Kan ik ERE-certificaten met terugwerkende kracht registreren?

Verouderde papieren kalender met rood omcirkelde datums onder een officieel energiecertificaat op een zakelijk bureau, klein groen plantje op de achtergrond.

ERE-certificaten met terugwerkende kracht registreren is in de meeste gevallen niet mogelijk. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) hanteert strikte registratiedeadlines, en wie die mist, loopt de bijbehorende vergoeding in de meeste gevallen definitief mis. Er zijn beperkte uitzonderingen, maar die gelden alleen onder specifieke omstandigheden en vereisen een formele aanvraag. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over ERE-registratie, deadlines en wat u kunt doen als u een termijn heeft gemist.

Wat is de registratiedeadline voor ERE-certificaten?

De registratiedeadline voor ERE-certificaten valt jaarlijks op 31 maart van het jaar volgend op het kalenderjaar waarover u rapporteert. Voor het jaar 2025 geldt dus 31 maart 2026 als uiterste inboekdatum bij de NEa. Na deze datum accepteert de NEa in principe geen nieuwe registraties meer voor het betreffende verslagjaar.

Het ERE-systeem (Emissie Reductie Eenheden) is gekoppeld aan de jaarverplichting voor brandstofleveranciers op grond van de Wet milieubeheer. Organisaties die elektrisch rijden zakelijk faciliteren via eigen laadpalen kunnen via een geaccrediteerde inboekdienstverlener hun laaddata laten omzetten in ERE-certificaten. Die certificaten worden vervolgens verkocht aan brandstofleveranciers, wat resulteert in een directe financiële opbrengst voor de organisatie.

Omdat de jaarverplichting voor brandstofleveranciers ook een harde deadline kent, werkt de NEa met een gesloten systeem: na 31 maart worden geen nieuwe inboekingen meer verwerkt voor het voorgaande jaar. Dit maakt tijdige aanmelding bij een inboekdienst cruciaal voor het realiseren van zakelijk rendement op laadpalen.

Onder welke voorwaarden is terugwerkende registratie toegestaan?

Terugwerkende ERE-registratie is uitsluitend toegestaan wanneer de NEa een formele uitzondering verleent. Dit gebeurt alleen in gevallen van aantoonbare overmacht of een administratieve fout aan de kant van de NEa zelf. Organisaties die simpelweg de deadline hebben gemist door gebrek aan bekendheid met de ERE-regeling of een late aanmelding, komen hier doorgaans niet voor in aanmerking.

De voorwaarden waaronder een uitzondering mogelijk is, zijn streng:

  • Er is sprake van een technische storing aan de zijde van de NEa die tijdige inboeking heeft verhinderd
  • Er is aantoonbaar bewijs dat de laaddata tijdig is aangeleverd maar door een fout in het systeem niet is verwerkt
  • Er is een juridisch erkende situatie van overmacht, zoals een calamiteit die de bedrijfsvoering volledig heeft stilgelegd
  • De fout is te herleiden tot een handeling of nalaten van de NEa zelf

Situaties zoals het te laat inschakelen van een inboekdienstverlener, onvoldoende interne administratie of onbekendheid met de ERE-vergoeding voor laadpalen worden door de NEa niet als geldige reden beschouwd voor terugwerkende registratie. Het is dan ook raadzaam om ruim voor de deadline te starten met de voorbereiding van uw ERE-registratie voor laadpalen.

Hoe vraag je een uitzondering aan voor gemiste registratie?

Een uitzondering voor gemiste ERE-registratie vraagt u aan via een formeel bezwaarschrift of een verzoek tot heroverweging bij de NEa. Dit verzoek moet schriftelijk worden ingediend, voorzien van een gedetailleerde onderbouwing en ondersteunend bewijsmateriaal. De NEa beoordeelt elk verzoek individueel, maar de lat ligt hoog.

Volg hierbij de volgende stappen:

  1. Documenteer de situatie volledig: Verzamel alle relevante correspondentie, systeemlogboeken en interne notities die aantonen wat er is misgegaan en wanneer.
  2. Stel een formeel verzoek op: Beschrijf de omstandigheid die terugwerkende registratie rechtvaardigt, verwijs naar de toepasselijke regelgeving en geef aan welke laaddata alsnog moet worden ingeboekt.
  3. Dien het verzoek zo snel mogelijk in: Hoe langer u wacht na het missen van de deadline, hoe kleiner de kans dat de NEa het verzoek in behandeling neemt.
  4. Schakel juridische of technische ondersteuning in: Bij complexe gevallen is het verstandig een adviseur in te schakelen die bekend is met de NEa-procedures en uitleg kan geven over de ERE-regeling in de context van uw specifieke situatie.
  5. Bereid u voor op afwijzing: Overweeg alvast welke alternatieve stappen u kunt zetten als het verzoek wordt afgewezen, zodat u het komende jaar niet opnieuw in dezelfde situatie terechtkomt.

Een positieve uitkomst is uitzondering, niet de regel. De NEa heeft de bevoegdheid om verzoeken zonder uitgebreide toelichting af te wijzen als niet aan de strikte voorwaarden is voldaan.

Wat zijn de gevolgen van te laat registreren?

De belangrijkste consequentie van te laat registreren is het definitief mislopen van de ERE-vergoeding over het betreffende jaar. ERE-certificaten die niet tijdig zijn ingeboekt, worden niet erkend en kunnen niet worden overgedragen aan brandstofleveranciers. De financiële schade kan aanzienlijk zijn, zeker voor organisaties met een groot aantal laadpunten of hoge laadvolumes.

Naast het directe inkomstenverlies zijn er ook indirecte gevolgen:

  • Gemiste opbrengsten kunnen niet worden gecompenseerd in een volgend registratiejaar
  • Laaddata uit het gemiste jaar vervalt en heeft geen waarde meer binnen het ERE-systeem
  • Organisaties die elektrisch rijden zakelijk willen stimuleren, missen een concrete financiële prikkel om dat te blijven doen
  • Herhaaldelijk missen van deadlines kan de relatie met de NEa bemoeilijken bij toekomstige registraties

Voor middelgrote en grote organisaties met meerdere laadpalen kan het jaarlijkse verlies oplopen tot duizenden euro’s. Juist omdat de ERE-vergoeding voor laadpalen een structurele inkomstenstroom kan zijn, weegt het missen van een deadline zwaar op het totale rendement van de laadinfrastructuur.

Hoe voorkom je registratieproblemen bij ERE-certificaten?

Registratieproblemen bij ERE-certificaten voorkomen begint met tijdige aansluiting bij een geaccrediteerde inboekdienstverlener en het inrichten van een betrouwbaar systeem voor laaddataverzameling. Wie dit vroeg in het jaar organiseert, vermijdt de meeste risico’s rondom de jaarlijkse deadline van 31 maart.

Praktische maatregelen om problemen te voorkomen zijn onder andere:

  • Sluit u ruim voor het einde van het verslagjaar aan bij een erkende inboekdienstverlener die de ERE-registratie voor laadpalen volledig voor u verzorgt
  • Zorg dat uw laadpalen zijn uitgerust met betrouwbare meetsystemen die laaddata automatisch en nauwkeurig registreren
  • Controleer periodiek of de datakoppeling tussen uw laadpalen en de inboekdienst correct functioneert
  • Stel interne herinneringen in voor de aanloop naar de deadline van 31 maart
  • Bewaar alle laaddata en bijbehorende documentatie minimaal vijf jaar voor eventuele controles door de NEa

Door de ERE-registratie voor laadpalen volledig uit te besteden aan een gespecialiseerde partij, elimineert u het risico op gemiste deadlines en administratieve fouten. Een inboekdienstverlener bewaakt de termijnen, verzorgt de rapportage en zorgt dat uw laaddata tijdig en correct wordt ingeboekt bij de NEa.

Hoe Energy-Check helpt met ERE-registratie

Energy-Check verzorgt de volledige ERE-registratie voor organisaties met eigen laadpalen, van dataverzameling tot conforme rapportage aan de NEa. Als geaccrediteerde inboekdienstverlener neemt Energy-Check alle administratieve handelingen over, zodat u zelf geen omkijken heeft naar deadlines, formulieren of technische vereisten. Energy Check communiceert een ERE-vergoeding die begint vanaf €0,13 per kWh en kan oplopen tot €0,26 per kWh, afhankelijk van de marktomstandigheden en het ingeboekte laadvolume.

Wat Energy-Check voor u regelt:

  • Volledige begeleiding bij de aanmelding en inrichting van de ERE-registratie
  • Automatische verwerking van laaddata vanuit uw laadinfrastructuur
  • Tijdige inboeking bij de NEa binnen de wettelijke termijnen
  • Transparante rapportage over de gegenereerde ERE-certificaten en bijbehorende opbrengsten
  • Onafhankelijk advies over het optimaliseren van uw laadinfrastructuur voor maximaal ERE-rendement

Veel organisaties lopen jaarlijks duizenden euro’s aan ERE-opbrengsten mis doordat ze niet zijn aangesloten op een inboekdienst. Energy-Check zorgt dat u dat geld niet laat liggen. Wilt u weten wat ERE-certificaten uw organisatie kunnen opleveren? Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.

Veelgestelde vragen

Kan ik laaddata van meerdere jaren tegelijk laten inboeken als ik de afgelopen jaren geen ERE-registratie heb gedaan?

Nee, dat is helaas niet mogelijk. De NEa hanteert per verslagjaar een afzonderlijke deadline van 31 maart, en gemiste jaren kunnen niet worden samengevoegd of ingehaald in een later registratiejaar. Laaddata uit voorgaande jaren waarvoor de deadline is verstreken, heeft binnen het ERE-systeem geen waarde meer. Het is daarom zaak om zo snel mogelijk aan te sluiten bij een inboekdienstverlener, zodat u in ieder geval het lopende jaar tijdig registreert en geen verdere opbrengsten misloopt.

Hoe weet ik of mijn laadpalen technisch geschikt zijn om laaddata aan te leveren voor ERE-registratie?

Uw laadpalen moeten beschikken over een betrouwbaar meet- en registratiesysteem dat laadvolumes nauwkeurig bijhoudt, doorgaans via een erkend OCPP-protocol of een vergelijkbare gestandaardiseerde koppeling. Een geaccrediteerde inboekdienstverlener zoals Energy-Check kan bij de onboarding beoordelen of uw huidige laadinfrastructuur voldoet aan de technische eisen van de NEa. Als uw laadpalen (nog) niet geschikt zijn, kan de dienstverlener adviseren over de benodigde aanpassingen of aanvullende meetsystemen.

Wat gebeurt er als de laaddata die ik heb aangeleverd achteraf onjuist blijkt te zijn?

Als er fouten worden geconstateerd in de aangeleverde laaddata vóór de inboekdeadline van 31 maart, kunt u in overleg met uw inboekdienstverlener gecorrigeerde data aanleveren. Worden fouten pas ontdekt ná de deadline of na inboeking bij de NEa, dan is correctie een stuk complexer en mogelijk niet meer mogelijk voor het betreffende verslagjaar. Dit onderstreept het belang van periodieke controle van uw datakoppeling gedurende het jaar, in plaats van alles vlak voor de deadline te willen afhandelen.

Moet ik als werkgever toestemming hebben van mijn medewerkers om hun laaddata te gebruiken voor ERE-registratie?

Dit is een veelgestelde vraag, zeker bij organisaties die laadpalen aanbieden als onderdeel van een mobiliteitsbeleid. In de meeste gevallen gaat het om laaddata van bedrijfslaadpalen op eigen terrein, waarbij de data betrekking heeft op het laadpunt zelf en niet op persoonlijke gedragsgegevens van individuele medewerkers. Toch is het verstandig om uw privacybeleid en eventuele personeelsregelingen hierop te controleren en zo nodig af te stemmen met uw HR- of juridische afdeling, zodat u aan de AVG-vereisten voldoet.

Wat is het verschil tussen een geaccrediteerde en een niet-geaccrediteerde inboekdienstverlener, en waarom maakt dat uit?

Alleen geaccrediteerde inboekdienstverleners zijn door de NEa erkend om ERE-certificaten namens organisaties in te boeken. Een niet-geaccrediteerde partij kan uw laaddata wel verzamelen of rapportages opstellen, maar kan de daadwerkelijke inboeking bij de NEa niet uitvoeren, wat betekent dat uw certificaten niet rechtsgeldig worden erkend. Controleer daarom altijd of uw dienstverlener beschikt over de juiste NEa-accreditatie voordat u een samenwerking aangaat, zodat uw ERE-opbrengsten ook daadwerkelijk worden uitbetaald.

Hoe vroeg in het jaar moet ik beginnen met de voorbereidingen voor de ERE-registratie?

Idealiter start u al in het eerste kwartaal van het lopende verslagjaar, dus ruim vóór de deadline van 31 maart van het daaropvolgende jaar. Hoe eerder u aansluit bij een inboekdienstverlener, hoe meer tijd er is om de datakoppeling correct in te richten, eventuele technische problemen op te lossen en de laaddata gedurende het hele jaar betrouwbaar te verzamelen. Wie pas in februari of maart begint, loopt het risico dat technische of administratieve obstakels niet meer op tijd kunnen worden opgelost.

Kan ik ook ERE-certificaten registreren voor laadpalen die niet op mijn eigen terrein staan, maar die ik wel financier of beheer?

De ERE-regeling is specifiek gericht op organisaties die als eigenaar of exploitant van de laadpaal kunnen worden aangemerkt en die de laaddata rechtmatig kunnen aanleveren. Of laadpalen die u financiert maar niet zelf exploiteert onder uw ERE-registratie kunnen vallen, hangt af van de contractuele en juridische verhoudingen. Een geaccrediteerde inboekdienstverlener kan op basis van uw specifieke situatie beoordelen of en hoe deze laadpalen in aanmerking komen, en welke documentatie daarvoor nodig is.

Gerelateerde artikelen

Deze inhoud is gegenereerd met behulp van AI en kan fouten bevatten.

Delen:

Portret van een oudere man met wit haar in een wit Energy Check-poloshirt.

Onze energie specialisten beantwoorden jouw vragen