Is de ERE-regeling al van kracht?

Nederlands compliance document voor zonne-energie op kantoorbureau, naast miniatuur zonnepaneel, pen op papieren in warm middaglicht.

De ERE-regeling is inmiddels officieel van kracht. Organisaties met laadpalen voor elektrische voertuigen kunnen nu direct profiteren van de regeling door zich aan te sluiten op een geaccrediteerde inboekdienst. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over de ERE-regeling, van de doelgroep tot de gevolgen van niet-naleving.

Wanneer is de ERE-regeling officieel ingegaan?

De ERE-regeling is van kracht. Organisaties die laadinfrastructuur exploiteren voor elektrische voertuigen kunnen zich nu aanmelden en direct aanspraak maken op ERE-opbrengsten. Wie nog niet is aangesloten, loopt al inkomsten mis over de periode dat de regeling actief is.

De ERE-regeling, wat staat voor Emissiereductie-eenheden, vloeit voort uit Europese klimaatverplichtingen en de bredere transitie naar zakelijk elektrisch rijden. Via de regeling kunnen organisaties die elektrisch laden faciliteren een vergoeding ontvangen in de vorm van ERE-credits, die vervolgens verhandelbaar zijn. Voor actuele informatie over uitvoering en vereisten is het raadzaam de communicatie van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat actief te volgen.

Welke organisaties vallen onder de ERE-regeling?

De ERE-regeling richt zich op organisaties die laadinfrastructuur exploiteren voor elektrische voertuigen of elektrische bouwmachines. Dit omvat zowel bedrijven met eigen laadpalen op hun terrein als organisaties die publiek toegankelijke laadpunten beheren.

Concreet gaat het om de volgende typen organisaties:

  • Bedrijven met eigen laadpalen voor zakelijk wagenpark
  • Vastgoedeigenaren en kantoorbeheerders met laadinfrastructuur
  • Zorginstellingen, onderwijsinstellingen en non-profitorganisaties met elektrische voertuigen
  • Productiebedrijven die elektrische bouwmachines of heftrucks opladen
  • Laadpuntoperatoren die publieke laadpunten beheren

De ERE-regeling is nadrukkelijk bedoeld voor organisaties die daadwerkelijk elektrisch laden faciliteren en dit kunnen aantonen via geregistreerde laaddata. Kleinschalige particuliere situaties vallen buiten de scope van de regeling.

Wat moet een organisatie aantonen om aan de ERE-regeling te voldoen?

Om in aanmerking te komen voor ERE-opbrengsten moet een organisatie kunnen aantonen dat er daadwerkelijk elektrisch is geladen via gecertificeerde en geregistreerde laadpunten. De kern van de vereisten draait om betrouwbare dataverzameling en conforme rapportage richting de NEa.

De belangrijkste aantoonbaarheidsvereisten zijn:

  1. Registratie van laadpunten: De laadpalen moeten zijn aangemeld bij de bevoegde autoriteit en voldoen aan de technische eisen voor ERE-registratie.
  2. Meetbare laaddata: Elke laadsessie moet worden geregistreerd, inclusief tijdstip, hoeveelheid geladen energie en het bijbehorende voertuig of laadpunt.
  3. Aansluiting op een inboekdienst: De verzamelde data moet via een geaccrediteerde inboekdienstverlener worden aangeleverd aan de NEa. Organisaties die dit niet hebben geregeld, lopen ERE-opbrengsten mis.
  4. Conforme rapportage: De rapportage moet voldoen aan de door de NEa gestelde eisen voor periodiciteit en nauwkeurigheid.

Het correct inrichten van dit proces vraagt om technische kennis van laadinfrastructuur en administratieve kennis van de rapportagevereisten. Veel organisaties kiezen er daarom voor dit uit te besteden aan een geaccrediteerde ERE-dienstverlener.

Wat zijn de gevolgen als een bedrijf niet voldoet aan de ERE-regeling?

Als een organisatie niet voldoet aan de ERE-regeling, loopt zij financiële opbrengsten mis die nu al worden opgebouwd. De ERE-vergoeding voor laadpalen kan jaarlijks oplopen tot duizenden euro’s, afhankelijk van het volume aan geladen energie. Daarnaast gelden er administratieve verplichtingen waaraan niet-geregistreerde organisaties niet kunnen voldoen.

Het niet aansluiten op een inboekdienst heeft geen directe boete als gevolg, maar de gemiste inkomsten zijn reëel en cumulatief. Elke laadsessie die niet is geregistreerd, levert geen ERE-credits op. Naarmate de marktwaarde van ERE-credits zich verder stabiliseert, wordt dit gemis steeds groter.

Bovendien geldt dat organisaties die later instappen mogelijk te maken krijgen met een achterstand in registratie en administratie, wat de aanvraagprocedure complexer maakt. Direct handelen is dan ook de meest verstandige keuze.

Hoe verhoudt de ERE-regeling zich tot de EED en de informatieplicht?

De ERE-regeling staat los van de Energy Efficiency Directive (EED) en de energie-informatieplicht, maar alle drie de verplichtingen raken aan hetzelfde thema: inzicht in en verantwoording over energiegebruik. Waar de EED en de informatieplicht gericht zijn op het rapporteren en reduceren van energieverbruik, is de ERE-regeling specifiek gericht op het verrekenen van emissiebesparingen door zakelijk elektrisch rijden.

De EED verplicht grote ondernemingen (meer dan 250 medewerkers of een jaaromzet boven 50 miljoen euro) tot een periodieke energie-audit. De informatieplicht verplicht organisaties met een significant energieverbruik om erkende maatregelen te treffen en hierover te rapporteren. De ERE-regeling voegt hier een nieuwe laag aan toe: organisaties die investeren in laadinfrastructuur kunnen via ERE-registratie ook financieel profiteren van hun bijdrage aan de energietransitie.

Voor organisaties die al te maken hebben met de EED of de informatieplicht, is de ERE-regeling een logische aanvulling op hun energiebeheer. De benodigde data-infrastructuur voor ERE-rapportage overlapt deels met wat al vereist is voor andere verplichtingen, wat de administratieve last beperkt.

Welke stappen kan een organisatie nu zetten?

Nu de ERE-regeling van kracht is, is het zaak om zo snel mogelijk aan te sluiten. Elke maand zonder registratie betekent gemiste ERE-credits. De volgende stappen zijn direct uitvoerbaar:

  • Breng in kaart welke laadpalen u in gebruik heeft en of deze voldoen aan de technische vereisten voor ERE-registratie
  • Controleer of uw laadpalen voorzien zijn van een meetinrichting die laaddata per sessie registreert
  • Oriënteer u op geaccrediteerde inboekdienstverleners en vergelijk hun aanbod
  • Stel intern vast wie verantwoordelijk is voor de ERE-administratie en rapportage
  • Volg de communicatie van de NEa om op de hoogte te blijven van eventuele wijzigingen in de uitvoering

Organisaties die hun laadinfrastructuur nu correct inrichten en aansluiten op een inboekdienst, kunnen direct ERE-credits genereren en verzilveren.

Hoe Energy-Check helpt met ERE-registratie voor uw laadpalen

Energy-Check verzorgt de volledige ERE-registratie van A tot Z voor organisaties met eigen laadpalen voor elektrische voertuigen of elektrische bouwmachines. Als geaccrediteerde inboekdienstverlener neemt Energy-Check alle administratieve en rapportageverplichtingen richting de NEa over, zodat u zelf geen handelingen hoeft te verrichten.

Wat Energy-Check voor u regelt:

  • Registratie van uw laadpunten bij de bevoegde autoriteit
  • Verzameling en verwerking van laaddata per sessie
  • Conforme rapportage richting de Nederlandse Emissieautoriteit
  • Maximalisatie van uw ERE-opbrengsten zonder administratieve last

Veel organisaties lopen jaarlijks duizenden euro’s aan ERE-vergoedingen mis doordat zij niet zijn aangesloten op een inboekdienst. Energy-Check communiceert een ERE-vergoeding die start vanaf €0,13 per kWh en kan oplopen tot €0,26 per kWh, afhankelijk van het volume aan geladen energie en de marktomstandigheden. Energy-Check zorgt ervoor dat uw laadinfrastructuur volledig rendeert. Wilt u weten wat de ERE-regeling voor uw organisatie kan opleveren? Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.

Veelgestelde vragen

Hoe hoog is de financiële opbrengst van ERE-credits precies, en waar hangt dat van af?

De hoogte van de ERE-opbrengst is afhankelijk van het totale volume aan geladen energie (in kWh) dat uw organisatie registreert, gecombineerd met de marktwaarde van ERE-credits op het moment van verhandeling. Hoe meer elektrisch wordt geladen via gecertificeerde laadpunten, hoe meer credits worden gegenereerd. Omdat de marktwaarde van ERE-credits nog in ontwikkeling is, is een exacte prognose nu lastig te geven — maar voor organisaties met een omvangrijk wagenpark of meerdere laadpunten kan dit jaarlijks oplopen tot aanzienlijke bedragen.

Wat als mijn laadpalen technisch niet voldoen aan de ERE-vereisten — kan ik ze laten aanpassen?

Ja, in veel gevallen kunnen bestaande laadpalen worden aangepast of uitgebreid met de juiste meetinrichting om te voldoen aan de ERE-registratievereisten. De eerste stap is een technische inventarisatie van uw huidige laadinfrastructuur om te bepalen welke aanpassingen nodig zijn. Een geaccrediteerde ERE-dienstverlener of uw laadpaalinstallateur kan u adviseren over de meest kostenefficiënte route naar compliance.

Kunnen meerdere organisaties die gebruikmaken van dezelfde laadpalen samen ERE-credits aanvragen?

In principe is de ERE-registratie gekoppeld aan de exploitant van de laadinfrastructuur — degene die de laadpalen beheert en de laaddata kan aantonen. Als meerdere organisaties gebruikmaken van dezelfde laadpunten, is het belangrijk vooraf duidelijke afspraken te maken over wie als exploitant wordt geregistreerd en hoe eventuele opbrengsten worden verdeeld. Een ERE-dienstverlener kan helpen bij het juridisch en administratief correct inrichten van een dergelijke constructie.

Is de ERE-regeling ook van toepassing op thuislaadpalen van werknemers die zakelijk rijden?

De ERE-regeling richt zich primair op organisaties die laadinfrastructuur exploiteren, zoals laadpunten op bedrijfsterreinen of publiek toegankelijke locaties. Thuislaadpalen van werknemers vallen in de meeste gevallen buiten de directe scope, tenzij de werkgever deze laadpunten formeel exploiteert en de laaddata centraal registreert. Raadpleeg de actuele regelgeving van de NEa voor meer duidelijkheid over thuislaadsituaties en inventariseer alvast hoeveel werknemers zakelijk thuisladen.

Wat gebeurt er met laaddata die is verzameld vóór de officiële inwerkingtreding van de ERE-regeling?

Het is nog niet definitief vastgesteld of historische laaddata — verzameld vóór de officiële ingangsdatum — met terugwerkende kracht kan worden ingebracht voor ERE-credits. Dit is een belangrijk aandachtspunt om te volgen in de communicatie van de NEa. Organisaties doen er verstandig aan hun laaddata zorgvuldig te bewaren, zodat zij bij een eventuele terugwerkende kracht direct over de benodigde gegevens beschikken.

Hoe kies ik de juiste inboekdienstverlener voor mijn organisatie?

Let bij de keuze van een inboekdienstverlener op accreditatie door de bevoegde autoriteit, transparantie over kosten en verdeling van ERE-opbrengsten, en de mate waarin zij het proces volledig uit handen nemen. Vraag ook naar hun ervaring met organisaties van vergelijkbare omvang en laadinfrastructuur. Vergelijk minimaal twee of drie aanbieders op deze punten voordat u een keuze maakt, en let goed op de contractvoorwaarden rondom looptijd en opzegtermijnen.

Heeft de ERE-regeling ook gevolgen voor mijn duurzaamheidsrapportage of CO2-footprint?

De ERE-regeling levert primair financiële opbrengsten op via verhandelbare credits, maar de onderliggende data — het aantoonbaar faciliteren van emissievrij rijden — kan ook waardevol zijn voor uw duurzaamheidsrapportage en CO2-reductiedoelstellingen. Organisaties die al rapporteren in het kader van CSRD, ISO 14001 of eigen ESG-doelstellingen kunnen de ERE-data gebruiken als onderbouwing van hun klimaatinspanningen. Dit maakt de ERE-registratie een investering die verder reikt dan alleen de financiële opbrengst.

Gerelateerde artikelen

Deze inhoud is gegenereerd met behulp van AI en kan fouten bevatten.

Delen:

Onze energie specialisten beantwoorden jouw vragen