Levert een leasewagenpark meer ERE op dan eigen auto’s?

Moderne leaseauto's geparkeerd op een zakelijk terrein naast een privévoertuig, met een energiemeter aan de muur onder bewolkte lucht.

Een leasewagenpark levert in de meeste gevallen meer ERE op dan een wagenpark met eigen auto’s, mits de toerekening van het brandstofverbruik correct is geregeld. De sleutel zit niet in het eigendom van de voertuigen, maar in wie het energieverbruik registreert en op wiens naam de laadinfrastructuur staat. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over ERE en leaseauto’s, van welke voertuigen meetellen tot hoe u uw score structureel verbetert.

Welke voertuigen tellen mee in de ERE-berekening?

Voor de ERE-berekening tellen alle elektrische voertuigen mee die worden opgeladen via laadpalen waarvoor u als organisatie de energierekening betaalt. Dit geldt ongeacht of de auto’s in eigendom zijn, geleased of anderszins ter beschikking gesteld. Bepalend is niet het kenteken of het eigendom, maar de relatie tussen de laadpaal en de energieafnemer.

In de praktijk betekent dit dat de volgende voertuigcategorieën kunnen bijdragen aan uw ERE-registratie:

  • Volledig elektrische personenauto’s (BEV), zowel lease als eigen
  • Plug-in hybrides (PHEV) die op de werklocatie worden opgeladen
  • Elektrische bestelwagens en lichte bedrijfsvoertuigen
  • Elektrische bouwmachines en intern transportmaterieel
  • Elektrische fietsen en scooters, mits opgeladen via een geregistreerde laadpaal

Voertuigen die thuis worden opgeladen op kosten van de werknemer tellen niet mee voor de ERE van de werkgever, tenzij er een specifieke thuislaadregeling is waarbinnen de werkgever de energiekosten vergoedt en de laaddata worden doorgestuurd naar de inboekdienst.

Hoe wordt het brandstofverbruik van leaseauto’s toegerekend?

Het brandstofverbruik van leaseauto’s wordt toegerekend aan de partij die aantoonbaar de energiekosten draagt voor het opladen. Betaalt uw organisatie de elektriciteitsrekening van de laadpalen op eigen terrein, dan mag u het volledige laadvolume van die palen gebruiken voor de ERE-berekening, ook als de auto’s formeel eigendom zijn van een leasemaatschappij.

Dit onderscheid is cruciaal. Bij operationele lease blijft de auto juridisch eigendom van de leasemaatschappij, maar de organisatie draagt doorgaans de energiekosten voor het laden op locatie. Daarmee is de organisatie de partij die de emissiereductie realiseert en dus recht heeft op de bijbehorende Emissie Reductie Eenheden.

Bij financiële lease of private lease waarbij de werknemer zelf de energierekening betaalt, verschuift de toerekening. In dat geval kan de werknemer in theorie zelf ERE genereren, maar voor de werkgever zijn die eenheden niet inboekbaar tenzij er een contractuele overdrachtsregeling is vastgelegd.

Levert een leasewagenpark hogere of lagere ERE-scores op?

Een leasewagenpark levert doorgaans hogere ERE-scores op dan een wagenpark met eigen voertuigen, omdat leasemaatschappijen vaker kiezen voor nieuwere, volledig elektrische modellen met een hoger laadvolume per voertuig. Meer geladen kilowattuur per voertuig betekent meer gereduceerde emissies en dus meer ERE per auto per jaar.

Daarnaast stimuleren leasepakketten steeds vaker het gebruik van snelladers en slimme laadoplossingen op de werklocatie. Dit verhoogt niet alleen het comfort voor de bestuurder, maar ook de hoeveelheid geregistreerd laadvolume dat u kunt inboeken. Organisaties met een volledig elektrisch leasewagenpark en goed geregistreerde laadinfrastructuur kunnen aanzienlijk meer ERE genereren dan organisaties met een gemengd wagenpark van oudere eigen voertuigen.

Het eigendom van de auto is dus geen belemmering. Wat telt, is de kwaliteit van de laadregistratie en de vraag of alle laadsessies correct worden doorgestuurd naar de ERE-registratie voor laadpalen.

Wat zijn de grootste valkuilen bij ERE-rapportage voor gemengde wagenparken?

Bij gemengde wagenparken, waarbij zowel eigen voertuigen als leaseauto’s worden gebruikt, zijn er een aantal valkuilen die organisaties regelmatig geld kosten. De meest voorkomende problemen zijn te herleiden tot gebrekkige registratie en onduidelijke contractafspraken.

De grootste valkuilen zijn:

  1. Incomplete laaddata: Niet alle laadpalen zijn aangesloten op een systeem dat laadsessies automatisch doorrapporteert. Ontbrekende data betekent misgelopen ERE.
  2. Onduidelijkheid over energiekosten bij thuisladen: Als werknemers thuis laden en de werkgever een vaste vergoeding geeft, is het onduidelijk of de werkgever de energiekosten draagt. Zonder heldere afspraken valt thuisladen buiten de berekening.
  3. Gemengd gebruik van laadpalen: Wanneer zowel eigen voertuigen als voertuigen van derden laden op dezelfde paal, moet het laadvolume correct worden opgesplitst.
  4. Geen inboekdienstverlener: Organisaties die niet zijn aangesloten bij een geaccrediteerde inboekdienst kunnen de ERE niet verzilveren, ook al laden ze dagelijks tientallen voertuigen op.
  5. Verouderde contracten met leasemaatschappijen: In oudere leasecontracten is geen bepaling opgenomen over wie de ERE-rechten bezit. Dit kan leiden tot discussie of zelfs verlies van de opbrengsten.

Controleer bij de inrichting van uw wagenpark altijd of de contractuele en technische randvoorwaarden voor ERE-rapportage op orde zijn voordat u begint met laden en registreren.

Hoe verbeter je de ERE-score van een leasewagenpark?

De ERE-score van een leasewagenpark verbetert u door het laadvolume te verhogen, de registratie te optimaliseren en alle relevante laadsessies aantoonbaar toe te rekenen aan uw organisatie. Technische en administratieve maatregelen versterken elkaar hierbij.

Praktische stappen om uw ERE-score te verhogen:

  • Installeer slimme laadpalen die laadsessies automatisch en gestructureerd registreren
  • Sluit een overeenkomst met een geaccrediteerde inboekdienst die de data correct rapporteert aan de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)
  • Leg in leasecontracten vast dat de ERE-rechten bij uw organisatie liggen
  • Neem thuisladen mee in de berekening via een goedgekeurde thuislaadregeling waarbij de werkgever de energiekosten draagt
  • Vergroot het aandeel volledig elektrische voertuigen in het wagenpark, want BEV-voertuigen genereren meer ERE per kilometer dan PHEV-voertuigen
  • Monitor maandelijks het laadvolume per locatie om afwijkingen of uitval van laadpalen tijdig te signaleren

Door deze maatregelen structureel in te richten, maximaliseert u de ERE-opbrengsten uit uw laadinfrastructuur en voorkomt u dat er onnodig geld op tafel blijft liggen.

Hoe Energy-Check helpt met ERE-registratie voor uw wagenpark

Energy-Check verzorgt de volledige ERE-registratie van A tot Z voor organisaties met eigen laadpalen, inclusief leasewagenparken. U hoeft zelf geen administratieve handelingen te verrichten: Energy-Check treedt op als geaccrediteerde inboekdienstverlener en neemt de volledige rapportage richting de NEa over.

Energy-Check communiceert een ERE-vergoeding die begint vanaf €0,13 per kWh en kan oplopen tot €0,26 per kWh, afhankelijk van de marktomstandigheden en de volledigheid van de registratie.

Wat Energy-Check voor u doet:

  • Beoordelen of uw huidige laadinfrastructuur en contracten geschikt zijn voor ERE-registratie
  • Inrichten van de datakoppeling tussen uw laadpalen en het rapportagesysteem
  • Verzorgen van conforme maandelijkse rapportages aan de Nederlandse Emissieautoriteit
  • Adviseren over contractaanpassingen bij leasemaatschappijen om ERE-rechten veilig te stellen
  • Maximaliseren van de ERE-opbrengsten door volledige en correcte inboeking van alle laadsessies

Veel organisaties lopen jaarlijks duizenden euro’s mis doordat zij niet zijn aangesloten op een inboekdienst. Energy-Check zorgt ervoor dat uw laadinfrastructuur optimaal rendeert. Neem contact op en ontdek wat ERE-registratie voor uw organisatie oplevert.

Veelgestelde vragen

Kan ik ERE terugvragen voor laadsessies uit het verleden die nog niet zijn ingeboe kt?

In sommige gevallen is het mogelijk om historische laaddata alsnog in te boeken, mits de ruwe laadgegevens bewaard zijn gebleven en voldoen aan de eisen van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Dit is echter aan strikte termijnen en technische voorwaarden gebonden. Neem contact op met een geaccrediteerde inboekdienst zoals Energy-Check om te beoordelen of uw historische data nog in aanmerking komt voor registratie.

Wat gebeurt er met de ERE-rechten als we van leasemaatschappij wisselen?

Bij een wisseling van leasemaatschappij kunnen de ERE-rechten in het geding komen als dit niet contractueel is vastgelegd. Zorg er daarom voor dat in elk nieuw leasecontract expliciet staat dat de ERE-rechten voor laadsessies op uw locatie bij uw organisatie berusten. Laat bestaande contracten indien nodig aanpassen voordat de overstap wordt gemaakt, zodat er geen gat in de registratie ontstaat.

Hoe werkt ERE-registratie voor werknemers die zowel thuis als op kantoor laden?

Voor werknemers die op meerdere locaties laden, moeten beide laadlocaties afzonderlijk worden beoordeeld. Laden op de werklocatie via een paal op naam van de werkgever telt altijd mee. Laden thuis telt alleen mee als de werkgever de energiekosten aantoonbaar draagt via een goedgekeurde thuislaadregeling én de laaddata worden doorgestuurd naar de inboekdienst. Het is belangrijk om per werknemer en per locatie duidelijk te documenteren wie de energiekosten draagt.

Hoeveel ERE levert een volledig elektrisch leasewagenpark gemiddeld op?

De exacte opbrengst hangt af van het aantal voertuigen, het gemiddelde laadvolume per voertuig en de volledigheid van de registratie. Als globale indicatie: een volledig elektrische personenauto die jaarlijks circa 15.000 kilometer rijdt en volledig op de werklocatie wordt opgeladen, kan meerdere honderden euro’s aan ERE-opbrengsten genereren. Bij een wagenpark van tientallen of honderden voertuigen kan dit oplopen tot tienduizenden euro’s per jaar — geld dat zonder een inboekdienst volledig wordt misgelopen.

Moeten alle laadpalen op onze locatie van hetzelfde merk of systeem zijn voor een correcte ERE-registratie?

Nee, het is niet vereist dat alle laadpalen van hetzelfde merk of platform zijn. Wel moeten alle laadpalen in staat zijn om gestructureerde laaddata te exporteren in een formaat dat compatibel is met het rapportagesysteem van de inboekdienst. Een geaccrediteerde inboekdienst zoals Energy-Check beoordeelt welke laadpalen al geschikt zijn en welke eventueel een software-update of datakoppeling nodig hebben.

Wat is het verschil tussen ERE en andere subsidies of fiscale voordelen voor elektrisch rijden?

ERE (Emissie Reductie Eenheden) zijn geen subsidie, maar verhandelbare eenheden die ontstaan uit aantoonbare emissiereductie via elektrisch laden. Ze worden gegenereerd op basis van werkelijk verbruikte kilowatturen en hebben een marktwaarde die fluctueert. Dit staat los van fiscale voordelen zoals de bijtellingskorting voor elektrische leaseauto’s of de SEEH-subsidie voor thuisladers. ERE zijn een aanvullende inkomstenstroom die bovenop bestaande voordelen kan worden benut.

Hoe lang duurt het voordat we de eerste ERE-opbrengsten ontvangen na aanmelding?

Na aanmelding bij een geaccrediteerde inboekdienst duurt het doorgaans enkele weken tot een maand voordat de technische koppeling is ingericht en de eerste laaddata worden gerapporteerd aan de NEa. De daadwerkelijke uitbetaling van ERE-opbrengsten volgt na verwerking en goedkeuring door de NEa, wat afhankelijk van het rapportagemoment enkele maanden in beslag kan nemen. Hoe eerder u zich aanmeldt, hoe eerder u begint met het opbouwen van uw ERE-saldo.

Gerelateerde artikelen

Deze inhoud is gegenereerd met behulp van AI en kan fouten bevatten.

Delen:

Onze energie specialisten beantwoorden jouw vragen