Hoeveel verdient u met ERE-certificaten?

Stapel groene energiecertificaten op kantoorbureau naast miniatuur zonnepaneel, warm goudkleurig licht, energiemeter op achtergrond.

Met ERE-certificaten kunt u als organisatie met eigen laadpalen voor elektrische voertuigen of elektrische bouwmachines jaarlijks honderden tot duizenden euro’s extra inkomsten genereren. De exacte opbrengst hangt af van het aantal laadpunten, het verbruiksvolume en de actuele marktprijs per certificaat. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over ERE-certificaten, van toekenning en waarde tot aanvraagprocedure.

Wat zijn ERE-certificaten en hoe worden ze toegekend?

ERE staat voor Emissiereductie-eenheden. Een ERE-certificaat is een bewijs dat een bepaalde hoeveelheid CO2-uitstoot is vermeden doordat een elektrisch voertuig heeft gereden op groene stroom in plaats van op fossiele brandstof. Per MWh elektriciteit die via een geregistreerde laadpaal wordt geleverd aan een elektrisch voertuig of elektrische bouwmachine, ontvangt de eigenaar van die laadpaal een ERE-certificaat.

De toekenning verloopt via de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Brandstofleveranciers zijn wettelijk verplicht om jaarlijks een bepaald percentage hernieuwbare energie in te boeken. Zij kopen daarvoor ERE-certificaten op bij organisaties die aantoonbaar groene elektriciteit hebben geleverd aan voertuigen. De eigenaar van de laadpaal moet zijn laadinfrastructuur laten registreren en de geleverde elektriciteit laten rapporteren door een erkende inboekdienstverlener. Pas na correcte registratie en conforme rapportage worden de certificaten daadwerkelijk toegekend en uitbetaald.

Hoeveel zijn ERE-certificaten waard op de markt?

De marktprijs van ERE-certificaten varieert en wordt bepaald door vraag en aanbod op de certificatenmarkt. In 2026 bewegen de prijzen zich doorgaans in een bandbreedte van enkele tientallen euro’s per MWh. De exacte prijs is afhankelijk van het aandeel hernieuwbare energie in de geleverde stroom en de jaarlijkse bijmengverplichting die aan brandstofleveranciers wordt opgelegd.

Omdat de bijmengverplichting elk jaar strikter wordt, neemt de vraag naar ERE-certificaten structureel toe. Dat maakt de ERE-vergoeding voor laadpalen voor organisaties met een groeiend laadpark steeds aantrekkelijker. Energy Check communiceert een ERE-vergoeding die begint vanaf €0,13 per kWh en kan oplopen tot €0,26 per kWh. Organisaties die aantoonbaar 100% groene stroom leveren via hun laadpunten, ontvangen een hogere vergoeding per certificaat dan organisaties die grijze stroom inboeken.

Hoe berekent u de opbrengst van uw ERE-certificaten?

De opbrengst van uw ERE-certificaten berekent u door het totale laadvolume in MWh te vermenigvuldigen met de actuele marktprijs per certificaat. Hoe meer elektriciteit uw laadpalen jaarlijks leveren aan elektrische voertuigen, hoe hoger de totale ERE-opbrengst.

Een eenvoudige rekenopzet ziet er als volgt uit:

  1. Bepaal het totale jaarlijkse laadvolume van al uw laadpunten in kWh.
  2. Converteer dit naar MWh (deel door 1.000).
  3. Vermenigvuldig het aantal MWh met de actuele ERE-prijs per MWh.
  4. Trek eventuele kosten voor de inboekdienstverlener af om de netto-opbrengst te berekenen.

Een organisatie met twintig laadpunten die samen jaarlijks 200 MWh leveren, kan bij een certificaatprijs van dertig euro per MWh rekenen op een bruto-opbrengst van zesduizend euro per jaar. Grotere laadparken of hogere marktprijzen leiden uiteraard tot navenant hogere inkomsten. Organisaties die dit nog niet hebben geregeld, lopen nu al aanzienlijke bedragen mis.

Welke organisaties komen in aanmerking voor ERE-certificaten?

Elke organisatie die eigenaar is van laadpalen voor elektrische voertuigen of elektrische bouwmachines en die elektriciteit levert aan derden of aan het eigen wagenpark, komt in aanmerking voor ERE-certificaten. De laadpalen moeten zijn aangesloten op het Nederlandse elektriciteitsnet en de geleverde stroom moet aantoonbaar worden gebruikt voor het opladen van voertuigen.

In de praktijk gaat het om een breed scala aan organisaties, waaronder:

  • Productiebedrijven en logistieke ondernemingen met een eigen wagenpark of bouwmachines
  • Zorginstellingen en onderwijsinstellingen met laadpalen op hun terreinen
  • Kantoorpanden en vastgoedeigenaren die laadpunten aanbieden aan medewerkers of bezoekers
  • Non-profitorganisaties en gemeentelijke instellingen met elektrische dienstauto’s
  • Bedrijven die laadinfrastructuur exploiteren als onderdeel van hun duurzaamheidsbeleid

Er geldt geen minimumdrempel voor het aantal laadpunten. Zelfs organisaties met een bescheiden laadpark kunnen al zinvolle opbrengsten realiseren, al neemt de moeite van registratie relatief toe bij kleinere volumes.

Wat is het verschil tussen ERE-certificaten en SDE++-subsidie?

ERE-certificaten en SDE++-subsidie zijn beide financiële instrumenten die duurzame energie stimuleren, maar ze werken op fundamenteel verschillende wijze. ERE-certificaten vergoeden de vermeden CO2-uitstoot door elektrisch rijden en worden betaald door brandstofleveranciers via een marktmechanisme. SDE++-subsidie is een directe overheidsbijdrage voor de productie van hernieuwbare energie, zoals zonnepanelen of windenergie.

De belangrijkste verschillen op een rij:

  • Bron van de vergoeding: ERE-opbrengsten komen van brandstofleveranciers; SDE++ wordt betaald door de overheid via het Stimuleringsfonds Duurzame Energieproductie.
  • Toepassingsgebied: ERE is specifiek voor laadinfrastructuur; SDE++ geldt voor productie-installaties zoals zonnepanelen, warmtepompen en windturbines.
  • Aanvraagproces: ERE vereist registratie bij de NEa via een inboekdienstverlener; SDE++ wordt aangevraagd via RVO met een subsidieaanvraag per project.
  • Cumulatie: Beide regelingen kunnen in bepaalde gevallen naast elkaar worden ingezet, bijvoorbeeld wanneer een organisatie zowel zonnepanelen exploiteert als laadpalen beheert.

Voor organisaties die zowel duurzame energie produceren als elektrisch rijden faciliteren, loont het om beide instrumenten te benutten. Een onafhankelijk energieadviseur kan beoordelen welke combinatie voor uw situatie het meest oplevert.

Hoe vraagt u ERE-certificaten aan zonder administratieve fouten?

ERE-certificaten aanvragen begint met het correct registreren van uw laadpalen bij de NEa via een erkende inboekdienstverlener. Fouten in de registratiefase, zoals onjuiste meetgegevens of ontbrekende documentatie, leiden tot vertraging of afwijzing van uw aanvraag en daarmee tot misgelopen opbrengsten.

De meest voorkomende administratieve fouten zijn:

  • Laadpalen registreren zonder gecertificeerde meetapparatuur die voldoet aan de NEa-eisen
  • Onvolledige of incorrecte rapportage van het werkelijke laadvolume per periode
  • Het niet tijdig indienen van de jaarlijkse conformiteitsrapportage
  • Registreren zonder gebruik te maken van een geaccrediteerde inboekdienstverlener

Om fouten te voorkomen, is het verstandig om de ERE-registratie volledig uit handen te geven aan een partij die dit proces dagelijks uitvoert en op de hoogte is van de actuele NEa-vereisten. Zo weet u zeker dat alle gegevens correct worden aangeleverd en dat u geen certificaten misloopt door procedurele tekortkomingen.

Hoe Energy-Check helpt met uw ERE-registratie

Energy-Check verzorgt de volledige ERE-registratie van A tot Z voor organisaties met eigen laadpalen voor elektrische voertuigen of elektrische bouwmachines. Als geaccrediteerde inboekdienstverlener neemt Energy-Check alle administratie en conforme rapportage richting de NEa over, zodat u zelf geen handelingen hoeft te verrichten.

Wat Energy-Check voor u regelt:

  • Volledige registratie van uw laadinfrastructuur bij de Nederlandse Emissieautoriteit
  • Conforme rapportage van het laadvolume per periode, in lijn met de geldende NEa-vereisten
  • Optimalisatie van de ERE-opbrengst op basis van uw specifieke laadprofiel en stroominkoop
  • Onafhankelijk advies over de combinatie van ERE-certificaten met andere subsidie-instrumenten
  • Volledige ontzorging, zonder dat u zelf administratieve kennis hoeft op te bouwen

Veel organisaties lopen jaarlijks duizenden euro’s mis doordat hun laadpalen niet zijn aangesloten op een inboekdienst. Energy-Check zorgt ervoor dat u vanaf het eerste moment alle opbrengsten ontvangt waar u recht op heeft. Wilt u weten wat uw laadpalen jaarlijks kunnen opleveren? Neem contact op voor een vrijblijvende berekening op maat.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt het voordat ik mijn eerste ERE-opbrengst ontvang na registratie?

Na correcte registratie van uw laadpalen bij de NEa via een erkende inboekdienstverlener duurt het doorgaans enkele weken tot maanden voordat de eerste certificaten worden toegekend en uitbetaald. De exacte doorlooptijd hangt af van de volledigheid van uw registratiedossier en de verwerkingstijd bij de NEa. Het is daarom verstandig om zo snel mogelijk te starten met de registratie, zodat u geen opbrengsten misloopt over al geleverde laadvolumes.

Kan ik met terugwerkende kracht ERE-certificaten aanvragen voor laadvolumes uit het verleden?

In de meeste gevallen is het niet mogelijk om met volledig terugwerkende kracht ERE-certificaten aan te vragen voor laadvolumes die zijn geleverd vóór de registratie van uw laadpalen bij de NEa. Er gelden strikte rapportageperiodes en meetvereisten waaraan achteraf moeilijk kan worden voldaan. Dit is een van de belangrijkste redenen om zo snel mogelijk te starten met de registratie, zodat u vanaf dat moment alle opbrengsten veiligstelt.

Maakt het uit of mijn laadpalen openbaar toegankelijk zijn of alleen voor eigen personeel?

Nee, de toegankelijkheid van uw laadpalen heeft geen invloed op uw recht op ERE-certificaten. Zowel laadpalen die uitsluitend toegankelijk zijn voor eigen medewerkers of het eigen wagenpark, als laadpunten die openbaar beschikbaar zijn voor derden, komen in aanmerking. Doorslaggevend is dat de geleverde elektriciteit aantoonbaar wordt gebruikt voor het opladen van elektrische voertuigen of bouwmachines en dat de laadpalen correct zijn geregistreerd bij de NEa.

Wat gebeurt er met mijn ERE-opbrengsten als ik overstap naar een andere inboekdienstverlener?

Een overstap naar een andere inboekdienstverlener is in principe mogelijk, maar vereist zorgvuldige afstemming om te voorkomen dat er een rapportagegat ontstaat of dat certificaten verloren gaan. Zorg ervoor dat de lopende rapportageperiodes correct worden afgesloten door de huidige dienstverlener en dat de nieuwe partij naadloos aansluit op de bestaande NEa-registratie. Het is aan te raden om de overstap te plannen buiten de piekperiodes van de jaarlijkse conformiteitsrapportage.

Heeft de herkomst van mijn stroom — grijs of groen — echt zoveel invloed op de ERE-opbrengst?

Ja, de herkomst van uw stroom heeft een directe invloed op de hoogte van de ERE-vergoeding. Organisaties die aantoonbaar 100% hernieuwbare elektriciteit leveren via hun laadpunten — bijvoorbeeld via een Garantie van Oorsprong (GvO) — ontvangen een hogere vergoeding per certificaat dan organisaties die grijze stroom inboeken. Het loont dus om te investeren in een groenstroomcontract of eigen opwek via zonnepanelen, zeker wanneer u een groter laadpark beheert.

Zijn er kosten verbonden aan de ERE-registratie en wegen die op tegen de opbrengsten?

Ja, een erkende inboekdienstverlener rekent doorgaans een vergoeding voor de registratie en periodieke rapportage. Deze kosten variëren per aanbieder en worden vaak berekend als een vast bedrag of een percentage van de ERE-opbrengst. Voor de meeste organisaties met een laadpark van tien of meer laadpunten wegen de netto-opbrengsten ruimschoots op tegen de servicekosten. Bij kleinere laadparken is het verstandig om vooraf een kosten-batenanalyse te laten maken.

Wat moet ik concreet regelen als ik morgen wil starten met ERE-registratie?

Om te starten heeft u drie dingen nodig: een overzicht van uw laadpalen inclusief technische specificaties, bewijs dat uw meetapparatuur voldoet aan de NEa-eisen, en de keuze voor een geaccrediteerde inboekdienstverlener die de registratie en rapportage voor u verzorgt. De dienstverlener begeleidt u vervolgens stap voor stap door het registratieproces bij de NEa. Het is aan te raden om ook direct te inventariseren welk stroomcontract u gebruikt, zodat de opbrengst direct kan worden geoptimaliseerd.

Gerelateerde artikelen

Deze inhoud is gegenereerd met behulp van AI en kan fouten bevatten.

Delen:

Onze energie specialisten beantwoorden jouw vragen