Wat is een zakelijk ERE-certificaat?

Ingelijst energiecertificaat op kantoor met zonnepaneelmodel en groene plant, warm natuurlijk licht.

Een zakelijk ERE-certificaat is een officieel bewijs dat een organisatie Emissie Reductie Eenheden (ERE) heeft gegenereerd door het laden van elektrische voertuigen of elektrische bouwmachines via eigen laadinfrastructuur. Deze eenheden vertegenwoordigen een meetbare reductie van CO₂-uitstoot en kunnen worden ingeboekt bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). In dit artikel leest u alles over de verplichtingen, het aanvraagproces, de kosten en de geldigheid van een ERE-registratie.

Voor welke bedrijven is een ERE-certificaat verplicht?

Een ERE-certificaat is niet wettelijk verplicht, maar het is een aantrekkelijke mogelijkheid voor bedrijven die beschikken over eigen laadpalen voor elektrische voertuigen of elektrische bouwmachines. Organisaties die brandstofplichtig zijn, zoals grote brandstofleveranciers, zijn wél verplicht om ERE in te leveren. Voor andere bedrijven is het een vrijwillige keuze om extra inkomsten te genereren uit hun laadinfrastructuur.

Bedrijven die het meeste voordeel halen uit een ERE-registratie zijn onder andere:

  • Productiebedrijven en logistieke ondernemingen met een eigen wagenpark van elektrische voertuigen
  • Zorginstellingen en onderwijsinstellingen met laadpalen op het terrein
  • Kantoorpanden en vastgoedeigenaren die laadinfrastructuur aanbieden aan medewerkers of bezoekers
  • Bedrijven met elektrische bouwmachines die regelmatig worden opgeladen op eigen locatie

Hoe meer laadvolume een organisatie verwerkt, hoe hoger de potentiële ERE-opbrengst. Veel bedrijven lopen jaarlijks duizenden euro’s mis doordat zij niet zijn aangesloten op een inboekdienst.

Wat houdt een ERE-certificaat precies in?

Een ERE-certificaat is een geregistreerde eenheid die staat voor één gigajoule aan hernieuwbare of koolstofarme energie die is gebruikt voor het opladen van elektrische voertuigen. De NEa beheert het systeem en kent ERE toe aan partijen die kunnen aantonen dat zij elektriciteit hebben geleverd voor zakelijk elektrisch rijden of voor elektrische bouwmachines.

Het systeem is onderdeel van de Europese richtlijn voor hernieuwbare energie en de Nederlandse implementatie daarvan via de Wet milieubeheer. De gedachte is eenvoudig: bedrijven die bijdragen aan de transitie naar emissievrij transport, ontvangen een financiële vergoeding in de vorm van verhandelbare ERE-eenheden. Brandstofleveranciers die hun wettelijke verplichting niet volledig kunnen invullen met eigen middelen, kopen deze eenheden op de markt op.

Voor een organisatie betekent dit concreet dat elke kilowattuur die via de eigen laadpaal wordt geleverd, kan worden omgezet in een meetbare en verhandelbare waarde. De ERE-vergoeding voor laadpalen is daarmee een directe financiële opbrengst bovenop de normale exploitatie van de laadinfrastructuur.

Hoe verschilt een ERE-certificaat van een EED-audit?

Een ERE-certificaat en een EED-audit zijn twee volledig verschillende instrumenten. Een ERE-certificaat is een registratie van geleverde hernieuwbare energie voor transport, gekoppeld aan een financiële vergoeding. Een EED-audit is een wettelijk verplichte energiedoorlichting op basis van de Europese Energy Efficiency Directive, gericht op het in kaart brengen van het totale energieverbruik van een organisatie.

De belangrijkste verschillen op een rij:

  • Doel: ERE richt zich op het registreren en verhandelen van emissiereducties uit elektrisch laden; een EED-audit brengt energieverbruik en besparingsmogelijkheden in kaart
  • Verplichting: De EED-audit is verplicht voor grote ondernemingen met meer dan 250 medewerkers of een omzet boven de 50 miljoen euro; ERE-registratie is vrijwillig
  • Uitkomst: ERE levert directe inkomsten op; een EED-audit levert aanbevelingen op voor energiebesparing
  • Frequentie: EED-audits zijn verplicht elke vier jaar; ERE-registratie is een doorlopend proces

Beide instrumenten kunnen elkaar aanvullen binnen een bredere energiestrategie. Organisaties die hun energiebeheer structureel willen verbeteren, combineren vaak een EED-audit met actieve deelname aan regelingen zoals ERE.

Hoe vraag je een zakelijk ERE-certificaat aan?

Om ERE te registreren voor uw laadpalen, dient u zich aan te melden als inboekende partij bij de NEa, of u schakelt een geaccrediteerde inboekdienstverlener in die dit proces namens u verzorgt. De aanvraag verloopt via het register van de NEa en vereist nauwkeurige rapportage van de geleverde laadvolumes.

Het aanvraagproces in stappen:

  1. Inventarisatie van laadinfrastructuur: Breng in kaart hoeveel laadpalen u heeft, welk type voertuigen worden geladen en wat het jaarlijkse laadvolume is
  2. Keuze voor directe registratie of inboekdienst: U kunt zelf inboekende partij worden bij de NEa, maar dit vereist administratieve capaciteit en kennis van de regelgeving
  3. Aanmelding bij de NEa: Registreer uw organisatie en laadpunten in het NEa-register met de juiste technische specificaties
  4. Periodieke rapportage: Lever conform de vereisten van de NEa rapportages aan over de geleverde laadvolumes
  5. Inboeking en verhandeling: De gegenereerde ERE-eenheden worden ingeboekt en kunnen vervolgens worden verkocht op de markt

Veel organisaties kiezen ervoor om de ERE-registratie voor laadpalen volledig uit te besteden aan een geaccrediteerde inboekdienstverlener, zodat zij zelf geen administratieve lasten dragen en toch optimaal profiteren van de regeling.

Wat zijn de kosten en baten van een ERE-certificaat?

De kosten van een ERE-registratie bestaan voornamelijk uit de administratieve inspanning en eventuele vergoeding aan een inboekdienstverlener. De baten zijn afhankelijk van het laadvolume en de actuele marktprijs van ERE-eenheden, maar kunnen voor middelgrote en grote organisaties oplopen tot aanzienlijke jaarlijkse bedragen.

Relevante factoren voor de kosten-batenafweging zijn:

  • Laadvolume: Hoe meer kilowattuur u laadt, hoe meer ERE-eenheden u genereert en hoe hoger de opbrengst
  • Marktprijs: De prijs van ERE-eenheden fluctueert op de markt en is afhankelijk van vraag en aanbod
  • Administratiekosten: Zelf registreren vereist interne capaciteit; uitbesteden aan een inboekdienst brengt kosten met zich mee maar elimineert de administratieve last
  • Starttijdstip: Hoe eerder u zich aanmeldt, hoe eerder u begint met het opbouwen van opbrengsten

Voor organisaties met een substantieel laadvolume wegen de baten in de meeste gevallen ruimschoots op tegen de kosten. Bedrijven die al investeren in zakelijk elektrisch rijden, kunnen via ERE een deel van die investering terugverdienen zonder extra inspanning.

Hoe lang is een ERE-certificaat geldig en wat daarna?

ERE-eenheden die worden ingeboekt bij de NEa, hebben een geldigheidsduur die is vastgelegd in de Nederlandse regelgeving. Ingeboekte eenheden moeten binnen het betreffende kalenderjaar worden gebruikt of verhandeld. Na het verstrijken van de geldigheidsperiode vervallen de eenheden en kunnen zij niet meer worden ingezet om aan verplichtingen te voldoen.

Dit betekent dat tijdige en correcte rapportage essentieel is. Organisaties die te laat rapporteren of fouten maken in de administratie, lopen het risico dat ERE-eenheden verlopen en de bijbehorende opbrengst verloren gaat. Een doorlopende registratie via een inboekdienstverlener voorkomt dit risico, omdat de rapportage automatisch en conform de vereisten van de NEa verloopt.

Na het inboeken worden de ERE-eenheden zichtbaar in het NEa-register en kunnen zij worden overgedragen aan brandstofleveranciers of andere verplichtingsplichtige partijen. De organisatie ontvangt vervolgens de afgesproken vergoeding. In 2026 blijft de ERE-regeling een relevante inkomstenbron voor bedrijven die actief investeren in laadinfrastructuur en elektrisch rijden.

Hoe Energy-Check helpt met ERE-registratie

Energy-Check verzorgt de volledige ERE-registratie van A tot Z voor organisaties met eigen laadpalen voor elektrische voertuigen of elektrische bouwmachines. Als geaccrediteerde inboekdienstverlener neemt Energy-Check alle administratieve en rapportageverplichtingen richting de NEa volledig over, zodat u zich kunt richten op uw kernactiviteiten. Energy-Check communiceert een ERE-vergoeding die start vanaf €0,13 per kWh en kan oplopen tot €0,26 per kWh, afhankelijk van het laadvolume en de actuele marktontwikkelingen.

Wat Energy-Check voor u regelt:

  • Volledige aanmelding en registratie van uw laadpunten bij de NEa
  • Doorlopende en conforme rapportage van uw laadvolumes
  • Tijdige inboeking van ERE-eenheden zodat geen opbrengst verloren gaat
  • Transparante afrekening van de gegenereerde ERE-vergoeding
  • Onafhankelijk advies over hoe u uw laadinfrastructuur optimaal benut

Veel organisaties lopen jaarlijks duizenden euro’s mis doordat zij niet zijn aangesloten op een inboekdienst. Energy-Check zorgt ervoor dat u dit geld niet laat liggen. Wilt u weten wat ERE-registratie voor uw organisatie kan opleveren? Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.

Veelgestelde vragen

Kan ik ERE-eenheden met terugwerkende kracht aanvragen voor laadvolumes uit voorgaande jaren?

In de meeste gevallen is het niet mogelijk om ERE-eenheden met terugwerkende kracht te registreren voor laadvolumes uit eerdere kalenderjaren, omdat de geldigheid van ERE-eenheden gebonden is aan het jaar waarin ze zijn gegenereerd. Het is daarom sterk aan te raden om zo snel mogelijk te starten met registratie, zodat u geen toekomstige opbrengsten misloopt. Een geaccrediteerde inboekdienstverlener zoals Energy-Check kan beoordelen of er in uw specifieke situatie nog mogelijkheden zijn voor eerdere perioden.

Wat zijn de meest voorkomende fouten die bedrijven maken bij ERE-registratie?

De meest gemaakte fouten zijn: te laat starten met de registratie waardoor laadvolumes al verloren zijn gegaan, onvolledige of onjuiste technische specificaties van laadpunten opgeven in het NEa-register, en het niet tijdig aanleveren van periodieke rapportages waardoor ERE-eenheden verlopen. Daarnaast onderschatten veel organisaties de administratieve complexiteit van zelfstandige registratie. Uitbesteden aan een gespecialiseerde inboekdienstverlener elimineert vrijwel al deze risico’s.

Mijn bedrijf heeft zowel laadpalen voor medewerkers als voor bezoekers. Kunnen beide worden meegenomen in de ERE-registratie?

Ja, in principe kunnen zowel laadpalen voor medewerkers als voor bezoekers worden meegenomen in de ERE-registratie, mits het laadvolume correct en aantoonbaar wordt bijgehouden per laadpunt. Wel gelden er specifieke technische en administratieve vereisten vanuit de NEa over hoe laadpunten geregistreerd en gerapporteerd moeten worden. Het is verstandig om dit vooraf te laten toetsen door een inboekdienstverlener, zodat u zeker weet dat alle laadpunten in aanmerking komen.

Hoe weet ik hoeveel mijn laadinfrastructuur jaarlijks kan opleveren via ERE?

De opbrengst is afhankelijk van drie factoren: het totale jaarlijkse laadvolume in kilowattuur, de omrekening naar gigajoule (1 GJ ≈ 277,8 kWh), en de actuele marktprijs van ERE-eenheden op het moment van verhandeling. Een vuistregel is dat hoe groter uw wagenpark of hoe intensiever uw laadpalen worden gebruikt, hoe hoger de potentiële opbrengst. Energy-Check kan op basis van uw laaddata een concrete berekening maken van de verwachte jaarlijkse ERE-vergoeding voor uw specifieke situatie.

Is ERE-registratie ook interessant als mijn bedrijf maar een klein aantal laadpalen heeft?

Ook voor organisaties met een beperkt aantal laadpalen kan ERE-registratie de moeite waard zijn, al neemt de opbrengst uiteraard af bij een lager laadvolume. De drempel om te starten is relatief laag, zeker wanneer u de registratie uitbesteedt en zelf geen administratieve lasten draagt. Het is aan te raden om een kosten-batenanalyse te laten maken voordat u beslist, zodat u een weloverwogen keuze kunt maken op basis van uw eigen situatie.

Wat gebeurt er met mijn ERE-registratie als ik extra laadpalen installeer of bestaande laadpalen vervang?

Wanneer u nieuwe laadpalen installeert of bestaande vervangt, moeten deze wijzigingen worden doorgevoerd in uw registratie bij de NEa. Nieuwe laadpunten moeten apart worden aangemeld met de juiste technische specificaties voordat het laadvolume daarvan kan worden meegenomen in de rapportage. Als u gebruikmaakt van een inboekdienstverlener, zorgt deze partij doorgaans voor de administratieve verwerking van dergelijke wijzigingen, zodat u geen opbrengsten misloopt door een verouderde registratie.

Kan een ERE-registratie worden gecombineerd met andere subsidies of regelingen voor laadinfrastructuur?

Ja, ERE-registratie staat in principe los van andere subsidies of fiscale regelingen rondom laadinfrastructuur, zoals de MIA/Vamil of subsidies vanuit de SPRONG-regeling. Dit betekent dat u in veel gevallen van meerdere regelingen tegelijk kunt profiteren, zolang er geen specifieke uitsluitingsbepalingen gelden voor de subsidie die u ontvangt. Raadpleeg altijd een adviseur om te bevestigen dat de combinatie van regelingen in uw situatie is toegestaan en optimaal wordt benut.

Gerelateerde artikelen