Wanneer meerdere laadpasaanbieders dezelfde laadpunten gebruiken, zorgt ERE (Emissie Reductie Eenheden) ervoor dat elke laadsessie correct wordt geregistreerd en toegewezen aan de juiste partij via gestandaardiseerde communicatieprotocollen tussen netwerken. De sleutel ligt in de identificatie van de laadpas en de bijbehorende contractuele afspraken tussen laadpuntbeheerders (CPO’s) en laadpasaanbieders (eMSP’s). In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over hoe dit proces in de praktijk werkt en wat het betekent voor uw energiekosten.
Hoe worden laadsessies toegewezen aan de juiste laadpasaanbieder?
Elke laadsessie wordt toegewezen aan de juiste laadpasaanbieder op basis van de unieke identificatiecode van de laadpas, de zogenoemde RFID-token. Zodra een gebruiker zijn of haar laadpas aan het laadpunt houdt, stuurt de laadpaal deze code door naar een centraal beheersysteem, dat de pas koppelt aan de bijbehorende eMSP. Zo weet het systeem precies wie de sessie heeft gestart en wie verantwoordelijk is voor de verrekening.
Dit proces verloopt in milliseconden en is volledig geautomatiseerd. De CPO, die de laadpunten beheert, slaat de sessiegegevens op, inclusief het tijdstip, de hoeveelheid geladen energie in kWh en de RFID-identificatie. Op basis van deze gegevens kan achteraf worden bepaald welke kWh’s toerekenbaar zijn aan welke laadpasaanbieder, wat ook direct relevant is voor de ERE-registratie van laadpalen.
HAAL MEER UIT UW LAADPALEN
Benieuwd naar uw ERE-vergoeding?
Vul uw gegevens in en krijg direct inzicht in de mogelijke opbrengst.
Welke protocollen maken ERE mogelijk tussen laadpasaanbieders?
ERE-registratie tussen meerdere laadpasaanbieders wordt mogelijk gemaakt door gestandaardiseerde communicatieprotocollen, waarvan OCPI (Open Charge Point Interface) de meest gebruikte is. Dit protocol maakt het mogelijk dat netwerken van verschillende partijen met elkaar communiceren, sessiedata uitwisselen en autorisaties verwerken zonder dat er een gezamenlijke technische infrastructuur nodig is.
Naast OCPI speelt ook OCPP (Open Charge Point Protocol) een rol. Dit protocol regelt de communicatie tussen het laadpunt zelf en het beheersysteem van de CPO. Samen zorgen deze protocollen voor een betrouwbare keten van datavastlegging, van het moment dat een laadpas wordt aangeboden tot het moment dat de sessiegegevens worden verwerkt voor ERE-doeleinden.
Voor ERE-registratie is de kwaliteit en volledigheid van de sessiedata cruciaal. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) stelt eisen aan de nauwkeurigheid van de geregistreerde laadgegevens. Protocollen zoals OCPI zorgen ervoor dat deze gegevens betrouwbaar worden overgedragen tussen de betrokken partijen.
Hoe worden de kosten verrekend tussen CPO en laadpasaanbieder?
De kostenverrekening tussen een CPO en een laadpasaanbieder verloopt via vooraf afgesproken interoperabiliteitstarieven, ook wel roamingtarieven genoemd. De CPO brengt de eMSP een bedrag per kWh of per sessie in rekening voor het gebruik van zijn laadinfrastructuur. De eMSP verrekent dit vervolgens met de eindgebruiker via het eigen abonnement of tarief.
Dit verrekenproces kent doorgaans de volgende stappen:
- De laadsessie wordt afgerond en de sessiegegevens worden vastgelegd door de CPO.
- De CPO stuurt een gedetailleerd sessierapport naar de eMSP via het OCPI-protocol.
- Op basis van de afgesproken roamingtarieven wordt een factuur opgesteld.
- De eMSP verwerkt de kosten en brengt deze in rekening bij de eindgebruiker.
- De ERE-certificaten die voortvloeien uit de geladen kWh’s worden apart geregistreerd en kunnen worden verzilverd.
De ERE-vergoeding die een organisatie ontvangt, ligt tussen de €0,13 per kWh en kan oplopen tot €0,26 per kWh, afhankelijk van het volume en de registratiemethode. Dit is een aanvullende inkomstenstroom bovenop de normale verrekening van laadkosten.
Wat gebeurt er als een laadpas niet wordt herkend op een gedeeld laadpunt?
Als een laadpas niet wordt herkend op een gedeeld laadpunt, weigert het systeem de laadsessie te starten. Dit kan verschillende oorzaken hebben: de pas is niet geregistreerd in het netwerk van de CPO, de roamingverbinding met de eMSP is tijdelijk niet beschikbaar, of de pas is geblokkeerd of verlopen.
In de praktijk zijn de meest voorkomende oorzaken:
- Geen actieve roamingovereenkomst tussen de CPO en de eMSP van de gebruiker
- Een technische storing in de OCPI-verbinding tussen de netwerken
- Een verlopen of gedeactiveerde laadpas
- Een laadpunt dat offline is en geen autorisatie kan opvragen
Voor organisaties die laadpunten beheren, is het belangrijk om te weten dat niet-herkende laadpassen ook gevolgen kunnen hebben voor de ERE-registratie. Sessies die niet correct worden geregistreerd, kunnen niet worden meegenomen in de ERE-berekening, wat directe financiële gevolgen heeft.
Welke invloed heeft ERE op de energiekosten van zakelijke laadpuntbeheerders?
ERE heeft een positieve invloed op de netto-energiekosten van zakelijke laadpuntbeheerders, omdat de ERE-vergoeding fungeert als een directe inkomstenstroom die de kosten van de laadinfrastructuur compenseert. Elke kWh die via de laadpunten wordt geladen, genereert een ERE-certificaat dat verkoopbaar is aan partijen met wettelijke verplichtingen op het gebied van emissiereductie.
Voor organisaties met een substantieel laadvolume kan dit oplopen tot een aanzienlijk bedrag per jaar. Bij een vergoeding tussen €0,13 en €0,26 per kWh telt dit snel op, zeker wanneer meerdere laadpasaanbieders gebruikmaken van dezelfde infrastructuur en het totale laadvolume daardoor hoger ligt.
Zakelijke laadpuntbeheerders profiteren op meerdere manieren van ERE:
- Lagere netto-exploitatiekosten van de laadinfrastructuur
- Extra inkomsten zonder aanvullende investering
- Bijdrage aan de CO₂-doelstellingen van de organisatie
- Aantrekkelijkere businesscase voor uitbreiding van het laadnetwerk
Hoe Energy Check helpt met ERE-registratie voor uw laadpunten
Energy Check verzorgt de volledige ERE-registratie van A tot Z voor organisaties met laadpalen voor elektrische voertuigen of elektrische bouwmachines. U hoeft zich geen zorgen te maken over de administratieve complexiteit, de communicatie met de NEa of de correcte vastlegging van sessiegegevens. Energy Check neemt dit volledig uit handen.
Wat Energy Check voor u regelt:
- Volledige registratie en indiening bij de Nederlandse Emissieautoriteit
- Begeleiding bij de inboekdienstverlenerconstructie voor kleinere organisaties die niet zelfstandig aan de minimumeis voldoen
- Optimalisatie van de ERE-opbrengst, met een vergoeding tussen €0,13 en €0,26 per kWh
- Onafhankelijk advies zonder binding aan leveranciers of netwerken
Wilt u weten wat ERE uw organisatie concreet oplevert? Neem dan contact op via onze contactpagina en ontvang een vrijblijvende berekening op maat.
Veelgestelde vragen
Hoe weet ik of mijn laadpunten al geschikt zijn voor ERE-registratie?
Uw laadpunten zijn geschikt voor ERE-registratie als ze sessiegegevens vastleggen via een gecertificeerd beheersysteem dat voldoet aan de eisen van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Dit betekent onder andere dat het laadpunt de geladen kWh’s nauwkeurig registreert en dat de data betrouwbaar wordt overgedragen via protocollen zoals OCPP en OCPI. Als u niet zeker weet of uw huidige infrastructuur hieraan voldoet, kan een onafhankelijke partij zoals Energy Check een quickscan uitvoeren om dit te beoordelen.
Wat is het minimale laadvolume om in aanmerking te komen voor ERE-vergoeding?
De NEa hanteert een minimumdrempel voor directe ERE-registratie, waardoor kleinere organisaties niet altijd zelfstandig kunnen deelnemen. Voor organisaties die dit volume niet halen, bestaat de zogenoemde inboekdienstverlenerconstructie, waarbij meerdere kleinere partijen worden samengevoegd om gezamenlijk aan de minimumeis te voldoen. Het is dus ook voor organisaties met een beperkt aantal laadpunten de moeite waard om de mogelijkheden te laten onderzoeken.
Kan ik ERE-vergoeding ontvangen als externe laadpasaanbieders gebruikmaken van mijn laadpunten?
Ja, sterker nog: het gebruik van uw laadpunten door meerdere laadpasaanbieders via roaming verhoogt juist uw totale laadvolume, wat direct leidt tot meer ERE-certificaten en een hogere vergoeding. Voorwaarde is wel dat alle sessies, ook die van externe eMSP’s, correct worden geregistreerd en toegewezen via de juiste protocollen. Zorg er daarom voor dat uw roamingovereenkomsten en OCPI-verbindingen volledig operationeel zijn, zodat er geen sessies buiten de ERE-registratie vallen.
Wat is het verschil tussen een ERE-certificaat en een garantie van oorsprong?
Een ERE-certificaat (Emissie Reductie Eenheid) bewijst dat er een bepaalde hoeveelheid hernieuwbare energie is gebruikt voor het laden van elektrische voertuigen of machines, en wordt ingezet om te voldoen aan wettelijke emissiereductiedoelstellingen in het kader van de Wet milieubeheer. Een garantie van oorsprong (GvO) bewijst daarentegen dat opgewekte elektriciteit afkomstig is uit een hernieuwbare bron, en wordt voornamelijk gebruikt voor energierapportage en -marketing. Beide instrumenten zijn gerelateerd aan duurzame energie, maar worden ingezet voor verschillende doeleinden en binnen verschillende wettelijke kaders.
Hoe lang duurt het voordat ik de eerste ERE-vergoeding ontvang na aanmelding?
Na de initiële registratie bij de NEa en de correcte inrichting van de datavastlegging duurt het doorgaans enkele weken tot een paar maanden voordat de eerste vergoeding wordt uitbetaald, afhankelijk van de ingediende rapportageperiode en de goedkeuring door de NEa. Het is belangrijk dat alle sessiegegevens volledig en correct zijn aangeleverd vóór de deadline van de rapportageperiode, omdat ontbrekende of onjuiste data kan leiden tot vertraging of lagere uitbetaling. Een gespecialiseerde dienstverlener kan dit proces aanzienlijk versnellen door de administratie direct goed in te richten.
Wat zijn de meest gemaakte fouten bij ERE-registratie die organisaties geld kosten?
De meest voorkomende fouten zijn: onvolledige sessieregistratie doordat laadpunten tijdelijk offline zijn, het ontbreken van actieve roamingovereenkomsten waardoor externe sessies niet worden vastgelegd, en het te laat indienen van sessiedata bij de NEa waardoor een volledige rapportageperiode wordt gemist. Ook het niet correct koppelen van de RFID-identificatie aan de juiste eMSP leidt regelmatig tot afkeuringen. Al deze fouten resulteren direct in gederfde ERE-inkomsten die achteraf niet meer kunnen worden teruggevorderd.
Is ERE-registratie ook mogelijk voor laadpunten bij elektrische bouwmachines?
Ja, ERE-registratie is niet beperkt tot laadpunten voor personenwagens of bedrijfswagens, maar geldt ook voor laadinfrastructuur die wordt gebruikt voor elektrische bouwmachines en werktuigen. Dit maakt ERE bijzonder interessant voor organisaties in de bouw- en infrasector die investeren in de elektrificatie van hun machinepark. De registratiemethode en de eisen aan datavastlegging zijn vergelijkbaar, maar er kunnen specifieke aandachtspunten gelden voor de meetapparatuur en de koppeling met het beheersysteem.
Gerelateerde artikelen
- Kunt u met 1 laadpas overal laden?
- Waarom moet u een abonnement bij een eigen laadpaal?
- Hoe bereidt u uw bedrijf voor op de CO₂-Prestatieladder?
- Hoe functioneert collectieve energie-inkoop?
- Hoe vaak mag u ISDE- subsidie aanvragen?
Deze inhoud is gegenereerd met behulp van AI en kan fouten bevatten.