Om een ERE-certificaat te verkrijgen, moet u uw laadpaal registreren bij een geaccrediteerde inboekdienstverlener, die namens u de Emissie Reductie Eenheden (ERE) registreert bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Het certificaat zelf is geen document dat u aanvraagt zoals een vergunning, maar een registratie die bewijst dat uw laadinfrastructuur bijdraagt aan de reductie van broeikasgasemissies binnen het systeem voor hernieuwbare brandstoffen voor transport.
De regeling is relevant voor elke organisatie met eigen laadpalen voor elektrische voertuigen of elektrische bouwmachines, omdat u via ERE structureel extra inkomsten kunt genereren uit laadinfrastructuur die u toch al bezit. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over wie de registratie mag uitvoeren, welke eisen gelden, hoe de procedure verloopt en wat het oplevert.
Wie mag een ERE-certificaat uitreiken?
ERE-certificaten worden niet uitgereikt door een overheidsinstantie, maar gegenereerd via een geaccrediteerde inboekdienstverlener die is erkend door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Alleen partijen met een geldige accreditatie mogen Emissie Reductie Eenheden inboeken in het nationale register. Als organisatie kunt u dit niet zelfstandig doen zonder die accreditatie.
De NEa beheert het systeem voor hernieuwbare energie in transport en houdt toezicht op de correcte registratie en rapportage van ERE. Inboekdienstverleners fungeren als tussenschakel: zij verzamelen de laaddata van aangesloten organisaties, verwerken deze conform de wettelijke vereisten en dienen de rapportage in bij de NEa. De organisatie die de laadpalen bezit, hoeft zelf geen directe relatie te onderhouden met de NEa, zolang zij is aangesloten op een erkende inboekdienstverlener.
Het is belangrijk te controleren of een aanbieder daadwerkelijk geaccrediteerd is. Niet elke partij die ERE-diensten aanbiedt, beschikt over de vereiste erkenning. Vraag altijd om bewijs van accreditatie voordat u een overeenkomst aangaat.
HAAL MEER UIT UW LAADPALEN
Benieuwd naar uw ERE-vergoeding?
Vul uw gegevens in en krijg direct inzicht in de mogelijke opbrengst.
Aan welke eisen moet u voldoen voor een ERE-certificaat?
Om in aanmerking te komen voor ERE-registratie en de bijbehorende vergoeding, moet uw laadinfrastructuur voldoen aan een aantal technische en administratieve voorwaarden. De kerneis is dat de laadpaal aantoonbaar groene elektriciteit levert aan elektrische voertuigen of elektrische bouwmachines en dat dit verbruik nauwkeurig wordt gemeten en gerapporteerd.
De belangrijkste eisen op een rij:
- De laadpaal moet voorzien zijn van een gecertificeerde energiemeter die het werkelijke laadvolume per sessie registreert.
- De geleverde elektriciteit moet aantoonbaar hernieuwbaar zijn, bijvoorbeeld via een Garantie van Oorsprong (GvO) of een overeenkomst met een leverancier van groene stroom.
- De laaddata moet volledig en traceerbaar zijn, inclusief tijdstip, duur en hoeveelheid geleverde energie per laadsessie.
- De laadpaal moet in Nederland zijn geïnstalleerd en worden gebruikt voor transport over de weg of voor erkende mobiele machines.
- U moet een overeenkomst hebben met een geaccrediteerde inboekdienstverlener die de rapportage aan de NEa verzorgt.
Organisaties die niet beschikken over een geschikte energiemeter of onvolledige laaddata hebben, komen voorlopig niet in aanmerking. In dat geval is het verstandig eerst de technische infrastructuur op orde te brengen voordat u de registratieprocedure start.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure voor een ERE-certificaat?
De procedure voor ERE-registratie verloopt in een aantal opeenvolgende stappen, waarbij de inboekdienstverlener het grootste deel van het administratieve werk op zich neemt. Als organisatie levert u de benodigde informatie aan en geeft u toestemming voor de rapportage namens u.
- Inventarisatie van de laadinfrastructuur: De inboekdienstverlener brengt in kaart welke laadpalen u bezit, welke meters aanwezig zijn en of de data-uitwisseling technisch mogelijk is.
- Beoordeling van de groene stroomlevering: Er wordt gecontroleerd of uw elektriciteitscontract of GvO’s voldoen aan de eisen voor hernieuwbare energie.
- Aansluiting op het rapportagesysteem: Uw laaddata wordt gekoppeld aan het systeem van de inboekdienstverlener, zodat laadsessies automatisch worden uitgelezen en verwerkt.
- Registratie bij de NEa: De inboekdienstverlener meldt uw laadpunten aan bij de Nederlandse Emissieautoriteit en verkrijgt de benodigde erkenning voor uw locatie.
- Periodieke rapportage en inboeking: Op basis van de verzamelde laaddata worden ERE ingeboekt in het nationale register. De opbrengst wordt vervolgens met u verrekend.
De doorlooptijd van de initiële registratie varieert, maar bedraagt doorgaans enkele weken tot een maand, afhankelijk van de volledigheid van uw documentatie en de technische staat van uw laadinfrastructuur. Zodra de registratie actief is, verloopt het proces grotendeels automatisch.
Wat kost een ERE-certificaat en wie betaalt het?
Voor de organisatie die laadpalen bezit, zijn er in de meeste gevallen geen directe kosten verbonden aan de ERE-registratie. Inboekdienstverleners werken doorgaans op basis van een commissiemodel: zij ontvangen een percentage van de ERE-opbrengst als vergoeding voor hun dienstverlening. U betaalt dus alleen als er ook daadwerkelijk inkomsten worden gegenereerd.
De hoogte van de ERE-opbrengst is afhankelijk van het totale laadvolume, de marktprijs van ERE op het moment van inboeking en de afspraken met de inboekdienstverlener. De marktprijs van ERE schommelt en wordt beïnvloed door vraag en aanbod binnen het systeem voor hernieuwbare brandstoffen in transport. Energy Check communiceert een ERE-vergoeding die start vanaf €0,13 per kWh en kan oplopen tot €0,26 per kWh, afhankelijk van het laadvolume en de marktomstandigheden.
Organisaties met een omvangrijke laadinfrastructuur of een hoog laadvolume per jaar kunnen substantiële bedragen genereren via ERE. Hoe groter het laadvolume, hoe hoger de potentiële opbrengst. Het is verstandig om bij meerdere inboekdienstverleners een indicatie op te vragen, zodat u de commissiestructuur en de verwachte netto-opbrengst kunt vergelijken.
Hoe lang is een ERE-certificaat geldig en hoe verleng je het?
ERE worden ingeboekt per rapportageperiode en hebben geen vaste geldigheidsduur als certificaat in de traditionele zin. De registratie van uw laadpunten bij de NEa blijft actief zolang uw aansluiting op de inboekdienst in stand wordt gehouden en uw laadinfrastructuur blijft voldoen aan de geldende eisen. Er is dus geen jaarlijkse aanvraagprocedure nodig om de registratie te verlengen.
Wel zijn er situaties waarbij de registratie moet worden bijgewerkt of opnieuw beoordeeld:
- Bij uitbreiding van het aantal laadpunten op uw locatie.
- Bij wijzigingen in uw elektriciteitscontract of GvO-situatie.
- Bij technische aanpassingen aan de meetapparatuur of het laadsysteem.
- Bij wijzigingen in de wet- en regelgeving rondom hernieuwbare energie in transport.
Het is de verantwoordelijkheid van de inboekdienstverlener om u te informeren over relevante wijzigingen in de regelgeving en om de registratie actueel te houden. Kies daarom een partij die actief communiceert over ontwikkelingen in het ERE-systeem en proactief handelt bij wijzigingen.
Welke voordelen biedt een ERE-certificaat voor organisaties?
ERE-registratie biedt organisaties met eigen laadinfrastructuur een directe financiële opbrengst op elektriciteit die zij toch al leveren aan elektrische voertuigen. Naast het financiële voordeel draagt deelname aan het ERE-systeem bij aan de aantoonbare verduurzaming van uw organisatie, wat relevant is voor duurzaamheidsverslaggeving en stakeholdercommunicatie.
De voordelen zijn concreet:
- Extra inkomsten uit bestaande laadinfrastructuur, zonder aanvullende investeringen.
- Aantoonbare bijdrage aan de reductie van broeikasgasemissies in transport, inzetbaar in CO2-rapportages.
- Ondersteuning van zakelijk elektrisch rijden voor medewerkers en bezoekers, met een financieel voordeel voor de organisatie.
- Geen administratieve last voor de eigen organisatie, mits u werkt met een inboekdienstverlener die de volledige verwerking overneemt.
- Bijdrage aan wettelijke doelstellingen rondom hernieuwbare energie, wat relevant is voor organisaties die vallen onder rapportageverplichtingen.
Voor organisaties die actief bezig zijn met verduurzaming en tegelijkertijd hun energiekosten willen optimaliseren, is ERE-registratie een relatief eenvoudige maatregel met een aantoonbaar rendement. Meer informatie over de mogelijkheden voor uw laadinfrastructuur vindt u op de pagina over ERE-vergoeding voor laadpalen.
Hoe Energy-Check u helpt met ERE-registratie
Energy-Check verzorgt de volledige ERE-registratie van A tot Z voor organisaties met eigen laadpalen voor elektrische voertuigen of elektrische bouwmachines. Als geaccrediteerde inboekdienstverlener neemt Energy-Check alle administratieve en technische handelingen over, zodat u zelf niets hoeft te regelen.
Wat Energy-Check voor u doet:
- Inventarisatie van uw laadinfrastructuur en beoordeling van de ERE-potentie.
- Volledige registratie en aanmelding bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa).
- Automatische verwerking van laaddata en conforme rapportage aan de NEa.
- Transparante verrekening van de ERE-opbrengsten, zonder verborgen kosten.
- Proactieve begeleiding bij wijzigingen in wet- en regelgeving.
Veel organisaties lopen jaarlijks duizenden euro’s aan ERE-opbrengsten mis doordat zij niet zijn aangesloten op een inboekdienstverlener. Energy-Check zorgt ervoor dat u dit geld niet laat liggen. Wilt u weten wat ERE-registratie voor uw organisatie kan opleveren? Neem contact op voor een vrijblijvende inventarisatie.
Veelgestelde vragen
Kan ik ERE-registratie ook met terugwerkende kracht aanvragen voor al geleverde laadsessies?
In de meeste gevallen is het mogelijk om laaddata met terugwerkende kracht in te boeken, mits de data volledig en traceerbaar beschikbaar is. De exacte terugwerkende periode is afhankelijk van de regels van de NEa en de mogelijkheden van de inboekdienstverlener. Het is verstandig om zo snel mogelijk te starten met de registratie, zodat u geen verdere opbrengsten misloopt.
Wat als mijn laadpalen zijn geplaatst door een externe leasemaatschappij of exploitant — kom ik dan toch in aanmerking?
De ERE-opbrengst komt toe aan de partij die aantoonbaar de groene elektriciteit levert aan het voertuig. Als een externe exploitant de laadpalen beheert en de elektriciteit levert, heeft die partij doorgaans recht op de ERE. Bent u zelf de eigenaar van de laadinfrastructuur én de elektriciteitslevering, dan kunt u wél in aanmerking komen. Laat een geaccrediteerde inboekdienstverlener uw specifieke situatie beoordelen om te bepalen wie de rechthebbende partij is.
Hoe weet ik hoeveel ERE-opbrengst ik per jaar kan verwachten?
De opbrengst hangt af van drie factoren: het totale jaarlijkse laadvolume in kWh, de actuele marktprijs van ERE en het commissiepercentage van de inboekdienstverlener. Als vuistregel geldt: hoe hoger het laadvolume en hoe groter het aantal laadpunten, hoe hoger de potentiële opbrengst. Een geaccrediteerde inboekdienstverlener kan op basis van uw laaddata of een schatting van het verwachte verbruik een concrete indicatie geven van uw jaarlijkse ERE-potentie.
Geldt de ERE-regeling ook voor laadpalen voor elektrische bouwmachines of alleen voor personenauto's?
De ERE-regeling geldt ook voor erkende mobiele werktuigen en elektrische bouwmachines, niet uitsluitend voor personenauto’s of bedrijfsvoertuigen. Dit maakt de regeling ook relevant voor bouwbedrijven, infrabedrijven en andere sectoren die werken met elektrisch aangedreven machines. Wel gelden er specifieke eisen voor de registratie van dit type laadpunten, die kunnen afwijken van de standaardprocedure voor wegvoertuigen.
Wat is het verschil tussen een Garantie van Oorsprong (GvO) en een ERE-certificaat?
Een Garantie van Oorsprong (GvO) bewijst dat de elektriciteit die u afneemt afkomstig is van een hernieuwbare bron, zoals wind of zon. Een ERE (Emissie Reductie Eenheid) is een registratie die aantoont dat die hernieuwbare elektriciteit daadwerkelijk is ingezet voor transport, waarmee een concrete emissiereductie wordt geclaimd binnen het wettelijke systeem. De GvO is dus een voorwaarde om in aanmerking te komen voor ERE, maar de twee instrumenten dienen een ander doel en opereren in verschillende systemen.
Wat zijn de meest voorkomende redenen waarom organisaties worden afgewezen voor ERE-registratie?
De meest voorkomende afwijzingsgronden zijn: het ontbreken van een gecertificeerde energiemeter op de laadpaal, onvolledige of niet-traceerbare laaddata, en het ontbreken van een aantoonbaar groenstroomcontract of geldige GvO’s. Ook laadpalen die niet zijn aangesloten op een systeem dat automatische data-uitwisseling ondersteunt, vormen een veelvoorkomend knelpunt. Door vooraf de technische infrastructuur te laten beoordelen door een inboekdienstverlener, kunt u deze problemen tijdig signaleren en oplossen.
Kan ik van inboekdienstverlener wisselen als ik niet tevreden ben over de dienstverlening?
Ja, het is in principe mogelijk om over te stappen naar een andere geaccrediteerde inboekdienstverlener, maar u dient hierbij rekening te houden met de contractuele afspraken en eventuele opzegtermijnen in uw huidige overeenkomst. Bij een overstap moet de nieuwe dienstverlener de registratie bij de NEa opnieuw op uw naam zetten, wat enige doorlooptijd met zich meebrengt. Vergelijk bij het afsluiten van een nieuw contract altijd de commissiestructuur, de flexibiliteit van het contract en de kwaliteit van de rapportage en communicatie.
Gerelateerde artikelen
- Is mijn meterkast geschikt voor een laadpaal?
- Wat is het nieuws over ERE-certificaten?
- Hoe werkt energie-inkoop voor de industrie?
- Wat zijn de gemiddelde energiekosten per sector?
- Is de EED-audit verplicht?
Deze inhoud is gegenereerd met behulp van AI en kan fouten bevatten.