Hoe combineert een bedrijf met meerdere vestigingen ERE-registratie?

Energieconsultant analyseert verbruiksdata op laptop, omringd door plattegronden van kantoorgebouwen op een eiken bureau.

Een bedrijf met meerdere vestigingen combineert ERE-registratie door alle laadpunten onder één overkoepelende registratie bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) samen te brengen, mits aan de juiste voorwaarden wordt voldaan. De verantwoordelijkheid ligt doorgaans bij de juridische entiteit die eigenaar is van de laadinfrastructuur. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over ERE-registratie voor organisaties met meerdere locaties.

Wat telt als één vestiging voor de ERE-registratie?

Voor de ERE-registratie geldt een vestiging als elke afzonderlijke locatie waar laadpunten voor elektrische voertuigen of elektrische bouwmachines zijn geïnstalleerd en in gebruik zijn. Bepalend is niet het organisatorische onderscheid, maar de fysieke locatie van de laadinfrastructuur en de meetinrichting die het elektriciteitsverbruik registreert.

In de praktijk betekent dit dat twee kantoorpanden op verschillende adressen, ook al vallen ze onder dezelfde rechtspersoon, als twee aparte vestigingen worden beschouwd. Wat echter ook meespeelt, is of de laadpunten op een locatie zijn aangesloten op één gezamenlijke aansluiting of op meerdere afzonderlijke aansluitingen. Dit heeft directe gevolgen voor de manier waarop energiedata worden uitgelezen en aangeleverd aan de NEa.

Kort samengevat: het gaat bij de ERE-registratie niet om uw interne organisatiestructuur, maar om de fysieke en technische inrichting van uw laadinfrastructuur per locatie.

Moet elke vestiging afzonderlijk worden geregistreerd in ERE?

Niet elke vestiging hoeft afzonderlijk te worden geregistreerd, maar de energiedata van elke locatie moeten wel traceerbaar en verifieerbaar zijn. Of u registreert per vestiging of combineert onder één registratie, hangt af van de eigendomsstructuur, de meetinfrastructuur en de manier waarop het elektriciteitsverbruik wordt bijgehouden.

Wanneer alle vestigingen onder dezelfde juridische entiteit vallen en de meetdata per locatie betrouwbaar kunnen worden aangeleverd, is een gecombineerde registratie mogelijk. De NEa stelt echter strikte eisen aan de nauwkeurigheid van de gerapporteerde data. Ontbreekt op één locatie een gecertificeerde meter, dan kan dat de gehele registratie in gevaar brengen.

Het is dus verstandig om per vestiging te inventariseren of de technische randvoorwaarden op orde zijn voordat u besluit alles samen te voegen in één ERE-registratie.

Wie is verantwoordelijk voor de ERE-registratie bij meerdere locaties?

De verantwoordelijkheid voor de ERE-registratie ligt bij de partij die als inboekplichtige is aangewezen: dit is de eigenaar van de laadinfrastructuur of degene die de elektriciteit levert aan de laadpunten. Bij een bedrijf met meerdere vestigingen is dat doorgaans de moederorganisatie of de juridische entiteit die de laadpunten in eigendom heeft.

In de praktijk zijn er twee situaties die regelmatig voorkomen:

  • Centrale eigenaar: Het hoofdkantoor bezit alle laadpunten op alle vestigingen. In dat geval is het hoofdkantoor de inboekplichtige partij en is één gecombineerde registratie in principe mogelijk.
  • Gedecentraliseerde eigendom: Elke vestiging heeft zijn eigen rechtspersoon of beheert de laadpunten zelfstandig. Dan moet elke entiteit afzonderlijk worden geregistreerd of moet er een heldere volmachtconstructie worden opgezet.

Zorg er altijd voor dat intern duidelijk is vastgelegd wie de contactpersoon is richting de NEa en wie de gegevensaanlevering coördineert. Onduidelijkheid hierover is een van de meest voorkomende oorzaken van vertraging bij de registratie.

Hoe combineer je energiedata van meerdere vestigingen in één registratie?

Het combineren van energiedata van meerdere vestigingen in één ERE-registratie vereist een gestandaardiseerde meetinfrastructuur en een centrale dataverzameling. Elk laadpunt moet beschikken over een gecertificeerde meter die het elektriciteitsverbruik nauwkeurig registreert, en die data moeten periodiek worden uitgelezen en samengevoegd in een rapportage die voldoet aan de eisen van de NEa.

Praktisch gezien verloopt dit proces in de volgende stappen:

  1. Inventariseer de meetinfrastructuur per locatie. Controleer of alle laadpunten zijn uitgerust met een gecertificeerde, uitleesbare meter.
  2. Stel een centraal dataverzamelsysteem in. Dit kan via een energiemanagementsysteem (EMS) of via de backend van uw laadpunten, mits deze de juiste exportformaten ondersteunt.
  3. Valideer de data per rapportageperiode. Controleer of de data van alle vestigingen compleet en consistent zijn voordat u ze aanlevert.
  4. Lever de gecombineerde data aan bij de NEa via een geaccrediteerde inboekdienstverlener. Deze partij verwerkt de data conform de geldende rapportagestandaarden.

Houd er rekening mee dat de NEa fouten in aangeleverde data kan afwijzen, wat betekent dat u over de betreffende periode geen Emissie Reductie Eenheden ontvangt. Zorgvuldige datakwaliteit is dus geen bijzaak, maar een kernvereiste voor een succesvolle ERE-registratie voor laadpalen.

Wat zijn veelgemaakte fouten bij ERE-registratie voor multi-site bedrijven?

Bij bedrijven met meerdere vestigingen gaan ERE-registraties het vaakst mis door onvolledige meetinfrastructuur, onduidelijke verantwoordelijkheidsverdeling en inconsistente data-aanlevering. Deze fouten leiden er in de praktijk toe dat organisaties een deel van hun ERE-opbrengsten mislopen of dat de registratie helemaal wordt afgekeurd.

De meest voorkomende fouten zijn:

  • Niet-gecertificeerde meters op één of meerdere locaties. Als één vestiging geen goedgekeurde meetinrichting heeft, kunnen de data van die locatie niet worden meegenomen in de registratie.
  • Ontbrekende of verouderde volmachten. Bij gedecentraliseerde eigendomsstructuren ontbreekt vaak een formele machtiging die de centrale registratie juridisch onderbouwt.
  • Handmatige dataverzameling zonder controle. Wanneer medewerkers per locatie handmatig data aanleveren, ontstaan er snel fouten, gaten of inconsistenties in de rapportage.
  • Te late registratie. Laadpunten die al in gebruik zijn maar nog niet zijn geregistreerd, genereren geen ERE-opbrengsten over de verstreken periode. Terugwerkende kracht is niet mogelijk.
  • Onderschatting van de administratieve last. Organisaties starten de registratie zelf op, maar haken af bij de complexe rapportagevereisten van de NEa, waardoor de registratie onvolledig blijft.

Wanneer is een externe energieadviseur nodig voor de ERE-registratie?

Een externe energieadviseur is nodig zodra de complexiteit van uw laadinfrastructuur, de omvang van uw organisatie of de technische staat van uw meetinfrastructuur de interne capaciteit overstijgt. Voor bedrijven met meerdere vestigingen is dat vrijwel altijd het geval, omdat de combinatie van dataverzameling, rapportage en NEa-compliance specialistische kennis vereist.

Concrete situaties waarin externe ondersteuning onmisbaar is:

  • U heeft meer dan twee vestigingen met laadpunten en geen centraal energiemanagementsysteem.
  • De eigendomsstructuur van uw laadinfrastructuur is verdeeld over meerdere juridische entiteiten.
  • Uw organisatie heeft nog nooit eerder een ERE-registratie gedaan en is onbekend met de NEa-vereisten.
  • U wilt zeker zijn dat u geen ERE-opbrengsten misloopt door fouten in de rapportage.

Een geaccrediteerde inboekdienstverlener neemt niet alleen de administratie over, maar zorgt er ook voor dat uw registratie conform de geldende regelgeving verloopt en dat u maximaal profiteert van de beschikbare ERE-vergoeding.

Hoe Energy-Check helpt met ERE-registratie voor meerdere vestigingen

Energy-Check verzorgt de volledige ERE-registratie van A tot Z voor organisaties met laadpunten op één of meerdere locaties. Als geaccrediteerde inboekdienstverlener neemt Energy-Check alle administratieve en technische handelingen over, zodat u zich kunt richten op uw kernactiviteiten.

Wat Energy-Check voor u doet:

  • Inventarisatie van uw laadinfrastructuur per vestiging en beoordeling van de meetinfrastructuur
  • Opzet van een centrale dataverzamelstructuur die geschikt is voor meerdere locaties
  • Volledige registratie en conforme rapportage richting de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)
  • Proactieve signalering van ontbrekende data of technische knelpunten die uw ERE-opbrengsten in gevaar brengen
  • Onafhankelijk advies zonder commerciële binding aan leveranciers of fabrikanten

Veel organisaties lopen jaarlijks duizenden euro’s aan ERE-vergoedingen mis doordat zij niet zijn aangesloten op een inboekdienst. Energy-Check communiceert een ERE-vergoeding tussen de €0,13 per kWh en kan oplopen tot €0,26 per kWh, en zorgt ervoor dat u geen opbrengsten misloopt en dat uw registratie bij elke rapportageperiode op orde is. Neem contact op via de contactpagina van Energy-Check en ontdek wat de ERE-registratie voor uw organisatie kan opleveren.

Veelgestelde vragen

Kan een bedrijf met vestigingen in verschillende gemeenten toch één ERE-registratie hebben?

Ja, dat is mogelijk zolang alle vestigingen onder dezelfde juridische entiteit vallen en de meetinfrastructuur per locatie voldoet aan de eisen van de NEa. De gemeente of regio waarin een vestiging zich bevindt, is niet bepalend voor de registratiestructuur — de eigendomsstructuur en de kwaliteit van de meetdata zijn dat wel. Zorg er dus voor dat u per locatie kunt aantonen dat de energiedata betrouwbaar en traceerbaar zijn.

Wat gebeurt er als één vestiging nog geen gecertificeerde meter heeft — moet dan de hele registratie wachten?

Nee, u hoeft niet te wachten met de gehele registratie. Het is mogelijk om de vestigingen die wél aan de technische eisen voldoen alvast te registreren en de ontbrekende locatie later toe te voegen zodra de meetinfrastructuur op orde is. Houd er wel rekening mee dat laadpunten zonder gecertificeerde meter geen ERE-opbrengsten genereren over de periode dat ze niet correct zijn geregistreerd, en dat terugwerkende kracht niet mogelijk is.

Hoe lang duurt het gemiddeld om een ERE-registratie voor meerdere vestigingen rond te krijgen?

De doorlooptijd hangt sterk af van de volledigheid van uw meetinfrastructuur en de complexiteit van uw eigendomsstructuur, maar reken gemiddeld op vier tot acht weken voor een gecombineerde multi-site registratie. De grootste vertragingen ontstaan doorgaans door ontbrekende metergegevens, onduidelijke volmachten of incomplete documentatie. Met de hulp van een geaccrediteerde inboekdienstverlener zoals Energy-Check verloopt dit proces aanzienlijk sneller, omdat zij weten welke informatie de NEa precies nodig heeft.

Kunnen gehuurde laadpunten ook worden meegenomen in de ERE-registratie, of geldt dat alleen voor laadpunten in eigen eigendom?

Ook gehuurde laadpunten kunnen in aanmerking komen voor ERE-registratie, maar de verantwoordelijkheid ligt bij de partij die de elektriciteit levert aan de laadpunten — niet per se de eigenaar van het hardware. In een huurconstructie is het essentieel om contractueel vast te leggen wie de inboekplichtige is en wie de meetdata aanlevert. Laat dit bij voorkeur beoordelen door een energieadviseur voordat u de registratie opstart, om discussies achteraf te voorkomen.

Wat is het financiële voordeel van een correcte ERE-registratie voor een bedrijf met meerdere vestigingen?

De ERE-vergoeding wordt berekend op basis van het totale volume elektriciteit dat via geregistreerde laadpunten wordt geleverd aan elektrische voertuigen of bouwmachines. Hoe meer laadpunten correct zijn geregistreerd, hoe hoger de totale opbrengst aan Emissie Reductie Eenheden. Voor organisaties met meerdere vestigingen en een groot laadvolume kan dit oplopen tot tienduizenden euro’s per jaar — opbrengsten die volledig worden misgelopen zolang de registratie niet op orde is.

Is het mogelijk om tussentijds nieuwe vestigingen of extra laadpunten toe te voegen aan een bestaande ERE-registratie?

Ja, een bestaande ERE-registratie kan worden uitgebreid met nieuwe locaties of extra laadpunten. Dit vereist wel een aanpassing van de registratie bij de NEa en een controle of de nieuwe laadpunten voldoen aan de meetvereisten. Het is belangrijk om nieuwe laadpunten zo snel mogelijk na ingebruikname te registreren, omdat er geen ERE-opbrengsten worden toegekend over periodes vóór de registratiedatum.

Wat moet ik als eerste stap doen als ik wil beginnen met ERE-registratie voor mijn organisatie met meerdere locaties?

De eerste stap is een inventarisatie van uw laadinfrastructuur: breng per vestiging in kaart hoeveel laadpunten er zijn, of deze zijn uitgerust met een gecertificeerde meter, en wie juridisch eigenaar is van de infrastructuur. Op basis van die inventarisatie kunt u bepalen of een gecombineerde registratie haalbaar is of dat er eerst technische aanpassingen nodig zijn. Een geaccrediteerde inboekdienstverlener zoals Energy-Check kan deze inventarisatie voor u uitvoeren en direct beoordelen wat er nodig is om de registratie te starten.

Gerelateerde artikelen