Wat brengt een ERE op?

Gecertificeerd energie-auditrapport op kantoorbureau naast laptop, met architectonische plattegrond, in warm natuurlijk licht.

Een ERE (Emissiereductie-eenheid) levert organisaties met eigen laadpalen voor elektrische voertuigen of bouwmachines een directe financiële vergoeding op. Energy Check communiceert een ERE-vergoeding die begint vanaf €0,13 per kWh en kan oplopen tot €0,26 per kWh, afhankelijk van de marktprijs en het aantal geregistreerde eenheden. Hoe hoger het laadvolume, hoe hoger de totale jaaropbrengst. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de ERE-vergoeding, van berekening tot aanvraag.

Hoe wordt de opbrengst van een ERE berekend?

De opbrengst van een ERE wordt berekend op basis van het aantal kilowattuur (kWh) dat via uw laadinfrastructuur is geleverd aan elektrische voertuigen of machines, omgezet naar een equivalent aantal emissiereductie-eenheden. Elke ERE staat voor een vermeden hoeveelheid CO₂-uitstoot ten opzichte van fossiele brandstoffen. De marktprijs per eenheid bepaalt vervolgens de uiteindelijke vergoeding.

Concreet werkt het als volgt: de laadgegevens van uw installaties worden aangeleverd aan de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa), die op basis van een vastgestelde conversiefactor het aantal ERE’s berekent. Die eenheden worden vervolgens verkocht of ingeleverd bij een brandstofplichtige partij, die wettelijk verplicht is een bepaald aandeel hernieuwbare energie in transport te verantwoorden. De opbrengst die u ontvangt, is het aantal ERE’s vermenigvuldigd met de actuele marktprijs.

Bij een middelgroot bedrijf met meerdere laadpunten en een substantieel jaarlijks laadvolume kan dit oplopen tot duizenden euro’s per jaar, uitsluitend op basis van laadactiviteit die toch al plaatsvindt.

Wat is het verschil tussen een ERE en een SDE+-subsidie?

Een ERE is geen subsidie maar een marktgedreven vergoeding voor vermeden emissies in transport, terwijl de SDE++ (voorheen SDE+) een productiesubsidie is van de overheid voor de opwek van hernieuwbare energie zoals zonne- of windenergie. De twee regelingen hebben een fundamenteel ander doel en een andere juridische grondslag.

De belangrijkste verschillen op een rij:

  • Grondslag: ERE is gebaseerd op de Wet milieubeheer en de Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED II); SDE++ is een nationale subsidieregeling via RVO.
  • Doelgroep: ERE is specifiek voor organisaties die elektrisch vervoer faciliteren via eigen laadinfrastructuur; SDE++ richt zich op producenten van duurzame energie.
  • Uitkering: ERE-opbrengsten zijn marktprijsafhankelijk en fluctueren; SDE++-subsidie biedt een vaste aanvulling op de energieprijs gedurende een lange looptijd.
  • Aanvraagproces: ERE vereist registratie en rapportage via een inboekdienstverlener; SDE++ vereist een formele subsidieaanvraag bij RVO.
  • Cumulatie: Beide regelingen kunnen in bepaalde gevallen naast elkaar worden ingezet, bijvoorbeeld als een organisatie zowel zonnepanelen exploiteert als laadpalen beheert.

Kortom: de ERE-vergoeding is geen subsidie die u aanvraagt bij de overheid, maar een marktopbrengst die u realiseert door uw laaddata correct te registreren en in te boeken.

Welke factoren beïnvloeden de hoogte van de ERE-vergoeding?

De hoogte van de ERE-vergoeding wordt bepaald door drie hoofdfactoren: het totale laadvolume in kWh, de gehanteerde conversiefactor van de NEa en de actuele marktprijs per ERE. Geen van deze factoren staat vast, waardoor de jaaropbrengst per organisatie sterk kan verschillen.

Het laadvolume is de meest directe hefboom. Hoe meer elektrische voertuigen of machines via uw laadinfrastructuur worden opgeladen, hoe meer ERE’s u kunt genereren. Dit maakt de regeling bijzonder interessant voor organisaties met een groot wagenpark, een drukbezet laadplein of elektrisch aangedreven bouwmaterieel.

De marktprijs per ERE fluctueert op basis van vraag en aanbod binnen de brandstofplichtige markt. In perioden van hoge vraag naar hernieuwbare transportenergie stijgt de prijs; bij ruim aanbod daalt deze. Het moment van inboeken en verkopen kan daardoor invloed hebben op de uiteindelijke opbrengst.

Tot slot bepaalt de kwaliteit van de gegevensregistratie mede hoeveel ERE’s daadwerkelijk worden goedgekeurd. Onvolledige of niet-conforme rapportage aan de NEa leidt tot lagere of geen uitkering. Een geaccrediteerde inboekdienstverlener zorgt voor correcte en volledige aanlevering.

Wanneer is deelname aan een ERE financieel interessant?

Deelname aan de ERE-regeling is financieel interessant zodra uw organisatie beschikt over eigen laadinfrastructuur met een meetbaar en aantoonbaar laadvolume. Al bij een relatief beperkt aantal laadpunten met regelmatig gebruik kunnen de jaarlijkse opbrengsten substantieel zijn, zeker wanneer u de administratiekosten laag houdt door samen te werken met een inboekdienstverlener.

De regeling is met name aantrekkelijk voor:

  1. Productiebedrijven en logistieke organisaties met elektrisch aangedreven heftrucks, bouwmachines of vrachtvoertuigen die dagelijks worden opgeladen.
  2. Kantoororganisaties en zorginstellingen met een eigen laadplein voor medewerkers of bezoekers met elektrische leaseauto’s.
  3. Onderwijsinstellingen en gemeenten die publieke of semi-publieke laadinfrastructuur beheren en willen profiteren van de laaddata die zij toch al verzamelen.
  4. Bouwbedrijven die elektrisch bouwmaterieel inzetten en de laadactiviteit van dat materieel kunnen registreren.

Organisaties die hun laadinfrastructuur al operationeel hebben maar nog niet zijn aangesloten op een inboekdienst, lopen elk jaar opbrengsten mis. De ERE-regeling vraagt geen aanpassing van uw installaties, alleen een correcte registratie van bestaande laaddata.

Hoe verhoudt de ERE-opbrengst zich tot andere flexibiliteitsdiensten?

De ERE-vergoeding verschilt fundamenteel van flexibiliteitsdiensten zoals vraagsturing of congestiemanagement, omdat ERE geen actieve sturing van uw energieverbruik vereist. U genereert de opbrengst puur door te registreren wat u al doet, namelijk elektrisch laden. Dat maakt ERE een van de laagdrempeligste vormen van extra inkomsten uit laadinfrastructuur.

Flexibiliteitsdiensten zoals het beschikbaar stellen van regelbaar vermogen aan netbeheerders of energieleveranciers vragen doorgaans om actieve participatie, technische aanpassingen en een zekere bereidheid om het laadgedrag aan te passen op netverzoeken. Dit brengt operationele complexiteit met zich mee die niet elke organisatie kan of wil dragen.

ERE combineert goed met andere verdienmodellen rondom laadinfrastructuur. Een organisatie kan tegelijkertijd ERE-opbrengsten genereren, kosten doorberekenen aan medewerkers of bezoekers en in aanmerking komen voor investeringssubsidies op de laadinstallatie zelf. De regelingen sluiten elkaar in de meeste gevallen niet uit.

Hoe vraag je een ERE aan en wie komt in aanmerking?

U vraagt een ERE aan door uw laadinfrastructuur te laten registreren bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) via een geaccrediteerde inboekdienstverlener. U hoeft zelf geen directe relatie met de NEa op te bouwen; de inboekdienstverlener verzorgt de volledige administratie, conforme rapportage en inboeking namens uw organisatie.

In aanmerking komen organisaties die:

  • Beschikken over eigen laadpalen voor elektrische personenauto’s, bestelauto’s, vrachtvoertuigen of bouwmachines.
  • De laaddata van die installaties kunnen aanleveren in het vereiste format.
  • De laadinfrastructuur in Nederland exploiteren en onder Nederlandse regelgeving vallen.
  • Nog niet zijn aangesloten op een erkende inboekdienst voor ERE-registratie.

Er is geen minimumdrempel voor het aantal laadpunten, maar de financiële aantrekkelijkheid neemt toe met het laadvolume. Organisaties met een hogere laadfrequentie of meer laadpunten realiseren een hogere jaaropbrengst. De aanvraagprocedure zelf is eenmalig en vereist geen doorlopende administratieve inspanning van uw kant zodra de registratie is ingericht.

Meer informatie over de technische vereisten en het inboekproces vindt u op de pagina over ERE-registratie voor laadpalen.

Hoe Energy-Check u helpt met ERE-registratie en maximale opbrengst

Energy-Check verzorgt de volledige ERE-registratie van A tot Z, zodat u zelf geen administratieve handelingen hoeft te verrichten en geen opbrengsten misloopt door een incorrecte of ontbrekende registratie. Als geaccrediteerde inboekdienstverlener treedt Energy-Check op namens uw organisatie richting de NEa en neemt alle rapportage en inboeking over.

Energy Check communiceert een ERE-vergoeding tussen de €0,13 per kWh en kan oplopen tot €0,26 per kWh. Wat Energy-Check concreet voor u doet:

  • Registratie van uw laadinfrastructuur bij de Nederlandse Emissieautoriteit.
  • Volledige en conforme rapportage van uw laaddata conform NEa-vereisten.
  • Inboeking van uw ERE’s op het juiste moment voor een optimale marktopbrengst.
  • Onafhankelijk advies over combinatiemogelijkheden met andere subsidies en verdienmodellen.
  • Transparante afrekening zonder verborgen kosten of commerciële bindingen aan leveranciers.

Organisaties die nog niet zijn aangesloten op een inboekdienst lopen jaarlijks aanzienlijke opbrengsten mis. Energy-Check zorgt ervoor dat uw laadinfrastructuur volledig rendeert. Neem vandaag nog contact op via de contactpagina van Energy-Check voor een vrijblijvend gesprek over uw situatie.

Veelgestelde vragen

Kan ik met terugwerkende kracht ERE's laten registreren voor laaddata uit het verleden?

In sommige gevallen is het mogelijk om laaddata met terugwerkende kracht in te boeken, mits de gegevens volledig en aantoonbaar zijn en voldoen aan de vereisten van de NEa. De mogelijkheden hiervoor zijn echter beperkt en afhankelijk van het tijdvak en de beschikbaarheid van de originele laaddata. Het is verstandig om zo snel mogelijk contact op te nemen met een geaccrediteerde inboekdienstverlener zoals Energy-Check om te beoordelen wat er in uw situatie nog mogelijk is.

Wat gebeurt er als mijn laaddata onvolledig of incorrect zijn aangeleverd bij de NEa?

Onvolledige of incorrecte laaddata leiden ertoe dat de NEa het betreffende volume niet goedkeurt, waardoor u over die periode geen of minder ERE’s ontvangt. Dit verlies is achteraf doorgaans niet meer te herstellen. Een geaccrediteerde inboekdienstverlener controleert uw data vooraf op volledigheid en conformiteit, zodat afkeuringen worden voorkomen en uw opbrengst maximaal is.

Hoe vaak worden ERE-opbrengsten uitbetaald en wanneer kan ik mijn eerste vergoeding verwachten?

De uitbetalingsfrequentie is afhankelijk van de werkwijze van uw inboekdienstverlener en het moment van inboeking bij de brandstofplichtige partij, maar doorgaans vindt afrekening jaarlijks of per kwartaal plaats. Na de eenmalige registratie van uw laadinfrastructuur bij de NEa duurt het enkele weken tot maanden voordat de eerste inboeking is afgerond en de vergoeding wordt uitbetaald. Energy-Check informeert u vooraf transparant over de verwachte doorlooptijd en het uitbetalingsmoment in uw specifieke situatie.

Moet ik mijn laadpalen of laadsoftware aanpassen om in aanmerking te komen voor ERE-registratie?

In de meeste gevallen hoeft u geen fysieke aanpassingen aan uw laadpalen te doen. Wel is het essentieel dat uw laadinfrastructuur laaddata registreert in een formaat dat voldoet aan de NEa-vereisten, zoals tijdstempel, locatie en geleverd volume in kWh. Uw inboekdienstverlener beoordeelt of uw huidige systeem hieraan voldoet en adviseert u indien er kleine aanpassingen in de data-uitvoer nodig zijn.

Kan ik als leasemaatschappij of CPO (Charge Point Operator) ook ERE's genereren voor laadpalen die ik bij klanten beheer?

Ja, ook leasemaatschappijen en CPO’s kunnen in aanmerking komen voor ERE-registratie, mits zij aantoonbaar de exploitant zijn van de betreffende laadinfrastructuur en de laaddata in eigen beheer hebben. De juridische eigendomsverhoudingen en contractuele afspraken met de eindgebruiker spelen hierbij een rol. Een inboekdienstverlener kan op basis van uw specifieke situatie beoordelen op wiens naam de registratie plaatsvindt en hoe de opbrengsten worden verdeeld.

Wat is het risico van het zelf proberen te registreren bij de NEa zonder inboekdienstverlener?

Directe registratie bij de NEa zonder tussenkomst van een geaccrediteerde inboekdienstverlener is voor de meeste organisaties niet mogelijk, omdat de NEa werkt met erkende partijen die verantwoordelijkheid dragen voor de correctheid van de aangeleverde data. Probeert u het proces zelf te doorlopen zonder de juiste accreditatie, dan loopt u het risico op afkeuring van uw registratie en het mislopen van opbrengsten. Samenwerken met een gecertificeerde inboekdienstverlener is dan ook niet alleen praktischer, maar ook de enige werkbare route voor de meeste organisaties.

Heeft de overstap naar een andere inboekdienstverlener gevolgen voor mijn lopende ERE-registratie en opbrengsten?

Een overstap naar een andere inboekdienstverlener is mogelijk, maar vereist zorgvuldige afstemming om te voorkomen dat er een registratiekloof ontstaat waarbij laaddata tijdelijk niet worden ingeboekt. De nieuwe dienstverlener neemt in de meeste gevallen de bestaande registratie over bij de NEa en zorgt voor een naadloze overgang. Vraag vooraf naar de overstapprocedure en eventuele opzegtermijnen bij uw huidige partij, zodat u geen opbrengsten misloopt tijdens de transitieperiode.

Gerelateerde artikelen

Deze inhoud is gegenereerd met behulp van AI en kan fouten bevatten.

Delen:

Portret van een glimlachende vrouw met bril en blond haar, geschikt voor gebruik op de Energy Check website.

Onze energie specialisten beantwoorden jouw vragen