ERE’s verkopen doet u door uw laadpaalgebruik te registreren bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) via een erkende inboekdienstverlener, waarna de toegekende Emissie Reductie Eenheden op de markt worden aangeboden aan brandstofhandelaren die wettelijk verplicht zijn hun CO₂-uitstoot te compenseren. De opbrengst vloeit rechtstreeks terug naar uw organisatie als extra inkomsten uit uw laadinfrastructuur. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over het verkoopproces, de marktwaarde en de risico’s van ERE’s.
Wat zijn ERE’s en hoe worden ze toegekend?
ERE’s, voluit Emissie Reductie Eenheden, zijn certificaten die worden toegekend voor elke kilowattuur hernieuwbare elektriciteit die via een geregistreerde laadpaal wordt geleverd aan een elektrisch voertuig of elektrische bouwmachine. Elke ERE vertegenwoordigt een meetbare CO₂-reductie ten opzichte van een fossiele brandstof en wordt uitgegeven door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa).
De toekenning verloopt via een gestructureerd systeem. Uw laadpaalgebruik wordt periodiek gerapporteerd aan de NEa door een geaccrediteerde inboekdienstverlener. Op basis van de geleverde kilowatturen en de bijbehorende emissiefactor berekent de NEa hoeveel ERE’s uw organisatie heeft verdiend. Die eenheden worden vervolgens bijgeschreven op uw account in het centrale register.
Belangrijk om te weten: ERE’s worden alleen toegekend voor elektriciteit die aantoonbaar hernieuwbaar is. Organisaties die gebruik maken van grijze stroom komen in aanmerking voor een lager aantal eenheden of moeten aanvullend garanties van oorsprong overleggen. De precieze berekening is vastgelegd in de Wet milieubeheer en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving.
Waar kunnen ERE’s worden verhandeld?
ERE’s worden verhandeld via erkende handelsplatformen en via directe bilaterale contracten met brandstofhandelaren. De grootste afnemers zijn oliemaatschappijen en brandstofdistributeurs die onder de Wet milieubeheer verplicht zijn jaarlijks een bepaald aandeel hernieuwbare energie in hun brandstofmix te verantwoorden. ERE’s zijn voor hen een efficiënte manier om aan die verplichting te voldoen.
Er zijn twee gangbare verkooproutes:
- Via een inboekdienstverlener: De dienstverlener regelt niet alleen de registratie bij de NEa, maar ook de verkoop van de ERE’s namens uw organisatie. Dit is de meest gebruikte route voor bedrijven zonder eigen handelscapaciteit.
- Via een directe overeenkomst: Grotere organisaties met een substantieel laadvolume kunnen rechtstreeks onderhandelen met een brandstofhandelaar. Dit vereist meer administratieve betrokkenheid, maar kan een hogere opbrengst opleveren.
Het verhandelen van ERE’s is geen vrije markt in de traditionele zin. Prijzen en volumes worden beïnvloed door het wettelijke inkoopquotum van brandstofhandelaren, het totale aanbod van ERE’s op de markt en de politieke besluitvorming rondom het klimaatbeleid.
Wat bepaalt de prijs van ERE’s op de markt?
De marktprijs van ERE’s wordt bepaald door de verhouding tussen vraag en aanbod, waarbij de vraagzijde grotendeels wordt gestuurd door de wettelijke bijmengverplichting voor brandstofhandelaren. Hoe strenger die verplichting, hoe hoger de vraag naar ERE’s en hoe hoger de marktprijs doorgaans uitvalt.
Factoren die de prijs beïnvloeden zijn onder meer:
- De jaarlijkse bijmengdoelstelling die de overheid oplegt aan brandstofhandelaren
- Het totale volume aan geregistreerde ERE’s in Nederland
- De groei van zakelijk elektrisch rijden en het aantal geregistreerde laadpalen
- Beleidswijzigingen rondom de energietransitie en Europese klimaatdoelstellingen
- Seizoensgebonden variaties in laadvolume en rapportagemomenten
Prijzen kunnen fluctueren, maar organisaties die hun ERE-registratie voor laadpalen tijdig en correct hebben ingericht, zijn in staat om op gunstige momenten te verkopen of meerjarige contracten af te sluiten om prijsrisico’s te beperken.
Hoe verloopt het verkoopproces van ERE’s stap voor stap?
Het verkoopproces van ERE’s begint met de registratie van uw laadpalen en eindigt met de uitbetaling van de verkoopopbrengst. Het proces verloopt doorgaans in een vaste volgorde en vereist zorgvuldige administratie om aan de eisen van de NEa te voldoen.
- Registratie van de laadpalen bij de NEa: Uw laadpalen worden aangemeld in het centrale register van de Nederlandse Emissieautoriteit. Dit vormt de basis voor alle verdere stappen.
- Aansluiting bij een inboekdienstverlener: U sluit een overeenkomst met een geaccrediteerde inboekdienstverlener die namens u rapporteert aan de NEa en de administratie verzorgt.
- Periodieke rapportage van laaddata: De laaddata van uw installaties worden periodiek aangeleverd en gecontroleerd. Op basis hiervan berekent de NEa het aantal toe te kennen ERE’s.
- Toekenning van ERE’s: De NEa schrijft de toegekende eenheden bij op uw registratieaccount.
- Verkoop van de ERE’s: De inboekdienstverlener biedt de ERE’s aan op de markt of verkoopt ze via een bestaand contract aan een brandstofhandelaar.
- Uitbetaling: De opbrengst wordt, na aftrek van eventuele servicekosten, aan uw organisatie uitbetaald.
De doorlooptijd van registratie tot eerste uitbetaling varieert, maar organisaties die hun ERE vergoeding laadpalen goed hebben ingericht, ontvangen doorgaans binnen enkele maanden hun eerste opbrengsten.
Welke organisaties komen in aanmerking voor de verkoop van ERE’s?
Elke organisatie die beschikt over eigen laadpalen voor elektrische voertuigen of elektrische bouwmachines kan in aanmerking komen voor ERE’s, mits de laadpalen correct zijn geregistreerd bij de NEa en de laaddata aantoonbaar en conform de regelgeving worden bijgehouden. Er is geen minimumomvang vereist, maar de opbrengst neemt toe naarmate het laadvolume groter is.
Bijzonder relevant zijn organisaties zoals:
- Productiebedrijven en logistieke dienstverleners met een eigen wagenpark
- Zorginstellingen en onderwijsinstellingen met parkeervoorzieningen voor medewerkers
- Kantoorpanden met laadinfrastructuur voor bezoekers of huurders
- Non-profitorganisaties die zakelijk elektrisch rijden faciliteren
- Bedrijven die elektrische bouwmachines opladen op hun terrein
Organisaties die hun laadpalen al in gebruik hebben maar nog niet zijn aangesloten op een inboekdienst, lopen jaarlijks potentiële ERE-opbrengsten mis. Hoe eerder de registratie wordt geregeld, hoe meer waarde er wordt benut uit de bestaande laadinfrastructuur.
Wat zijn de risico’s bij het verkopen van ERE’s?
De voornaamste risico’s bij het verkopen van ERE’s zijn prijsfluctuaties op de markt, administratieve fouten in de rapportage en het risico van niet-erkenning door de NEa bij onjuiste registratie. Wie de administratie niet goed op orde heeft, loopt het risico dat toegekende ERE’s worden teruggevorderd of dat de registratie wordt afgewezen.
Concrete risico’s om rekening mee te houden:
- Marktprijsrisico: De prijs van ERE’s is afhankelijk van beleid en marktomstandigheden en kan dalen als het totale aanbod sterk toeneemt of de bijmengverplichting wordt verlaagd.
- Administratief risico: Onjuiste of onvolledige rapportage aan de NEa kan leiden tot correcties, boetes of verlies van toegekende eenheden.
- Registratierisico: Laadpalen die niet conform de vereisten zijn aangemeld, komen niet in aanmerking voor ERE’s, ook niet met terugwerkende kracht.
- Afhankelijkheid van de inboekdienstverlener: De kwaliteit van de dienstverlener bepaalt voor een groot deel de betrouwbaarheid van de rapportage en de hoogte van de opbrengst.
De meeste risico’s zijn beheersbaar door te kiezen voor een geaccrediteerde en ervaren inboekdienstverlener die de volledige verantwoordelijkheid voor de administratie en rapportage op zich neemt.
Hoe Energy-Check helpt met ERE-registratie en verkoop
Energy-Check verzorgt de volledige ERE-registratie en verkoop van A tot Z voor organisaties met eigen laadpalen. Als geaccrediteerde inboekdienstverlener neemt Energy-Check alle administratieve en rapportageverplichtingen richting de Nederlandse Emissieautoriteit over, zodat u zelf geen handelingen hoeft te verrichten. Energy Check communiceert een ERE-vergoeding van €0,13 per kWh, die kan oplopen tot €0,26 per kWh.
Wat Energy-Check voor u regelt:
- Registratie van uw laadpalen bij de NEa conform alle wettelijke vereisten
- Periodieke rapportage van laaddata en berekening van de toe te kennen ERE’s
- Verkoop van de ERE’s op de markt voor een optimale opbrengst
- Volledige ontzorging zonder dat u zelf administratieve kennis nodig heeft
- Transparante uitbetaling van de opbrengsten aan uw organisatie
Organisaties die nog niet zijn aangesloten op een inboekdienst, lopen jaarlijks aanzienlijke opbrengsten mis. Energy-Check brengt snel in kaart wat uw laadpalen kunnen opleveren en zorgt dat u geen ERE’s meer laat liggen. Neem contact op voor een vrijblijvende analyse van uw situatie.
Veelgestelde vragen
Kan ik ERE's met terugwerkende kracht laten registreren voor laadpalen die al langer in gebruik zijn?
Helaas is terugwerkende kracht bij ERE-registratie niet mogelijk. De NEa kent ERE’s alleen toe voor laaddata die zijn gerapporteerd nadat uw laadpalen officieel zijn aangemeld in het centrale register. Dit betekent dat elke maand zonder registratie potentiële opbrengsten zijn die u niet meer kunt terughalen. Het is daarom verstandig om de registratie zo snel mogelijk te regelen, ook als uw laadpalen al geruime tijd operationeel zijn.
Hoeveel ERE's levert mijn laadinfrastructuur gemiddeld op per jaar?
Het aantal toe te kennen ERE’s is direct afhankelijk van het totale laadvolume in kilowatturen dat via uw geregistreerde laadpalen wordt geleverd. Een laadpaal met een gemiddeld gebruik levert een ander aantal eenheden op dan een drukbezette laadpaal bij een groot logistiek bedrijf. Een geaccrediteerde inboekdienstverlener zoals Energy-Check kan op basis van uw huidige laaddata een concrete inschatting maken van uw jaarlijkse ERE-opbrengst.
Wat gebeurt er met mijn ERE's als ik van inboekdienstverlener wil wisselen?
Wisselen van inboekdienstverlener is mogelijk, maar vereist zorgvuldige afstemming om te voorkomen dat er een gat ontstaat in de rapportage aan de NEa. De reeds toegekende ERE’s op uw registratieaccount blijven uw eigendom en gaan niet verloren bij een wissel. Het is wel belangrijk dat de overdracht van administratie en rapportageverplichtingen naadloos verloopt, zodat u geen ERE’s misloopt tijdens de overgangperiode.
Moet ik als organisatie zelf een account aanmaken bij de NEa, of regelt de inboekdienstverlener dat?
In de meeste gevallen regelt de inboekdienstverlener de volledige registratie bij de NEa namens uw organisatie, inclusief het aanmaken van het benodigde account in het centrale register. U hoeft zelf geen diepgaande kennis te hebben van de NEa-systemen of de bijbehorende regelgeving. Wel dient u als organisatie bepaalde documenten en machtigingen aan te leveren zodat de dienstverlener bevoegd is om namens u te handelen.
Is het voordelig om een meerjarig contract af te sluiten voor de verkoop van mijn ERE's, of kan ik beter per periode verkopen?
Een meerjarig contract biedt prijszekerheid en beschermt u tegen neerwaartse marktschommelingen, maar u profiteert mogelijk minder van prijsstijgingen als de bijmengverplichting wordt aangescherpt. Verkopen per periode geeft meer flexibiliteit en de mogelijkheid om in te spelen op gunstige marktomstandigheden, maar brengt meer prijsrisico met zich mee. De beste keuze hangt af van uw risicobereidheid en de verwachte ontwikkeling van het overheidsbeleid rondom de energietransitie.
Wat zijn de gevolgen als mijn laaddata niet correct of volledig worden aangeleverd bij de NEa?
Onjuiste of onvolledige laaddata kunnen leiden tot een lager aantal toegekende ERE’s, correcties achteraf door de NEa, of in ernstige gevallen tot terugvordering van al uitbetaalde opbrengsten. De NEa hanteert strikte eisen aan de betrouwbaarheid en traceerbaarheid van laaddata, wat betekent dat uw laadpalen moeten beschikken over gecertificeerde meetapparatuur. Door te werken met een ervaren inboekdienstverlener minimaliseert u dit risico, omdat zij de datakwaliteit bewaken voordat de rapportage wordt ingediend.
Kunnen ook laadpalen die beschikbaar zijn voor het publiek of voor medewerkers van derden in aanmerking komen voor ERE's?
Ja, ook semipublieke of publiek toegankelijke laadpalen kunnen in aanmerking komen voor ERE’s, mits ze correct zijn geregistreerd bij de NEa en de laaddata aantoonbaar en volledig worden bijgehouden. Wel gelden er specifieke voorwaarden rondom de herkomst van de gebruikte elektriciteit en de meetbaarheid van het laadvolume. Organisaties die laadpalen aanbieden aan medewerkers, bezoekers of huurders kunnen dus evengoed profiteren van ERE-opbrengsten, zolang aan de registratie- en rapportagevereisten wordt voldaan.
Gerelateerde artikelen
- Wat zijn energie-inkoopstrategieën?
- Welke energiekostenbesparingen zijn mogelijk?
- Welke bedrijven hebben een energiebesparingsplicht?
- Wanneer is een EML verplicht?
- Voordelen van zonnepanelen voor bedrijfseigenaren
Deze inhoud is gegenereerd met behulp van AI en kan fouten bevatten.