstelling van uw wagenpark.

Wat Energy-Check voor uw organisatie doet:

  • Inventarisatie van alle laadpunten en voertuigcategorieën in uw wagenpark
  • Correcte splitsing van laaddata tussen elektrische, hybride en fossiele voertuigen
  • Tijdige inboeking van ERE-eenheden zodat u geen opbrengsten misloopt
  • Integratie van ERE-rapportage met eventuele energie-auditverplichtingen
  • Onafhankelijk advies zonder commercieel belang bij een specifieke leverancier of leasemaatschappij

Wilt u weten hoeveel ERE-opbrengst uw wagenpark genereert en wat u momenteel mogelijk misloopt? Neem contact op met Energy-Check voor een vrijblijvende inventarisatie.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt het voordat ERE-eenheden worden uitbetaald na inboeking?

Na correcte inboeking bij de NEa duurt het doorgaans enkele weken tot maanden voordat de ERE-eenheden worden verhandeld en de opbrengst wordt uitgekeerd, afhankelijk van de marktprijs en het gekozen inboekmoment. De NEa verwerkt ingediende data periodiek, waardoor tijdige en volledige aanlevering van laaddata cruciaal is om geen uitbetalingsronde te missen. Een erkende inboekdienstverlener zoals Energy-Check bewaakt deze deadlines voor u.

Mag ik ERE-opbrengsten claimen voor voertuigen die ook privé worden opgeladen thuis?

Ja, maar uitsluitend voor het deel van de laadactiviteit dat plaatsvindt via een laadpaal die door uw organisatie wordt geëxploiteerd, zoals een door de werkgever geplaatste thuislaadpaal. Laadactiviteiten via een privé-laadpaal die eigendom is van de werknemer zelf, vallen buiten uw ERE-aanspraak. Het is essentieel om thuisladen via werkgeverseigendom duidelijk te scheiden van privé-laadactiviteiten in uw administratie.

Wat gebeurt er als mijn laaddata niet volledig is of er gaten zitten in de registratie?

Ontbrekende of incomplete laaddata leidt ertoe dat de NEa de betreffende periode niet erkent voor ERE-berekening, waardoor u opbrengsten misloopt die achteraf niet meer kunnen worden teruggevorderd. Het is daarom sterk aan te raden om maandelijks een controle uit te voeren op de volledigheid van uw laaddata en eventuele hiaten direct te signaleren bij uw laadbeheersysteem of inboekdienstverlener. Preventief monitoren is effectiever dan achteraf herstellen.

Kan ik ook ERE-opbrengsten genereren als mijn laadpalen worden gebruikt door bezoekers of derden?

Dat hangt af van wie de exploitant van de laadinstallatie is: als uw organisatie de laadpaal beheert en exploiteert, kunt u in principe de ERE-opbrengst claimen voor alle laadactiviteiten op die paal, ook van derden. Wel moet u kunnen aantonen dat het laadvolume correct is gemeten via een gecalibreerde meetinstallatie en dat de data herleidbaar is per laadsessie. Controleer vooraf of uw laadpaalconfiguratie en contractvorm dit toelaten.

Hoe vaak moet ik mijn ERE-registratie indienen bij de NEa?

De ERE-rapportage verloopt op jaarbasis, maar de dataverzameling en verificatie dienen continu en gestructureerd te gebeuren gedurende het hele rapportagejaar. Wacht u tot het einde van het jaar met het verzamelen van laaddata, dan loopt u een groot risico op ontbrekende gegevens of fouten die niet meer te corrigeren zijn. Een maandelijkse of kwartaalcontrole van uw laad- en brandstofdata is de meest betrouwbare aanpak.

Wat is de financiële opbrengst van ERE per geladen kilowattuur, en is dat de moeite waard?

De ERE-opbrengst per kWh varieert afhankelijk van de marktprijs voor ERE-eenheden, die wordt bepaald door vraag en aanbod op de Nederlandse markt. In de praktijk kan de opbrengst oplopen tot enkele honderden tot duizenden euro’s per jaar voor organisaties met een middelgroot elektrisch wagenpark, wat de administratieve investering ruimschoots rechtvaardigt. Voor een concrete inschatting op basis van uw eigen wagenpark kunt u een vrijblijvende inventarisatie aanvragen bij Energy-Check.

Wat moet ik regelen als ik nieuw begin met ERE-registratie voor mijn bestaande wagenpark?

Als startpunt inventariseert u welke laadpalen u beheert, welke voertuigen hierop worden aangesloten en of uw meetapparatuur voldoet aan de kalibratievereisten van de NEa. Vervolgens sluit u zich aan bij een geaccrediteerde inboekdienstverlener die uw laaddata koppelt aan het NEa-systeem en de ERE-eenheden namens u inboekt. Houd er rekening mee dat ERE-rechten niet met terugwerkende kracht kunnen worden geclaimd, dus hoe eerder u start, hoe meer opbrengst u veiligstelt.

Gerelateerde artikelen